Vernieuwing controleverlies?

Vernieuwing dient zich aan “in wat zich manifesteert als controleverlies”. Een typerende zin uit het boek Leven van wat komt van Erik Borgman.[1] Borgman, ‘lekendominicaan’ en hoogleraar publieke theologie in Tilburg, is een toonaangevende denker die maatschappelijke ontwikkelingen theologisch duidt. Hij laat je met andere ogen naar de huidige wereld kijken. Daarom is dit zo’n bijzonder inspirerend en boeiend boek.

Wat is de oplossing van het vluchtelingenprobleem? Waar gaat het naartoe als economie alleen maar consumptieve groei betekent en natuurlijke bronnen uitgeput raken? Het bijzondere van dit boek is dat het niet met de zoveelste oplossing komt. Maar een andere manier van kijken naar de wereldproblemen aanbeveelt.

‘Schaamteloos theologisch’

Borgman boort vele bronnen uit heden en verleden aan en geeft zo blijk van grote eruditie. Niet dat hij dat op elitaire wijze etaleert, de grote meerwaarde van zijn belezenheid is juist dat hij je leert om onder de oppervlakte der dingen te kijken en door de dagelijkse werkelijkheid heen te zien. De manier waarop hij die bronnen aanboort, levert perspectief op, vergezichten van hoop.

En dat doet hij vanuit een theologische invalshoek. “Dit boek is schaamteloos theologisch”, schrijft hij (181), een prachtige en voor hem typerende zin. Hij bedoelt daarmee: “dat over de werkelijkheid uiteindelijk niet adequaat kan worden nagedacht als dit niet gebeurt sub ratione Dei, zoals het klassiek heet: onder het opzicht van de verbinding die alles wat bestaat, heeft met God” (waarbij hij verwijst naar Thomas van Aquino’s beroemde Summa Theologiae). Anders gezegd: alleen de theologie kan antwoord geven op de grote vragen van onze wereld, over vluchtelingen en migratie, over zorg en onderwijs, over gerechtigheid en vrede, over materialisme en vervuiling.

Ik vermoed dat niet iedereen dit zo maar beaamt. Sommigen zullen hun wenkbrauwen fronsen: theologie, heeft dat niet alleen maar ellende gebracht? Veel seculieren zullen dit al gauw afwijzen: is dit geen arrogante propaganda van een soort (rooms-katholiek-) christelijk absolutisme? Maar wie werkelijk in God gelooft, gelooft dat deze wereld niet van mensen maar van God is. ‘Theologie’ staat bij Borgman voor die claim en staat dus tegenover een moderne levenshouding zoals Marco Borsato die verwoordt in zijn lied “Als de wereld van ons is (dan draait het om mensen)”.[2]

Alhoewel, ook Borgman lijkt het meer over mensen dan over God te hebben. Maar dat doet hij op een heel bepaalde manier. Heel zijn boek is eigenlijk één groot pleidooi “om te leven van wat komt”. Dus om een houding te leren van ontvankelijkheid. Deze houding stelt hij tegenover de hoogmoed van het modernisme dat meent dat de wereld maakbaar is. Juist die beheersingsovermoed loopt stuk op een de onbeheersbaarheid van vluchtelingenstromen, groeiende onverdraagzaamheid, opkomend nationalisme, uitputting van bestaansbronnen en grondstoffen, onherstelbare schade aan het milieu, onverzadigbare hebzucht en zelfverrijking, om enkele wereldproblemen te noemen waarmee Borgman zich in dit boek bezighoudt. Deze wereld is een zooitje, zegt hij. En die wereld is onbeheersbaar, juist omdat men meende dat alles maakbaar is.

Hier tegenover hebben we dus een houding nodig van loslaten, van openstaan voor wat zich als goed aandient, zonder dit te willen manipuleren. Die ontvankelijkheid heeft dan ook wel degelijk alles te maken met God. Want God staat voor het goede en schone, voor de schepping en voor de goede samenleving. En ook voor mensen met mogelijkheden, met hun onvermoeibare drang tot leven en dus tot creativiteit, en vooral: tot samenleven. Het is de vraag of Borgman niet een iets te optimistisch mensbeeld vertolkt in dit boek, alsof mensen uit zichzelf het goede zoeken en tot vreedzaam samenleven bereid zijn. Misschien is dit een typisch rooms-katholiek theologisch trekje in het boek: van een ‘natuurlijke theologie’, waarin niet alles ‘van boven’ komt maar ook veel ‘beneden’ is te vinden. Dit getuigt van een diep geloof in de werking van Gods Geest in een chaotische wereld, zodat er altijd wel weer tekenen van hoop en licht zullen opduiken.

Daarom inspireert dit boek mij. Borgman raakt vele onderwerpen aan en legt telkens een prachtige verbinding tussen enerzijds kerkvaders en middeleeuwse theologen, de kerkelijke traditie van concilies, encyclieken en uitspraken van de paus (vooral Paus Franciscus), en die complexe wereld van onoplosbare problematiek. In deze tradities ligt zoveel wijsheid en Bijbels inzicht, dat ze als rijke bronnen kunnen gelden voor alle christenen en kerken.

Contemplatie

Die receptieve houding die we moeten zoeken, noemt Borgman een ‘contemplatieve houding’. Contemplatie is het kernwoord van het boek. Het is een spirituele term: het gaat om meditatie, het overdenken van het Goddelijke. Zoiets als de oude woestijnvaders deden, de kluizenaars die de stilte zochten om in Gods nabijheid te verkeren. Dat lijkt een wereldmijdende houding, maar voor Borgman is het juist andersom: door contemplatie ga je de wereld als het ware ‘lezen’, je gaat anders kijken, je gaat in die chaotische wereld vol conflicten en wanhoop licht ontdekken, nieuwe wegen, creatieve mogelijkheden, iets van God zelf dus.

Daarom presenteert Borgman in dit boek niet een politiek programma, dat zou juist weer een symptoom van dodelijke maakbaarheid zijn. Het gaat meer om een optimistische visie op de toekomst: altijd weer zullen er mensen komen, die iets goeds tot stand brengen. Vaak op kleine schaal, als Moeder Theresa’s in sloppenwijken, als Legers des Heils in onherbergzame binnensteden, een beker water, een helpende hand, een open hart.

Contemplatie is dan je laten vervullen van Gods liefde voor de wereld, de mensen en de schepping. Dat klinkt misschien vaag. Maar elk hoofdstuk van het boek bespreekt een actuele problematiek van deze tijd. De vluchtelingencrisis, de klimaatverandering, de grenzen aan de economische groei. Al deze complexe problematieken zijn evenzovele uitdagingen om vanuit die ‘contemplatieve’ houding te zoeken naar de menselijke waardigheid en de Goddelijke roeping die je daarin mag horen. Zo noemt hij de beroemd geworden uitspraak van Angela Merkel “Wir schaffen das”, als een voorbeeld van moed en geloof in Gods stem die klinkt in de wanhopige roep om hulp van ontheemde oorlogsvluchtelingen.

Geen oplossingen, wel anders kijken

Politieke of maatschappelijke oplossingen wil hij dus niet geven, juist omdat ‘oplossingen’ in het verleden vaak blijken van menselijke hoogmoed waren. Stelsels en ideologieën, systemen van waarheid en dichtgetimmerde standpunten, ze blijken machteloos. Het katholieke uitzicht is volgens Borgman “de muziek die onze gemeenschappelijke toekomst aankondigt”. Naar die muziek moet je leren luisteren, zoals jazzmuzikanten aanschuiven in jamsessies: al luisterend naar elkaar horen ze motieven en akkoordenschema’s, ze voegen hun eigen geluid in, en zo ontstaat er iets van harmonie of samenspel.

Daarom geen instant-oplossingen of politieke programma’s. Wel noemt Borgman ontelbaar veel voorbeelden van initiatieven van moed en hoop, en vertelt hij vele verhalen van mensen die mooie dingen tot stand brengen in de jungle van een geïndividualiseerde wereld. Hij noemt Obama, die de moed had om het op te nemen voor miljoenen onverzekerde Amerikanen. Hij noemt bisschop Muskens, met diens bekende uitspraak dat wie honger heeft best een brood mag stelen. Dat is in hoofdstuk 7, waarin hij veel put uit de rijke bronnen van het katholieke sociale denken. Een belangrijk document was bijvoorbeeld de pauselijke encycliek Rerum Novarum over het onrecht van de erbarmelijke omstandigheden van de arbeiders eind negentiende eeuw.

Het lijkt misschien idealistische utopie om liefde als uitgangspunt te nemen voor een rechtvaardige economie, maar het is voluit bijbels. Het absolute geloof in de kracht van het kapitalisme bij de huidige neoliberale elite leidt slechts tot een samenleving van graaiers, en tot structurele ongelijkheid tussen hebbers en niet-hebbers. Liefde kan betekenen dat we bereid zijn na te denken over een deeleconomie. De menselijke schaal en waardigheid staat dan voorop. Zoals deze ook de maat dient te zijn in de zorg voor gehandicapten en mensen ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’. Neoliberaal denken marginaliseert hen tot ‘uitkeringstrekkers’, maar denken vanuit de liefde van God voor zijn schepsels maakt van deze laatsten juist eersten. Of met woorden van Borgmans geliefde paus Franciscus: “De werkelijkheid wordt alleen begrepen als zij gezien wordt vanaf de periferie.”

Inspirerend

Wat ik leer en opdoe uit dit boek is inspiratie. Nogmaals, geen oplossingen of programma’s, geen alomvattende visies of geroep over wat dominees en kerken allemaal ook nog ‘moeten’. Nee, al kiepert Borgman een stortvloed aan verhalen en voorbeelden over je heen zodat het je soms duizelt, één gedachte krijgt steeds meer vorm: verandering komt niet door manipulatie maar door contemplatie. Vernieuwing van de kerk of het goede zoeken voor de samenleving, het dient zich aan, als je luistert, overdenkt, even durft stil te staan en tussen alle geluiden en lawaai door ineens die muziek hoort, die van Boven komt. Probeer dan de chaos die eerst ontstaat niet opnieuw in kaders van beheersbaarheid te persen, maar kijk en wacht en zie wat er gebeurt. Of beter: wat God aan het doen is. Zo moesten we toch eens meer kijken naar de verwarrende transitie van de kerk! Met als enig houvast, niet onze vertrouwde kaders en structuren, maar dat van de verrijzenis van Christus. Of zoals Borgman het met een citaat van Emmanuel Durand zegt: de prediking van de verrezen Heer, “in een onttoverde en gedesillusioneerde wereld” (182).

“Gods Geest is onontbeerlijk om de aaneenschakeling van verschrikkingen die de geschiedenis is, werkelijk waar te nemen en om werkelijk tot ons te laten doordringen dat dit onze wereld is, zonder door dit besef volkomen verpletterd te worden”, schrijft Borgman. Ik denk dat je hiermee de kern van het boek te pakken hebt. De Geest van Gods liefde leert je in deze wereld rust en hoop vinden. Je staat anders in die wereld, een mens van het Licht.

Zomer 2017

 

[1] Erik Borgman, Leven van wat komt. Een katholiek uitzicht op de samenleving (Utrecht 2017), 51.

[2] “Als de wereld van ons is, dan zijn er geen grenzen. Daar droom ik van, een grensloos bestaan. Als de wereld van ons is, dan draait het om mensen, daar gaat het om, daar moet het om gaan.”

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *