Jeremia tot profeet geroepen – Preek over Jeremia 1, 4-12

Toen ik dominee werd, was ik 27. Best jong, vond ik, het voelde alsof ik een veel te grote verantwoordelijkheid kreeg. Gelukkig had ik een hele goede kerkenraad, van ervaren ouderlingen die me hielpen. En Jeremia dan! Die is als hij begint als profeet 13!! Toch wil God dat hij het gaat doen: Gods profeet worden. Maar Jeremia heeft geen kerkenraad om zich heen, hij moet helemaal alleen op pad! En ook nog met een akelige boodschap: God gaat zijn volk straffen…

Jeremia al voor zijn geboorte bestemd tot Gods profeet

  1. Geroepen

Jeremia komt uit een priesterfamilie. Het zou nooit in hem opgekomen zijn profeet te worden. Priester, dat was zijn bestemming. God beslist anders, hij roept hem tot profeet. Jeremia heeft dat dus niet gezocht, het overkomt hem. Hij heeft er niet zelf voor gekozen, het is Gods keus.

En God was dat al heel lang van plan: al voor zijn geboorte, toen hij nog niet eens bestond! Is het niet verbazingwekkend, dat God al aan jou denkt lang voordat je geboren bent? Want dat geldt ook voor ons: God kende jou al, hij heeft jou gewild. Zo is hij ook bezig met Jeremia, echt bézig: vormen, uitkiezen, wijden, aanstellen, staat hier. Verschillende woorden, één plan.

Vormen, dat is scheppen. God maakt mensen, zoals een kunstenaar een beeld boetseert. Uitkiezen, er staat eigenlijk: kennen. Dat is: God is vertrouwd met je vanaf het allereerste begin, in liefde bij je betrokken. Wijden: heiligen staat er letterlijk. Dat is: God heeft een speciaal plan met Jeremia. Hij reserveert hem voor een bijzondere taak, zet hem daarvoor apart. En ten slotte: (ik had) je een profeet voor alle volken gemaakt, zegt God. Dus hij stelt Jeremia aan tot profeet voor de hele wereld!

Best bijzonder dat God zo al vanaf voor zijn geboorte met hem bezig is. Dat hij Jeremia uitkiest voor een speciale taak: profeet voor de volken zijn. Niet alleen maar voor Juda en Jeruzalem, waar Jeremia vooral gewerkt heeft. Maar ook voor alle andere volken van de wereld. Vanaf hoofdstuk 46 zie je dat: profetieën gericht aan allerlei andere volken. Het ging God niet alleen om Juda en Jeruzalem, het gaat hem om de hele wereld. Alle mensen moeten zijn boodschap horen, ook vandaag.

Wij worden niet allemaal zo’n profeet als Jeremia. Toch roept God ook ons, hij kiest ons uit, heeft een plan met ons. Dat we zijn naam verkondigen, zijn eer verbreiden. Je doet je werk, maar je roeping is hoger: christen zijn, ambassadeur van Jezus. In dat licht doe je je dagelijkse plicht, in dat licht heeft iedereen een roeping. En sommigen hebben een bijzondere roeping: een ouderling, een dominee. Dominees worden zelfs van beroepsarbeid vrijgesteld voor die roeping. Het is hun levenstaak, waar God hen toe roept en voor heiligt. Jeremia was bestemd tot profeet, sinds Pinksteren zijn allemaal profeet. Geroepen om Gods naam te verkondigen, door zijn Geest die werd uitgestort. Dat is je roeping, ook de onze.

  1. Gezonden

Jeremia komt dus uit een priestergeslacht. Maar het was wel een priesterfamilie met een geschiedenis. Ooit waren de priesters uit deze familie in de fout gegaan en door Salomo afgezet. Het is de vraag in hoeverre Jeremia echt priester zou zijn geworden. Maar profeet, dat lag niet echt in de lijn van de verwachtingen.

Daar komt bij, dat hij profeet voor alle volken moet zijn. Dat is nogal wat! Stel je voor, Samaria was al bijna anderhalve eeuw eerder verwoest. Het Israël van de Tien Stammen was toen in ballingschap gevoerd door de Assyriërs. Juda met hoofdstad Jeruzalem, een ministaatje, was nog over. Het is een spannende tijd: gaat Jeruzalem het redden? In die tijd begint Egypte op te komen als grootmacht. En aan de andere kant worden de Babyloniërs steeds machtiger. Daar tussenin zit Juda, machteloos klem. God leidt heel die geschiedenis, alle volken en machten zijn in zijn hand. Hij regeert de wereldpolitiek, ook vandaag. En in die machtsverschuivingen krijgt Jeremia, zo jong als hij is, een profetische taak!

Hoe kan hij ooit met gezag spreken, waar haalt hij ooit de moed vandaan? Hij heeft geen enkele ervaring, wat weet hij als jonge jongen van de wereldpolitiek?! Wat stelt hij voor, op dat wereldtoneel? Hoe zou jij reageren? Wij zijn Jeremia niet. Toch riep Jezus zijn leerlingen op: Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen… (Matteus 28,19). En Petrus schrijft: U bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, (…), een volk (door God verworven) om de grote daden (van God) te verkondigen… (1 Petrus 2,9). Een opdracht dus aan zijn hele gemeente, aan ons allemaal! Nee, dan hoeven wij niet naar Putin, of Trump, of naar de grootmacht China. Heel eenvoudig mogen we profeten van de Heer zijn. Ieder op zijn/haar eigen manier, plaats, tijd. Door te spreken, te getuigen, van Jezus en Gods liefde. Maar wel, net als Jeremia, met een boodschap voor alle mensen.

  1. Overtuigd

Maar hoe kun je dat, hoe durf je dat? Jeremia stribbelt tegen. Hij zegt niet, dat hij geen zin heeft. Hij bedenkt een goed argument: Ach (zo staat er letterlijk), HEER, mijn God… Zo zal hij in zijn latere loopbaan nog heel wat keren verzuchten. En dan komt zijn argument: Ik ben te jong…

Hoe oud hij precies was? Op grond van het woordgebruik zegt men: zo’n 13 jaar! Dat is toch, zou je zeggen, een goeie reden om nee te zeggen? Als profeet moet je levenservaring hebben, toch? In het oude Oosten gold een oudere eerder als wijs dan een jong iemand. En dan moet hij ook nog de grootmachten aanspreken. Ik begrijp wel, dat hij zegt: ik ben te jong.

Maar God gaat niet in discussie met Jeremia: “zeg niet ik ben te jong”. Voor God is dat niet beslissend. Leeftijd zegt niet alles. Ook Paulus bemoedigt Timoteus: sta niemand toe vanwege je leeftijd op je neer te zien. Het gaat niet om je leeftijd, maar om wat je zegt. En hoe je het zegt, en hoe je leeft. Timoteus moet een voorbeeld zijn van liefde, geloof, zuiverheid. Zo probeerde ik dominee te zijn, als jonge man van 27. Oprecht in afhankelijkheid van God, al was het ook met vallen en opstaan, en met steun van anderen.

En leeftijd zegt niet alles. Jongeren moeten ervaren ouderen respecteren, vooral als ze voorbeelden van geloof zijn (en dat zijn ze niet zo maar vanzelfsprekend…). Maar ouderen moeten ook luisteren naar jongeren! Jongeren zien het vaak scherp, hun kritische vragen kunnen je wakker schudden. Dan moet je niet doen alsof jij het altijd beter weet, maar er open voor staan. Soms is kritiek niet mals, maar hoor je misschien wel Gods Woord erin. Zo wordt ook Jeremia overtuigd: God wil hem echt zenden.

  1. Bemoedigd

Net als bij Mozes die zei “ik ben geen spreker”, wordt God ook op Jeremia niet boos. Nee, hij bemoedigt hem zelfs. Want een profeet hoeft zijn boodschap niet zelf te verzinnen. Hij moet maar één ding doen: boodschapper van God zijn. Alleen maar doorgeven wat God hem influistert. Als profeet sta je menselijk gezien alleen, maar je opdrachtgever staat vierkant achter je. En dus breng je niet je eigen boodschap maar die van je zender. Het enige wat Jeremia hoeft te doen is nazeggen wat God hem voorzegt.

Dat betekent niet, dat hij een doorgeefluik wordt zonder eigen inbreng. Profeten zijn dat allemaal op hun eigen manier, met hun eigen karakter en ‘kleur’.

Dat zal ook bij Jeremia nog blijken: hoe vaak zullen Gods plannen en zijn eigen gevoelens niet botsen! Dit Bijbelboek is een heel persoonlijk verslag van de angsten en strijd van een profeet. En er zal fel verzet komen op zijn woorden, haat en doodsbedreigingen (zoals tegenwoordig soms op social media).

Maar God zegt: Wees voor niemand bang, ik zal je terzijde staan! Een profeet krijgt geen makkelijk leven, maar wel de belofte van Gods nabijheid. “Met mijn God dring ik door dichte legerbenden, en spring ik over een muur”! Precies zoals Jezus zegt tegen zijn leerlingen: En houd dit voor ogen: ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld!

God onderstreept dat voor Jeremia met een lichamelijke aanraking. Jeremia voelt Gods hand die zijn lippen aanraakt. Dat zal hij nooit meer vergeten, dat draagt hij voor altijd met zich mee. Wat zouden wij ook graag zo’n ervaring meemaken: iets wat je voelt, iets tastbaars. Wij krijgen doop en avondmaal, als tastbare tekenen. En soms een bijzondere ervaring, een droom, een teken, heel persoonlijk. Maar zijn woord is het belangrijkst: Ik zal je terzijde staan en je redden – spreekt de HEER! Ne-‘um jhwh, in het Hebreeuws de vaste uitdrukking bij de profeten voor God die spreekt.

  1. Afbreken en bouwen

De boodschap die Jeremia moet gaan prediken heeft hem niet geliefd gemaakt! Hij kwam inderdaad helemaal alleen te staan. Als je heel dit Bijbelboek achter elkaar leest, word je niet blij. Was Jeremia zo’n negatieveling? Nee, dit was de boodschap die God hem opdroeg te verkondigen! Jeremia heeft er zelf behoorlijk mee geworsteld. Maar hij kon Gods woorden niet tegenhouden en móest spreken. In Jeremia’s leven zie je de strijd van een mens die worstelt met Gods plan. Maar ook de moed om radicaal te zijn, de bijl aan de wortel van de boom te leggen.

Een verrotte boom was het, in die tijd, Gods volk. Jeremia is een afbeelding vooraf van de grootste profeet, Jezus. Hij praatte de mensen niet naar de mond: wat slecht is, moet aan het licht komen. Zonde en kwaad moeten uitgeroeid worden, totaal. Daarom is afbreken het eerste, niet opbouwen, in de opdracht aan Jeremia. Zoals Jeruzalem en de tempel die afgebroken, verwoest zouden worden. Wat ’n opdracht: uitrukken, afbreken, zoals je planten uitrukt en huizen sloopt. Dat is de kracht van profetische woorden, Gods woorden: mokerslagen. Eeuwenlang had God zijn volk gewaarschuwd: andere goden dienen leidt tot ondergang. Nu komt Jeremia, zijn woorden worden de finale klap.

En toch gaat het God uiteindelijk om het opbouwen, het herstellen. Zelfs van alle volken, de hele wereld. Ook vandaag rukt God uit en bouwt hij weer op. De profetische gave betekent, dat je zo naar het wereldnieuws kijkt, vanuit God. Hoe lang zal Nederland nog een vrij land zijn, waar we het goed hebben? Dat is aan hem, zijn woord waarschuwt ook ons: blijf dicht bij Jezus.

  1. Waken

Daarom moeten gelovigen waakzaam blijven. Ook voor Jeremia wordt dat in beeld gebracht: hij krijgt een amandeltwijg te zien. De boom die in Israël als eerste bloeit en de lente aankondigt. In het Hebreeuws klinkt de naam voor amandelboom bijna net zo als het woord voor waken. Het klonk dus zo’n beetje als ‘waakboom’.

Zo waakt ook God, dat zijn woorden waarheid worden. Voor Jeremia een geweldige troost: God houdt woord! Als hij straks in z’n eentje de elite de wacht aanzegt, mag hij weten: God zelf waakt erover. Gods woorden keren nooit leeg terug, bij hem geen loze woorden. Of het nu gaat om dreiging of om beloften!

Zo waakt hij ook vandaag nog over zijn woorden. Denk eens aan zijn belofte bij de doop van je kinderen. Er kunnen momenten zijn dat je denkt: het gaat mis, mijn kind maakt andere keuzes… Hij kiest wegen die wegvoeren van God. Je kunt diep twijfelen aan Gods beloften, maar doe dat niet: hij maakt ze waar! Bid God om de wacht te betrekken bij zijn woorden. Hij heeft met iedere mens een plan, al vanaf de moederschoot. Blijf dat geloven, daarop pleiten. Ook als je andere moeilijke dingen meemaakt: Gods trouw is dat hij zijn liefde nooit intrekt! Gods Zoon is gekomen, voor u, voor jou, voor mij. Laat dat je genoeg zijn, en wees moedig en sterk als een Jeremia. Hij roept ook ons, om zijn naam groot te maken in de wereld, voor alle mensen.

 

Amen.

 

Jer. 1, 4-12 Jer. 1, 4-12

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *