Psalm 100 – Gods kerk is: samen hem aanbidden (bij de bevestiging van ouderlingen & diakenen)

Wat doen ouderlingen en diakenen eigenlijk? Je ziet die mannen elke zondag op een rijtje de kerk binnenlopen. Dan gaan ze zitten, hier vooraan. Alleen één loopt vóór de dominee uit, draait zich om en geeft hem een hand. Dat doen ze dus: vooraan zitten en om de beurt de dominee een hand geven. O ja, en je ziet dat diakenen met de collectezak rondgaan. Kinderen mogen daar bij helpen. Dat is wat je ziet van die ouderlingen en diakenen.

Is dat alles? Nee, dat weet je vast wel. Als je vader in de kerkenraad zit, weet je dat hij door de week heel vaak ’s avonds weg is. Dan doet hij ook allerlei dingen voor de kerk. Maar wat? Tja, leg dat nou maar eens uit…

We gaan er iets van proberen te zien met Psalm 100. Psalm over Gods volk, Gods kerk, die hem aanbidt. Psalm 100: Samen aanbidden! 

1. Samen aanbidden: hart van gemeente zijn

Psalm 100 is een psalm voor bij het lofoffer. Een psalm die past bij het samenkomen van Gods volk. Toen in de tempel, nu in de kerk. Samenkomen, bij elkaar zijn, dat is het belangrijkste van kerk zijn. Geloven doe je niet op je eentje. Gods volk is een gemeenschap, en dat zie je als we bij elkaar zijn. Er zijn natuurlijk veel meer manieren waarop je als kinderen van God bij elkaar bent. Maar dit lofoffer, wij noemen dat eredienst, is toch het hart. Hart van kerk zijn is: samen God aanbidden, loven en prijzen.

Daar moet je dus ook nooit slordig in worden, dat moet je niet verwaarlozen. Kerk is lichaam van Christus, en dat beleven we vooral in samen hem eren. Als je God eert, vergeet je alles om je heen. Je zit niet meer te vitten op iemand aan wie je je ergert of met wie je een aanvaring had. Je hebt geen aandacht meer voor allerlei dingen in de kerk die anders gaan dan je gewend was. Je gaat God ontmoeten, je hart op hem gericht, naar hem open. En toch doe je dat niet alleen, voor jezelf, op jezelf. Nee, vanochtend keek ik die kring rond en het raakte me. Ik zag mijn broeders en zusters, en dacht: dit is het huis van God! Hier woont hij, bij deze mensen, dit is Christus’ lichaam. Mensen door hem uitgekozen en samengebracht. Hier zie je wat kerk echt is: een kring, door God gemaakt. Zijn liefde en vergeving brengen ons samen, smeden ons tot één geheel, prachtig! Waarom zou je dat gaan verwaarlozen, of alleen maar doen als het jou uitkomt.

God zoeken, dat is genieten, groeien, vol worden van hem. Je gaat niet naar de kerk omdat het hoort of moet, maar om jouw Heer en redder te ontmoeten. Zo belangrijk is dus de kerk, nee, ik bedoel: zo belangrijk is samenkomen rond hem. Voor Israël is dat zelfs een zaak van leven of dood. Kijk maar, hoe in deze psalm álle mensen en volken worden opgeroepen God te loven. Voor Israël is dat een oproep die midden in hun tijd stond. Je moet je bij het O.T. altijd bedenken: Israël leefde in een wereld van afgoden. Dat is de grote strijd van Gods volk in de wereld van die tijd. Dat proef je ook in deze psalm, die spanning, van de afgodische cultuur van toen. Hoor maar: “erken het, de HEER is God!” Jahwe, de verbonds-God, erken hem: als de enige, de ware, de levende, de almachtige.

Ook die overtuiging kun je alleen maar opbouwen sámen. Dat in je eentje roepen, dat lukt je in je dagelijkse leven niet. Ben je de enige die gelooft, op je werk, in jouw klas, dan zou dat alleen maar raar zijn. Iemand die roept: erken de HEER, hij is God! Nee, dat roepen we hier, als we samen zijn. Allereerst om onszelf moed in te spreken. Om ons eigen geloof weer te voeden, voller te worden van God, van zijn Geest en kracht. Om dan weer in het dagelijkse leven te kunnen staan, met dat geloof in je hart. Daarvoor hebben we dus die lofprijzing nodig, dat samenkomen rondom onze God.

2. Samen aanbidden: als schapen van Gods kudde

En dat hij de HEER is, Jahwe, de God van het verbond, is voor ons nog rijker van voor Israël. Gods trouw aan zijn verbond en beloften heeft hij bewezen. In Jezus, die de Goede Herder is. God die mens werd en zijn leven voor ons gaf. Zijn liefde zie je in hem.

Zo kom ik bij die taak van ouderlingen. Gods volk is een gemeente, je ziet dat ’s zondags in de kerk. Gods volk is een kudde, van schapen van de goede herder. “De kudde die hij weidt”, zegt Psalm 100. Nou, en dat is nu precies de kern van ouderling zijn. Ouderlingen moeten zorgen voor Gods kudde, en voor de schapen van die kudde persoonlijk. Hun grote voorbeeld is de Heer Jezus, de Goede Herder. Hij gaf zijn leven. Hij zegt: ik ben gekomen om het verlorene te zoeken. Denk aan het verhaal over het verdwaalde schaapje.

Hoe kun je dan ouderling zijn op de manier van de goede herder? Twee dingen daarover. Eigenlijk doen wij het als kerk niet goed. Een bestuurlijk ouderling is eigenlijk heel wat anders dan een pastoraal ouderling. In pastoraal hoor je pastor, herder. Herders zouden niet tegelijk ook bestuurders moeten zijn. Dat botst soms wel eens. Aan de ene kant: met liefde en barmhartigheid zorgen voor iemand in geestelijke nood. Aan de andere kant: zorgen dat alles in de kerk gaat volgens de regels en goede afspraken. Dat geeft soms conflict. Besturen is heel krachtig, het geheel van Gods gemeente in een bepaalde richting sturen. Zorgen voor verloren schapen is juist zacht, dan buig je mee, dan sta je open voor nood. Een kwetsbaar schaapje kan zo maar vertrouwen verliezen in iemand die ook bestuurt.

En dan mijn tweede opmerking over dat herder zijn als Jezus. Kwetsbare schapen komen soms in de knel. Doordat ze zich afgewezen, veroordeeld, niet geaccepteerd voelen. Heel wat mensen zijn er zo al op de kerk afgeknapt. Omdat ze in de knel kwamen. Omdat ze een benauwende, veroordelende houding of sfeer niet meer aan konden. Ons kerkelijk leven is nog steeds belast met zo’n verleden. Van verstikkende regels, van benauwende veroordeling. Herder zijn onder Jezus, als Jezus, dat is balans zoeken tussen recht en vrede. Tussen rechtvaardigheid en barmhartigheid. En daarom hebben we als kerk in de geschiedenis een fout gemaakt. Door herders te verwarren met de oudsten van het O.T. De raad van wijze bestuurders, van rechtsprekers, van beslissers. Met de opzieners, de episkopen, de zielszorgers.

Hele kunst dus om in een kerkenraad te zitten: besturen, en tegelijk zorgen. Eigenlijk ondoenlijk. Behalve als we ons door Jezus laten leiden, als zijn liefde ons kompas is. Ga d’r maar aan staan!

3. Samen aanbidden: als dankzeggende gemeenschap

En zo kom ik dan nu bij de diakenen. In het tweede deel van de psalm word je weer aangespoord om God te loven. “Kom zijn poorten binnen met een loflied, hef in zijn voorhoven een lofzang aan, breng hem hulde, prijs zijn naam: de HEER is goed, zijn liefde duurt eeuwig, zijn trouw van geslacht op geslacht!” Je ziet hier een feestvierend volk voor je, dat zingend Gods huis binnenstroomt. Dat zou prachtig zijn: dat wij al zingend de kerk inlopen, steeds beginnen met lofprijzing.

Waarom zou je God zo loven? Je voelt je niet altijd zo, op dat niveau. Het motief word je aangereikt: “de HEER is goed, zijn liefde duurt eeuwig, van generatie op generatie!” In de oude vertaling stond: “want zijn goedertierenheid is tot in eeuwigheid”! Dat oude woord betekent: Gods trouw, Gods onvoorwaardelijke liefde. Voor ons, nog meer dan voor Israël, Gods liefde die hij waar maakte in zijn Zoon. Je hoeft je helemaal niet zo te voelen, dat je altijd God kunt prijzen. Soms voel je je bang, eenzaam, verloren, verstrikt. En juist voor jou is dan Gods liefde zo reddend: die liefde is onvoorwaardelijk! Juist als je je kwetsbaar voelt, kun je zo intens twijfelen. Voor jou kwam Gods Zoon, die geraakt werd door al die dolende schapen. Ze gingen hem zo ter harte, dat hij keer op keer ‘met ontferming werd bewogen’: hij voelde het, pijn in zijn maag, een hart dat kapot ging aan de pijn van wie hij zo liefhad. Jij hoeft niet op de toppen van je geloof te zitten om God te moeten prijzen op hoge toon. Nee, je mag huilen, bang zijn, stil luisteren. Maar je toch mee laten nemen in die gemeenschap van Godlovers en -prijzers. Van lieverlee, tegen wil en dank, komt er dan toch vreugde in je hart. Er is licht, hoop, uitzicht, hij geeft toch uitkomst. Hou je maar vast aan die woorden: God is goed!

En dus is er troost. Gods goedheid maakt zijn volk tot een dankbare en blije gemeenschap. Hier woont vreugde! En juist daar komen dan de diakenen in beeld. Zij zijn de dragers van het lofoffer. Lofoffers breng je niet alleen met woorden. Die brengen we ook met onze handen, met onze daden. Die offeren we met onze gaven. Gaven die je geeft, die je wilt inzetten. Vanuit een dankbaar hart. Je geld geven, dat is niet iets akeligs. Dat is geven met gulle hand, vanuit een dankbaar hart: God is goed, kom op! Geven kan nooit een plicht zijn, iets benepens. Geven is vreugde uitdelen. Geld moet rollen in de kerk! Niet voor bankstellen en vakanties, dat komt allemaal wel goed. Nee, voor mensen in nood! Bij zo’n goede God gaat je hart toch helemaal open?! En dan geef je toch ook jezelf: jouw tijd, jouw capaciteit?!

En die diakenen, die mogen die onstuitbare giften- en gavenstroom beheren. Op bezoek bij een overgoede God komt er een bruisende rivier van gaven aangestroomd. Diaken mogen die uitdelen waar nodig, royaal strooiend. Ruim om zich heen blikkend, zoekend waar het nodig is. Want ook die diakenen doen dat naar het model van Jezus. Zoals hij met ontferming werd bewogen, zo zijn ook diakenen bewogen mensen. De nood van mensen in en buiten de kerk, die raakt ze, die zet ze in beweging. En daarin gaan ze de gemeente voor: kijk, zo doen wij dat, zo doet Jezus dat. Volg ons, volg hem, geef je beste krachten en middelen!

Ik denk eerlijk gezegd, dat er hier nog wel een schepje bovenop kan bij ons. Ons geven dreigt op te drogen. Tuurlijk, je kunt zeggen, het is crisis. Maar weet je wat crisis ook betekent: keuze-moment! We staan als kerk voor de keus. Las u het bericht in NRC over de uitspraak van die Duitse rechter? Hij verbiedt de uitwijzing van een Somalische uitgeprocedeerde asielzoeker naar NL. “Te slechte omstandigheden voor uitgeprocedeerden in NL”, was zijn uitspraak. Nederland, hét voorbeeld voor de wereld van tolerantie en vrijheid voor het individu!

Diakonaal gemeente zijn is de liefde van de gevende God laten stromen. Dat kan nooit mondjesmaat zijn, dat is altijd royaal, vreugde!

Psalm 100: psalm bij het lofoffer! Heel ons leven mag uitgroeien tot één groot lied voor de goede God! Een kerk die leeft is een kerk die vreugde en dankzegging uitstraalt, uitroept, uitdeelt! Een levende kerk is een lovende kerk. Laten we geen kerk zijn van zeurpieten en zuurpruimen, maar van lofprijzers en aanbidders. Laten we geen kerk zijn waarin mensen in de knel komen door benauwende afwijzing. Maar waarin je ruimte voelt, de ruimte van Gods onvoorwaardelijke liefde in hem. Laten we geen kerk zijn waarin mensen kwetsbaar in de hoek kruipen. Maar een kerk waarin je je veilig voelt, een gemeenschap bezig met het hart van de zaak. Gods zaak!

Amen.

 

Psalm 100 (bevestiging ambtsdr.) Psalm 100 (bevestiging ambtsdr.)

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *