Ruth 2,12 & 3,9 “Schuilen onder Jahwe’s vleugels” – Dankdienst met aandacht voor Armoede in NL

Het zal je maar gebeuren, dat je de huur niet meer kunt betalen. Brenda maakte het mee, gelaten vertelt ze over haar derde huisuitzetting. Ze werden met niks op straat gezet, de kinderen hadden zelfs hun eigen knuffels niet meer. Daarnaast raakt ze nu ook nog haar werk kwijt. Het was al niet veel, sociale werkvoorziening, maar die wordt wegbezuinigd. Haar man heeft al vastgezeten vanwege diefstal. Nu probeert hij op het rechte pad te blijven, maar dat valt hem niet mee. Het frustreert hem enorm, dat zijn kinderen niet op zwemles kunnen. En regelmatig komt het voor, dat de kinderen zonder ontbijt naar school gaan.

Dit is één van de verhalen in een Zembla-docu (2011) over armoede in NL. Vandaag staan we daarbij stil, omdat wij bij elkaar zijn om te danken. We danken God vanavond voor zijn zegeningen. Maar laten we daarbij niet vergeten, dat er ook onder ons verborgen armoede is. Brenda en haar man kregen hulp. Ze kregen een coach die hen helpt overzicht te krijgen in de opeenhoping van problemen. Dat is te danken aan goed armoedebeleid van het gemeentebestuur, i.c. dat van Tilburg. En in het filmpje zagen we een mooi voorbeeld van initiatieven in Leeuwarden. Alleen zijn dit nog altijd druppels op een gloeiende plaat. In hoeverre hebben we dit soort problemen als kerkgemeenschap in beeld? En als dat het geval is, wat doen wij dan?

Op dit moment zijn duizenden mensen eenzaam, zonder hulp. Bezuinigingen treffen juist de kwetsbaarsten. Hoe is dat in de kerk? Danken op dankdag kan zo’n traditie worden. Zo’n dag waarop we obligate en dierbare woorden spreken. Over dat we het toch allemaal zo goed hebben en dat er zoveel is om voor te danken. Maar dat kan voor sommigen ook heel wrang zijn. Misschien zitten ze thuis, zien we ze hier niet eens vanavond. Sommigen voelen zich onveilig tussen al die voor hun gevoel succesvolle mensen. Danken is niet dat je bij elkaar komt en mooie woorden uitwisselt. Danken is dat je je klein voelt: wie ben ik dat ik zoveel heb om voor te danken?! Dat je voelt hoe bevoorrecht je bent als je wel kunt doen wat je wilt. Een stedentripje, een tweede vakantie, een nieuwe bank of zelfs keuken. Als je dat soort uitgaven kunt doen en daarvoor dankt, ben je een gever. (dia 1) Dan wordt danken voor wat je krijgt geven omdat je het hebt. Niet alleen voor een bijzondere collecte zoals vanavond. Maar als levenshouding, als goed beheer van je rijkdom. Ook door tijd en energie te steken in hulpprojecten. Vanavond danken we God ook, omdat er velen zijn die zo leven, Goddank. Die bewust omgaan met wat ze hebben en daarvan delen met anderen.

Daarom is het ook zo’n voorrecht als je bij Gods gemeente mag horen. In Psalm 37 staat: nooit zag ik iemand van Gods volk zonder brood. Mijn opa vertelde ooit het verhaal dat ze aan tafel zaten en hij het Onze Vader bad. Midden in het gebed, bij “Geef ons heden ons dagelijks brood”, hield hij op. En stuurde zijn zoon met een brood naar een ander gezin. Die zaten ook aan tafel, de moeder had net dezelfde woorden gebeden, maar er was niets. Ze had amen gezegd en daar stond iemand aan de deur: met een brood! Dat is leven in Gods koninkrijk, horen bij Gods volk. Er is altijd voorziening, geen mens mag zonder eten zitten. Het is een blamage voor een kerk, als dat wel zo zou zijn. De Bijbel laat het ons zien: dat vangnet dat er altijd is. We lezen het in het verhaal van Ruth.

De boodschap van dit verhaal kun je verschillend duiden. Voor de Israëlieten hoorde Ruth bij de feestrollen (dia 2). Boeken gelezen bij de grote feesten. Ruth is een verhaal van dankbaarheid en lofprijzing. Van de trouw van God die zorgt voor zijn kinderen. Zo was het bijv. geregeld dat een familielid het erfdeel van een berooide familie terug kocht. Het familiebezit bleef zo in de familie en je toekomst was verzekerd. Dat zie je ook aan de wet die regelde dat armen koren mochten zoeken op je land. Hier is dat het land van Boaz, een rijke man, en ook nog eens de redder van het familiebezit.

Zo zorgt God ervoor, dat een arme weduwe en haar schoondochter kunnen leven. En dat is bijzonder, zelfs uniek in de wereld. Chris Wright laat in zijn boek The Mission of God zien, dat Israël Gods project is in de wereld (dia 3). Israël moest een voorbeeldnatie zijn, een lichtend model van hoe God de wereld wil maken. Een wereld waarin geen armoede meer is, geen eenzaamheid, geen gebrek. Daarom had Israël unieke wetten en regels, waardoor niemand ooit uitzichtloos zou zijn. Niet dat dat altijd goed is uitgevoerd. Ook in Israël toen, net als in de kerk nu, waren en zijn er armen.

In Ruth zie je hoe er soms iets moois ontstaat: de wereld zoals God die bedoeld had. Israël moest het toonbeeld van maatschappelijke gerechtigheid zijn. Daarmee wil God niet maar laten zien wat een voorbeeldig volk die Israëlieten zijn. Israël moest uitblinken in de wereld, zodat alle mensen zouden zeggen: wat een God is hij!

In het boek Ruth wordt Gods naam daar dan ook heel bewust bij betrokken. Er zijn twee plaatsen in het verhaal waar ik dat wil aanwijzen. Mooi is wat de schrijver van Boaz vertelt: hij is rijk én hij is goed en liefdevol. Hij staat in dit boek model voor Gods liefde en zorgzaamheid. Bij deze man is Ruth veilig, wat veelzeggend is in die barbaarse tijd van de rechters. Ook valt op, dat Boaz zich eerst uitvoerig laat inlichten over Ruth. Blijkbaar is zij hem al meteen opgevallen: “bij wie hoort die jonge vrouw daar?” En zo komt hij te weten hoe onbaatzuchtig Ruth met haar schoonmoeder is meegereisd. Naar een totaal onbekend volk en land, ver van haar eigen geboorteland en ouderlijk huis. Daarom prijst hij haar: “Moge de HEER je daarvoor rijkelijk belonen!”

En dan volgen die prachtige woorden: “De HEER, de God van Israël, onder wiens vleugels je een toevlucht hebt gezocht”! Is dat niet een prachtig beeld: Ruth uit Moab is komen schuilen onder de vleugels van Jahwe. Jahwe voorgesteld als een kip die haar kuikens beschermt onder haar vleugels (dia 4). In die harde wereld, waarin armen weerloos zijn, was Israël een veilige haven. Een meisje uit Moab waar ze afgoden dienen vindt een toevlucht bij de enige levende God. Weggevlucht uit een land zonder liefde, schuilt ze bij de God die liefde is.

Deze uitdrukking (“schuilen onder de vleugels van Jahwe”), komt dan nog een keer terug. In 3,9, als verteld wordt hoe Ruth bij Boaz in bed moet gaan liggen. Voor onze tijd en cultuur vrij bizar, alhoewel ook toen niet alledaags. Tijdens het oogstfeest, als Boaz heel wat op heeft en diep slaapt, schrikt hij ineens wakker. Daar ligt een wildvreemde vrouw aan zijn voeteneind!

En hoe zal Ruth zich gevoeld hebben? Ongetwijfeld is ze met bonzend hart bij Boaz onder de deken gekropen. En hoor eens wat ze dan zegt: “Ik ben het, Ruth, wilt u mij bij u nemen, want u kunt voor ons als de losser optreden”. Prachtig! Bijzonder! Dat zinnetje zal ze wel van Noömi uit het hoofd hebben moeten leren.

Of toch niet? Want wat ze letterlijk zegt zijn weer diezelfde woorden. In de oude vertaling zie je het beter: “Spreid uw vleugel uit over uw dienstmaagd”! Weer dat prachtige beeld van bescherming, een veilige toevlucht, een warme deken. Dat bewijst, dat Ruth niet bang is maar rotsvast gelooft. Dat is het prachtige wonder van dit verhaal: een voormalig heidens meisje schuilt bij Jahwe! Ze doet dat vol vertrouwen, zonder angst of schaamte! Daarom kan ze zich overgeven aan die vreemde gebruiken van dit volk. Omdat ze daar dwars doorheen kijkt, en daarachter een wonderlijk liefdevolle God ziet.

Boaz prijst haar opnieuw: “Moge de HEER je zegenen, mijn dochter! Dit getuigt van nog meer trouw dan wat je voorheen al hebt gedaan!” Niet voor niets dus, dat dit boekje één van de feestrollen werd! Het is een echt dankdagverhaal, een getuigenis over de God bij wie rijk en arm veilig is. Het is een verhaal dat ons opwekt tot een leven van dankbaarheid, van gul geven. Dank voor het wonder dat jij bij deze God schuilt. Want die vleugels van Jahwe, die zie je ook in de uitgespreide armen van Jezus aan het kruis (dia 5). Mijn Losser leeft, zei ook Job, en wij zeggen het met hem mee. Want wij zien hem zo ook naar de hemel terugkeren, zijn handen zegenend geheven. Bij deze God schuil je niet voor niets, hij brengt je thuis in Gods Vaderhuis. En nu al, hier op aarde, in dit leven, geniet je van zijn gemeenschap. Want de gemeenschap van God is de gemeenschap van zijn volk en kerk. In die kerk mag niemand ongetroost leven, zegt het bevestigingsformulier voor diakenen zo prachtig. Dat zal dan onze eer te na moeten zijn! Iedereen moet en zal delen in de vreugde van de verlossing. En dat is niet pas de zegen van eeuwig leven. Dat is veel meer: een eeuwig leven waarvan je hier op aarde al iets proeft. In de gemeente van Gods volk is er een vangnet voor ieder die zijn liefde zoekt. Laten we dus danken, en laten we delen.

Amen.

 

Ruth 2,12 & 3,9 Ruth 2,12 & 3,9

Opm.:

Deze preek is gehouden tijdens de dankdienst van 5 november 2014 in Alphen aan den Rijn. Ter voorbereiding is er een projectje gedaan door de catechisanten. Ze kregen de opdracht zelf een kort onderzoekje te doen naar ‘Armoede in NL’ en daarover een kort verslagje te schrijven. Ook moesten ze zoeken naar een filmpje of ander beeldmateriaal. Verder moesten ze opschrijven waarvoor ze zelf God willen danken. Als vervolg op dit project gaan ze nog zelf op zoek naar iemand in hun omgeving, die mogelijk armoede-gerelateerde problemen heeft, om te leren wat je kunt doen.

Eén van de filmpjes is tijdens de dienst getoond:

Voorbeeld van initiatieven om armoedeproblematiek aan te pakken (wijk Schieringen Leeuwarden)

Verder is de volgende presentatie samengesteld uit het door de catechisanten verzamelde materiaal. Ook deze is tijdens de dienst vertoond: Opdracht cat. over Armoede in NL

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *