Opvoeden als Jezus (over ‘eer je vader & moeder’ en onvoorwaardelijk liefhebben) – HC zondag 39 (5e gebod Decaloog)

Je vader, dat is toch de tofste man van de hele wereld?! Hij voetbalt met je, heeft soms een pappadag. Allemaal leuke, vlotte, sportieve, grappige, sterke, vrolijke vaders zie je tegenwoordig. Met de kinderen van nu komt het wel goed, lijkt het.

Hoe anders ligt het met de kinderen van vroeger. Nu grote mensen, eens ook kind bij een vader en moeder. Veel mensen van eind 50/60 worstelen nog steeds met hun opvoeding. Je ouders waren streng, niet altijd positief. Vroeger golden andere opvoedingswaarden. Slaan mocht, soms werd gezegd dat het willetje gebroken moest worden. Die opvoedingsstijl werd zelfs wel gemotiveerd vanuit het vijfde gebod. En ook vanuit een wettische uitleg van de Bijbel. Velen ontwikkelden een negatief zelfbeeld. En dan de kerk, altijd die kerk! Je ging die kerk verwarren met eng en streng, met een Gód die zo is. Velen kwamen als jongvolwassene in de knoei met hun geloof.

Dan is het nu toch wel heel wat beter. Met al die toffe ouders van nu? Dat is de vraag. Vroeger waren de ouders de baas. Zijn nu de kinderen dat niet soms? Heel wat kinderen worden stuurloos, leren hun grenzen niet goed kennen. En daar komt bij: er zijn steeds meer gebroken gezinnen. Veel kinderen missen structuur en richting. Ze blijken vaker te ontsporen en komen vaker terecht in criminaliteit of verslaving. Uit onderzoek in Engeland bleek, dat het zelfs gaat om 20% van de bevolking! Een groeiende onderklasse, zonder afgemaakte opleiding, zonder werk, zonder perspectief. Wat kunnen we als kerk betekenen voor kinderen uit gebroken gezinnen? Als er steeds meer kinderen zijn, die niet opgroeien in een veilige hechte familie?

M.a.w.: autoritaire opvoeding toen en gebrek aan structuur nu hebben grote gevolgen. Beide werken door in de samenleving. Want je kunt het ook omkeren. Het vijfde gebod zelf laat dat zien. Aan dit gebod is een belofte verbonden, zegt Paulus in Ef. 6. Als je dit gebod naleeft, “zal het u goed gaan en zult u lang leven op aarde.” Dit gebod heeft dus letterlijk een heilzame werking. Goede verhoudingen in het gezin maken de samenleving gezond. Kinderen die opgroeien in sterke en warme gezinnen worden vaker positieve mensen. Zeker bij dit gebod geldt: doen we wat God wil, dan verbindt God daar zegen aan. Dan groeit er een goede samenleving met goede verhoudingen. Bij dit gebod bij uitstek zie je hoe veelbelovend het gehoorzamen van Gods wil is.

Dit gezegd hebbend moet ik onmiddellijk ook zeggen: pas op dat we niet oordelen. Als het misgaat met je kinderen, heb jij het dan fout gedaan? Als je kinderen ontsporen of afvallen van het geloof, is dat je dan als ouders te verwijten? Ik weet dat heel wat ouders daar, ook zonder dat anderen het zeggen, al genoeg mee worstelen. En ja, fouten maak je, soms ook fouten met onherstelbare gevolgen. Het is nooit verkeerd jezelf daarop te bevragen.

Maar tegelijk zijn je kinderen uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor de keuzes die ze maken. Goed opvoeden is ook, dat je beseft dat je kinderen niet jouw bezit zijn. Ze zijn van God, hij heeft ze je toevertrouwd. En dus moet je ze loslaten, ruimte geven, juist om zelf hun eigen keuzes te maken. Ouders die hun kinderen domineren, staan hun eigen kinderen in de weg. Uiterlijk lijkt het dan misschien dat die kinderen de gewenste weg gaan. Maar waarom doen ze dat dan, voor wie? Heel wat volwassenen blijven nog altijd doen wat hun ouders willen. Leid je dan je eigen leven?

Dat is ook het punt bij vers 4: vaders, maak uw kinderen niet verbitterd. Verbitterd, dat kun je ook zien als: verknipt, gefrustreerd, niet in evenwicht met jezelf. Niet levend vanuit je eigen gaven en kracht, maar vanuit iets wat je is opgelegd. Vaak heeft dat te maken met een dwingende niet geïntegreerde opvoeding. Daarom is Gods wijze raad hier: vorm en vermaan hen bij het opvoeden zoals de Heer het wil.

‘Zoals de Heer het wil’: dat is wat zwak vertaald, vind ik. Letterlijk staat er: vorm en waarschuw hen in de opvoeding en terechtwijzing van de Heer. Die ‘Heer’ is de Heer Jezus! De opvoeding van de Heer, dat is dus de opvoeding op de manier van de Heer! De manier van Jezus. Vaders en moeders moeten dus heel erg goed kijken naar hem. Naar zijn opvoedingsstijl. Opvoeden als Jezus! Zou dat niet een mooie gemeentecursus kunnen zijn: “opvoeden als Jezus”? Opvoeden als Jezus, wat is dat? Dat is opvoeden op de manier van de vader van de gelijkenis van de ‘verloren zoon’. Want dat is de gelijkenis van de vader die zijn kind liet gaan. En van de vader met eindeloos geduld. En van de vader die vergaf. Dat is de boodschap van dat verhaal: de vader die jou onvoorwaardelijk liefheeft. Dit verhaal helpt op te voeden zonder vast te zitten aan wat jij ziet als het gewenste resultaat. Om je kinderen op te voeden tot zelfstandige mensen, fijne mensen, betrouwbare mensen. Dat is wat God bereiken wil: dat kinderen opgroeien tot mensen die ertoe doen. Die niet willen winnen maar dienen. Die niet pas tevreden zijn als ze aan de top staan maar de ander hoger kunnen achten. Die zelf zijn als Jezus, nederig en toch zelfstandig, bescheiden en tegelijk sterk.

En zo komen we als vanzelf bij het tweede deel van de preek. Gezonde gezinnen zorgen voor een gezonde samenleving. Ook daarover spreekt Paulus spreekt in Ef. 6. Hij heeft het over de verhoudingen tussen werkgevers en werknemers. Werknemers in die tijd waren dagloners of slaven. Kun je een slaaf werknemer noemen? Werknemers van nu hebben rechten, slaven waren rechteloos. Toch heeft dit Bijbelgedeelte ook voor nu veel te zeggen. Paulus zegt, dat slaven hun werk moeten doen als slaven van Christus. Hier zie je hetzelfde als bij de vaders: doe je werk op de manier van Christus. Doe je werk als in dienst van Christus. Dan doe je je werk om je dienstbaar te maken en te werken aan een goede sfeer.

Dit gebod leert ons iets over hoe je omgaat met je collega’s, je personeel en medewerkers. Gezagsverhoudingen liggen vandaag anders dan vroeger. Ik las: vroeger luisterde een werknemer naar de baas, nu luistert de baas naar de werknemer. Dat zegt wel iets over de manier van leiding geven in onze tijd. Als je leiding geeft aan een aantal medewerkers, hoe ga je dan om met je mensen? Het is in onze tijd niet vanzelfsprekend, dat ouderen meer te zeggen hebben dan jongeren. Jongeren zijn heel anders opgeleid en zijn sneller inzetbaar in veranderende organisaties. In modern management krijgen jongeren eerder leidinggevende functies. Zij kunnen sneller inspelen op ontwikkelingen, zijn creatief en ambitieus. Maar dan is het van belang, dat oudere werknemers niet aan de kant geschoven worden. Dat er gericht gekeken wordt naar hun meerwaarde. Bijvoorbeeld door hen met hun ervaring en kennis een coachende rol voor jongeren te geven.

Dat geldt ook in onderwijssituaties. Zeker ook in de kerk: bijvoorbeeld voor jeugdleiders en catecheten. Voor jongeren zijn rolmodellen heel belangrijk. Volwassenen die in hen geloven, die hen aansporen en bemoedigen. Onderwijs is niet maar het doorgeven van kennis, er horen ook vormende doelen bij. Als je onderwijs en leiding geeft, is je relatie met jongeren heel belangrijk. Ben je geloofwaardig, investeer je echt in je band met hen? Heel wat jongeren missen zulk soort contacten. Zijn er nog zulke relaties in de kerk? Of blijft ieder in zijn eigen leeftijdsgroep? Wij zéggen dat we onze jongeren belangrijk vinden. Maar investeren we dan ook in betekenisvolle relaties met hen? Contacten waarin ze zichzelf kunnen zijn, hun twijfels, vragen en zoeken kunnen uiten? Contacten waarin ze zich veilig voelen, zonder bang te hoeven zijn voor een oordeel?

Kortom, gezag is nu iets anders, je hebt pas iets te vertellen als je eerst kunt luisteren. Beter dan te klagen over jongeren is het om ze te inspireren en uit te dagen. Jongeren hebben mensen nodig die trots op hen zijn. Mensen die feest vieren als jongeren thuis komen en de goede keuzes maken. De oudste zoon in de gelijkenis heeft er niets van begrepen. Hij zegt: ik heb toch altijd trouw gewerkt in uw dienst? Hij ziet de verhouding met zijn vader als een dienstbetrekking. Hij verwacht dat als je iets doet, daar dan iets tegenover staat (‘voor wat hoort wat’). Hij weet niet wat liefde is. Hij kent zijn vader niet echt. Want dat is een vader die onvoorwaardelijk liefheeft. Die dus geen verwachtingen oplegt aan zijn zoon. Alleen maar zijn hart open zet voor hem.

Zou het zo niet moeten zijn in de kerk? Wees blij als ze goede keuzes maken. Dank God als ze het in deze tijd aandurven een huwelijk aan te gaan. Als er jongeren zijn, die hun tijd en geld willen inzetten voor Gods koninkrijk. Als ze de wegen van de Heer kiezen, dwars tegen al hun leeftijdsgenoten in. Als je ziet, dat God zwakke ouders wilde gebruiken. Dan zal God onze ontoereikende en falende opvoeding zegenen. Met een lang en gelukkig leven op aarde. Ja de nieuwe aarde uiteindelijk.

Amen

 

 

HCzd39.12 HCzd39.12

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *