Vijfhonderd jaar reformatie: vernieuwing van geloof en kerk – Preek over Romeinen 5, 1-5

Komende week, 31 oktober, is het Hervormingsdag. Dit jaar 500 jaar geleden maakte Maarten Luther zijn 95 stellingen bekend. Hij spijkerde die op de deur van een kerk in Wittenberg, wordt gezegd. Die sloegen in als een bom. Want daarin nam Luther het op tegen de machtige rooms-katholieke kerk.

In die tijd waren de mensen bang, doodsbang; vooral voor de duivel. Ook Luther was heel lang bang geweest. Hij had gedroomd, dat de duivel hem uitlachte en zei: God gooit jou in de hel! Jij bent een zondig mens, jij komt nooit in de hemel… Luther had gebeden tot God, geschreeuwd, gehuild.

En toen, op het laatst, ontdekte hij iets heel bijzonders. Hij ging in de Bijbel lezen, en daarin vond hij woorden die hem rust gaven. Je hoeft helemaal niet bang te zijn, niet voor Gods straf, niet voor de duivel. Jezus is voor je zonden gestorven, als je dat gelooft, ben je veilig.

Toen hij dat ontdekt had, ging hij verder lezen en studeren in de Bijbel. En toen ontdekte hij ook, dat de kerk de mensen ook helemaal niet hielp. Nee, de kerk, de rooms-katholieke kerk van toen, maakte de mensen zelfs nog banger. De kerk beweerde dat je, als je dood gaat, niet meteen naar de hemel gaat. Nee, eerst kom je in wat men noemde het vagevuur. Daar word je gestraft voor je zonden, voordat je verder mag, naar de hemel. Maar daar had de kerk iets op bedacht: je kon aflaten kopen. Een aflaatbrief was een soort bewijs, dat je strafvermindering kreeg. Dus als je zo’n brief kocht, kon je sneller uit dat vagevuur komen, werd beweerd. En de mensen geloofden het, bang als ze waren voor de dood en de hel.

Maar het was puur bedrog allemaal. Van dat geld, betaald door vaak arme mensen, werd een enorm luxueuze kerk gebouwd. Die kerk is er nog steeds, de Sint Pieter in Rome, puur gebouwd voor status en prestige. Luther kon dat niet langer aanzien, en daarom kwam hij met die 95 stellingen. Die gingen vooral over die aflaathandel, en over de slechtheid van de kerk.

In die stellingen zegt hij ook hoe het wel zit, met vergeving en de genade van God. Dat je als mens een zondaar bent, maar tegelijk een rechtvaardige, omdat God vergeeft. Vandaag staan we stil bij die ontdekking van Luther. Hij ontdekte dat in de Bijbel, vooral in de Brief van Paulus aan de Romeinen. Wat hij ontdekte wil ik uitleggen aan de hand van het Bijbelgedeelte dat we lazen:

 

God is juist blij met je als je vertrouwt op de Heer Jezus Christus

Dan leef je in vrede met God door je geloof; dan mag je mag eeuwig leven, God geeft je hoop; dan ontvang je Gods Geest, je hart wordt vol van zijn liefde.

Geloof (1), hoop (2), liefde (3).

 

1

Hoe heb jij God leren kennen? Denk daar eens over na: hoe kwam God in jouw leven? Dan denk je vast allereerst aan je vader en moeder. Zij waren de eersten die jou verteld hebben wie God is, zij namen je mee naar de kerk. Soms zijn er nog andere mensen, die ook belangrijk voor je zijn. Zelf zal ik nooit vergeten hoe mijn opa het heel vaak had over dit Bijbelgedeelte: Romeinen 5,1. Met diepe eerbied herhaalde hij vaak deze woorden. Zo diep was hij ervan doordrongen, wat een wonder het is dat God jou aanneemt.

Want daar gaat het hier over: dat God je aanneemt. Als een rechtvaardige aanneemt, staat er. God neemt je aan als een rechtvaardig mens, dat is: een mens die goed is. Als een mens die geen zonden meer heeft. Voor hem mag je er zijn.

Dat was in Luthers tijd balsem voor de ziel, maar ook nu is dat zo troostend, helend! Want in onze tijd zijn we misschien niet meer bang voor de duivel. De mensen leven niet in angst, lijkt het, ze zijn voor de duivel niet bang, zelfs niet voor God. Maar dat wil niet zeggen dat er geen angst meer is. Heel veel mensen voelen zich juist heel onzeker en bang. Vooral over de vraag of jij meetelt, of je er bij hoort. De bekende Henri Nouwen zegt: wie jij bent, of je meetelt, hangt bijvoorbeeld af van wat je hebt; of van hoe anderen over jou denken; of van wat je doet, presteert.

Maar als je gelooft, dan ben je niet pas iemand als je een hoop geld hebt. En dat hangt ook niet af van hoe anderen over je denken; of van wat je doet, presteert. Nee, dan is er maar één ding belangrijk: dat je mag geloven dat je geliefd bent. Dat God van je houdt. Dat geeft vrede: als het goed is tussen jou en God.

Geloof je dat? Want dat is het lastige: dat is bijna niet te geloven. Jij bent OK, niet om wat je hebt, om wat je doet, om wat anderen over je zeggen. Maar omdat God van je houdt. Door dat te geloven vind je rust. Dat is het eerste hier: vrede met God. Doordat je gelooft in Jezus die jouw zonden droeg. Vrede met God door je geloof, dé grote ontdekking van Luther. Niet de kerk, niet veel bidden, niet biechten bij de pastoor, geen aflaten. Nee, alleen jouw geloof, dat is genoeg, om bij God te komen.

 

2

Dat is wat de Bijbel ‘genade’ noemt. Genade is de grond waarop je staat, je fundament, zegt Paulus (vers 2). Op dat fundament moet je je leven bouwen. Alleen op dat fundament word je een gelukkig mens. Veel mensen zoeken geluk in een mooi huis, verre vakanties, veel geld verdienen. Maar wat als je dat allemaal niet hebt? Je bent niet rijk maar hebt alleen maar schulden… Je kunt niet op vakantie, hebt geen groot huis: wat dán? Of nog erger: je wordt ziek, gehandicapt, arbeidsongeschikt. Alles ben je kwijt: je gezondheid, je geld, misschien zelfs je geliefde. Kun je dan nog wel echt gelukkig en blij zijn?

Paulus zegt: als je dit gelooft (dat Jezus je zonden wegnam), ben je de gelukkigste op aarde! Midden in al die ellende toch blij. Want, zegt hij, die ellende leidt tot volharding, volharding tot betrouwbaarheid, en betrouwbaarheid tot hoop. ‘Volharding’: dat betekent dat je het volhoudt, steeds sterker wordt.

Kun jij je dat voorstellen: dat je steeds sterker wordt terwijl je alles kwijt bent? Alles kwijt, toch gelukkig, blij: omdat God van je houdt? Dat is wat Paulus bedoelt: dat “ellende tot volharding leidt”! Denk aan wat ik eerder zei: veel mensen voelen zich gelukkig door wat ze hebben. Of door wat anderen van ze vinden; of door wat ze doen, hard werken, veel presteren. Maar hier leer je: ik heb aan Gods liefde genoeg, daarmee hou ik het vol.

Want dan maakt God je ook steeds betrouwbaarder, zegt Paulus. Daarmee bedoelt hij: je geloof wordt dan steeds puurder, steeds echter. Je geloof komt zwaar onder druk te staan. Maar een christen die in geloof volhoudt, wordt steeds puurder, echter.

En dan, dan komt het laatste in deze keten: hoop. Christelijke hoop, dat is niet dat je hoopt op betere tijden. Net zoals wanneer je hoopt dat het mooi weer is, bijv. op je trouwdag. Nee, hoop in de Bijbel is zekerheid: zeker weten dat je eeuwig zult leven. Dus zo werkt het in het geloof: ellende maakt je sterk, je vertrouwt meer op God. Zo word je puurder, echter, betrouwbaar, zoals Paulus zegt. En zo groeit de hoop, jouw zekerheid dat God je eeuwig leven belooft. Dat is de keten die Paulus tekent: ellende, volhouden, sterker/puurder worden, zeker zijn.

Soms vraag ik op catechisatie: weet jij zeker dat je in de hemel komt? En dan zeggen ze vaak: ik hoop het, maar zeker weten, dat kun je niet. Waarom niet?, zeg ik dan, God belooft het je! Daar gaat het hier ook om. God neemt je als zijn kind, als rechtvaardige aan. Je zou zeggen: wat verandert dat aan je leven? Maar als je dat gelooft, wordt alles anders! Dan voel je een diep geluk, ook als je een moeilijk leven hebt. Dan voel je Gods kracht, die je er doorheen helpt. Dan ga je steeds zekerder weten: ik ben misschien wel alles kwijt, maar ik mag eeuwig leven! Dat is de christelijke hoop.

En weer was het Luther, die de mensen daar van wilde overtuigen. De kerk van toen maakte de mensen alleen maar onzeker. Als je maar bidt en je zonden opbiecht aan de pastoor, en de mis gebruikt, en aflaten koopt. Dan, ja dan, wil God jou misschien wel belonen. Maar zo groeide alleen maar de angst, door de duivel aangewakkerd. “Jij? Jij komt er nooit, jij, jij bent nooit goed genoeg…” Ook Luther had in die angst geleefd, en zo leefden duizenden in die tijd. Maar dat, predikte Luther, staat haaks op de bedoeling van het evangelie! God wil je juist van die angst bevrijden. Je mag leven in hoop, met zekerheid, met een blije toekomst.

 

3

En hoe weet je dat dan? Nou, zegt Paulus ten slotte, dat weet je omdat Gods liefde in ons hart is uitgegoten door de heilige Geest die ons gegeven is! Dit vind ik zo’n prachtig stukje: de heilige Geest die in je is ‘uitgegoten’! Gods Geest is je niet maar gegeven, God heeft je met zijn Geest volgegoten.

Veel mensen gieten zich vol met heel andere spullen. Met drank, of met genot en plezier. Je kunt er geen genoeg van krijgen, steeds meer heb je nodig. Dat is hoe veel mensen, bijna radeloos lijkt het wel, op zoek zijn naar steeds meer. Om hun honger, de leegte in hun hart, te stillen, hun diepe angst te vergeten.

God wil je volgieten met zijn Geest. En dat is de Geest van zijn liefde. Hij wil je dus volgieten met liefde. Met zijn liefde, zodat hij de bron van liefde is, waaruit wij mogen leven. Maar die liefde wordt in jou ook een kracht om ook zelf lief te gaan hebben. Je kunt het ook zo zeggen: Jezus stierf voor jou, door dat te geloven ervaar je zijn liefde. En hij stond op, als je dat gelooft ga je met hem leven, en ga je ook zelf zijn liefde doen.

Zo is Gods liefde in ons hart uitgegoten, door de Geest die God ons gegeven heeft. Wat is dat geweldig: dat je Gods kracht in je mag ervaren! En zo is de cirkel rond: geloof, hoop, liefde. Dat is de grote herontdekking geweest in de tijd van Luther. Je zou zeggen: voor ons niets nieuws. Maar de grote vraag is: hoe leven wij vandaag uit dat herontdekte evangelie? Wat hebben we eraan om hier bij stil te staan? Is het alleen maar verre geschiedenis? Het zijn totaal andere tijden dan toen. Toch leven ook nu veel mensen in angst. Ook in de kerk. De kerk is in beweging, waar gaat het naartoe? Dit geloof is ook geloven dat Gods liefde voor ons genoeg is. Zodat je niet bang hoeft te zijn waar het allemaal naartoe gaat.

Gods Geest in je, dat betekent juist verandering, vernieuwing. ‘Hervorming’, dat was geestelijke vernieuwing, van de kerk, maar allereerst van het geloof. Juist als je verlangt naar vernieuwing van de kerk, moet je hier beginnen: bij de vernieuwing van je eigen geloof! Daar begint de echte vernieuwing, dan volgt de kerk vanzelf! Gods Geest verandert ons leven, en dus ook de kerk.

Hervorming is vernieuwing, geestelijke groei. Daar begint de ware vernieuwing van de kerk, bij je eigen geloofsgroei. Dan zijn veranderingen ook niet verontrustend, want het is God die ons voortbeweegt. Hij gaat mee, hij brengt ons thuis, in het huis van zijn liefde. Daar vind je vrede! Geloof het, hoop er op, vind die liefde!

 

Amen

 

Rom. 5, 1-5 Rom. 5, 1-5

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *