“Ik wil als Christus voor jou zijn”- Preek over Kolossenzen 3, 18 & 19

(Hieronder de preek zoals deze in januari 2019 opnieuw bewerkt is; Word doc onder de tekst).

Als je met de trein reist, dan weet je: mededelingen op stations beginnen niet meer met ‘dames en heren’, maar met ‘beste reizigers’. Daar heeft de NS sinds ongeveer een jaar voor gekozen. Dat is een hele maatschappelijke discussie geworden. Dat doet de NS om niet een bepaald geslacht of een geslachtelijk onderscheid in de mededelingen aan te brengen. Mededelingen zijn voor iedereen, en er zijn ook mensen die hun seksuele identiteit anders ervaren, bijvoorbeeld transgenders. Nu, dan zitten we ook meteen in die recente discussie over The Nashville Statement. Daar ga ik het nu niet over hebben, maar het raakt wel waar het vanmorgen over gaat. Want het is opmerkelijk dat veel christenen zich storen aan die trend in de maatschappij om dat onderscheid mannelijk/vrouwelijk wat minder te accentueren en het meer algemeen te zeggen (beste reizigers/mensen, of whatever). Kerkelijke mensen lijken dat soms af te keuren. Soms ook met vrij grote woorden (zoals in The Nashville Statement). Dan zegt men bijvoorbeeld: waarom het man en vrouw zijn ontkennen, dat is toch iets wat God heeft geschapen, daar mag je dan toch niet aan komen?

Toch kun je je afvragen of dat vanuit het evangelie gezien wel een juiste reactie is. Zeker, God heeft mensen mannelijk en vrouwelijk geschapen, lezen we in Genesis 1 (“mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen”). Maar als we protesteren tegen die maatschappelijke trend, moet je jezelf toch de vraag stellen, of we niet een bestaande cultuur te vanzelfsprekend vereenzelvigen met/gelijkstellen aan de Bijbel. En dat is een gevaarlijke move. Want: de schepping, bestaat die nog wel? Ja, natuurlijk, de aarde en wat God maakte bestaan. Maar bestaan die nog in de ongeschonden, pure vorm zoals God die ooit maakte? Dus zoals we die aantreffen in Genesis 1/2? En het antwoord is: nee, díe schepping is niet meer. Die onaangetaste schepping bestaat niet meer. Wij leven in een gebroken wereld. Die schepping, daar is een zondeval overheen gekomen, daar is heel veel kwaad in gekomen. En daar zijn culturen, gewoontes en tradities ontstaan, menselijke gewoontes, met dus ook heel veel ontsporing, scheefgroei, heel veel kwaad! Dus je kunt niet zo maar de cultuur, gewoontes, gelijk stellen aan de schepping van ooit.

Het is anders. Voor een christen wordt het hele leven anders. Een christen, iemand die verbonden is met de Heer Jezus, die kijkt door een andere bril naar deze wereld: de bril van het evangelie. De bril van het Goede Nieuws. Wij kijken door de bril van het koninkrijk van de hemel, van Gods Goede Nieuws voor en in een aangetaste wereld.

Dat ik u dit allemaal vertel is omdat dit nu precies de kern is van Paulus’ brief aan de gemeente in Kolosse. Het gaat daarin over het nieuwe leven (wat in de NBV ook boven het gedeelte staat dat we lazen, en waarvan we zo juist ook zongen: “Geef dat ons nieuwe leven is een lichtpunt in de duisternis”). God schept nieuwe mensen, die hun licht gaan verspreiden, die anders in de wereld staan. “In Christus” (zoals in de oude vertaling nog wel staat) ontstaat er een nieuwe werkelijkheid. Zoals Paulus hier ook zegt in vers 11: “Dan is er geen sprake meer van Grieken of Joden, besnedenen of onbesnedenen, barbaren, Skythen, slaven of vrijen, maar dan is Christus alles in allen.” Die woorden lijken sterk op Galaten 3,28 waar Paulus iets soortgelijks zegt en waar hij in dat zelfde rijtje ook zegt: dan is er ook geen sprake meer van man of vrouw! Daar heb je het dus: ook het man of vrouw zijn komt in een ander licht te staan. Het wordt niet ontkend, er zíjn mannen en vrouwen. En er zijn mensen die niet weten wat voor identiteit ze hebben of hoe dat precies zit, en dat is heel ingewikkeld. Maar toch, in Christus is noch man, noch vrouw, zegt Paulus dus o.a. in Galaten 3. In Christus ontstaat een nieuwe werkelijkheid. Daar begon deze brief al mee: “Aan de heiligen in Kolosse, gelovige broeders en zusters die één zijn in Christus”! Ook daar zie je al, dat dat onderscheid wegvalt, in ieder geval in een ander licht komt te staan. En vervolgens is heel deze brief een en al uitwerking daarvan, van dat ‘in Christus’ zijn. Daar zoomen we nu eerst op in, op die uitdrukking ‘in Christus’.

1 In Christus

In Christus, wat is dat? Om het even heel simpel te houden, het woordje in gebruiken we doorgaans om een plek aan te geven, om te zeggen waar je bent. We zijn nu in de kerk. Zo kan ik ook het in Christus zijn het beste uitleggen: wij zijn in hem, als in een soort ‘ruimte’. Heel verhelderend (maar dan wordt het gezegd over God) is de tekst van Handelingen 17,23, waar Paulus de Atheners toespreekt op de Areopagus, en dan zegt over die God die hij verkondigt: “In hem leven wij, bewegen wij en zijn wij”. Bij die tekst kun je denken aan het beeld van een vis in het water. Een vis kan alleen ín het water leven, in het water is hij ‘in z’n element’. Buiten het water stikt hij, zoals een mens in het water verdrinkt.

Dus zo ben je als gelovige in Christus: in hem, in zijn ‘ruimte’. En dat is als je gelooft in hem, de enige ruimte waarin jij nog kunt leven. Buiten die ruimte stik je, net als die vis. Dan ga je dood, daar is geen leven. Alleen in Christus leef je nu. Dus die uitdrukking ‘in Christus’, die vaak in de brieven van Paulus voorkomt, is een heel compacte uitdrukking. Die je eenheid met Jezus uitdrukt, je geloofsverbondenheid met hem, dat je één bent met hem. Daarom vertaalt (of beter: omschrijft) de NBV dit ook zo: “je verbondenheid met de Heer”. Zo staat het ook hier in vers 18: “Erken het gezag zoals past bij uw verbondenheid met de Heer” (oude vertaling: “zoals het u betaamt in de Here”).

En eigenlijk gaat heel deze brief daarover, over die eenheid met Christus. Ik noemde al het begin, maar ook verder in de brief kom je dit een aantal keren tegen. Je leeft nu in een nieuwe werkelijkheid. Geloven is niet maar, dat je gelooft dat Jezus voor jouw zonden gestorven is aan het kruis, dat zeggen we vaak zo, haast vanzelfsprekend (wat het niet is trouwens). Maar dat is maar één kant van je verlossing. Je verlossing houdt veel meer in, is veel rijker. Je bent namelijk als je dat gelooft ook een nieuwe mens geworden! Door je verbondenheid met Jezus ben je een nieuw schepping. Daarmee begon ook dit hoofdstuk (3,1): “Als je nu met Christus uit de dood bent opgewekt, streef dan naar wat boven is, waar Christus zit aan de rechterhand van God (…). U bent immers gestorven (je oude zondige ik), en uw leven ligt met Christus verborgen in God”. Je sterft met hem, je herleeft met hem. In die verbondenheid met Christus ga je de zelfde weg als hij: sterven, opstaan. Als nieuwe mens sta je in het leven. En die verandering, daar gaat het om. Je ondergaat een ‘transformatie’, krijgt een andere vorm. En wat is dat dan? Dat is dat je steeds meer op Jezus gaat lijken.

Kijk nu eens vanuit dat nieuwe bestaan naar dat scheppingsverschil tussen man en vrouw. Ja, dan moet je zeggen: dat valt daarin weg, d.w.z.: het wordt niet meer allesbeheersend, het is niet meer het enige wat ertoe doet. In Christus is dat minder relevant geworden. Niet dat je dan niet meer kunt zien wie een man of een vrouw is, doorgaans zie je dat wel, de oude schepping wordt niet ongedaan gemaakt. Maar in Christus word je een nieuwe schepping en krijgt dat geschapen zijn een andere betekenis.

Zo valt bijvoorbeeld ongelijkheid weg, die is gegroeid binnen onze menselijke cultuur. Mannen en vrouwen worden in hem gelijk. Culturele ongelijkheid, dus wat op de bodem, de vloer, van de schepping is ontstaan, valt weg. Dus: elke ongelijkheid die niets te maken heeft met Gods oorspronkelijke schepping en met de komende schepping, het koninkrijk van de hemel. Die ongelijkheid is gegroeid in een geschonden wereld, in de culturen van mensen, waarin heel veel zonde en scheefgroei zijn gekomen. De schepping was goed, in menselijke culturen zit kwaad ingebakken.

Bijvoorbeeld, en dat vinden we uiteraard zonneklaar, het onrecht van vrouwenonderdrukking. We kunnen niet ontkennen dat in menselijke culturen vrouwen zijn vernederd en nog steeds worden vernederd. En, en nu wordt het spannend, daarvoor hoeven we echt niet alleen maar te kijken naar oosterse culturen. Zo kijken we vaak vanuit onze ‘verlichte’ maatschappij naar bijvoorbeeld Arabische landen. Die culturen worden dan soms zelfs achterlijk genoemd, wat iets neerbuigends heeft. En inderdaad is het zo, dat vrouwen in die culturen verstopt worden, weggestopt zou ik bijna zeggen, onder allesbedekkende kleding, maar ook in de huizen. Ze hebben geen stem in de samenleving. Maar nogmaals, het is makkelijk om daar naar te kijken, kijk ook eens naar onze eigen cultuur, onze eigen gewoonten en tradities. Ook in de kerk, die zich maar al te vaak met de bestaande cultuur vereenzelvigd heeft. Staan vrouwen, in de kerk, op het niveau waarop zij in Christus staan? Een vraag, waarop ik nu geen antwoord geef, maar die ik graag u mee geef. Kijk zo eens naar onze praktijk, onze manier van kerk zijn. Stuurt deze brief van Paulus, zoals ook de brief aan de Efeziërs (Efeziërs 5!), ons daarin dan niet fors bij? Gaan we dan niet merken, dat er soms iets wringt? In hoeverre nemen wij elkaar als mensen voluit serieus? Dat zijn vragen om met elkaar eens over door te spreken. Bevraag elkaar eens: hoe denken we hierover, wat zien we dan? En Paulus spreekt in deze brief niet voor niets over het belang van goede relaties (dat heb ik ook boven deze prekenserie gezet). Goede relaties zijn voor christenen je relaties zoals ze eruit gaan zien ín Christus. Relaties worden, als je leeft als die nieuwe mens, anders, rijker, hoger.

2 Erken het gezag van je man?

Paulus begint dan als hij het heeft over het nieuwe leven van mensen-in-Christus met het aanspreken van de vrouwen. Erken het gezag van je man. Een spannend zinnetje! Daarmee zitten we, denk ik, meteen midden in een behoorlijk vraagstuk, laat ik het zo maar even typeren. Want lijkt zo niet meteen alles wat ik hiervoor heb gezegd over gelijk zijn in Christus in de lucht te hangen? Wat gebeurt er met jezelf als je deze woorden hoort en leest: als man, maar zeker ook als vrouw? Steiger je niet meteen als je deze woorden leest?

Want laten we eerlijk zijn: gezag, daar hebben we niet zoveel meer mee! Ik weet uiteraard, dat vooral de oudere generaties (including me…) zeer gezagsgetrouw zijn opgevoed. Vanuit die opvoeding voedde ik ook zelf weer mijn kinderen op. Ik zei tegen ze: als de leraar jou eruit stuurt, kun je wel sputteren, maar hij is de baas! En dan heb je dat maar te pikken. Nou, daar hebben we stevige gesprekken over gevoerd. Want “ja maar, hij dit en dat”. Zo zitten we tegenwoordig in elkaar. Dat zou je 60, 70 jaar geleden niet in je hoofd halen! Daar zie je aan: gezag verandert. De manier waarop we tegen gezag aankijken verandert. Daar is niks mis mee, dat gebeurt, daar zijn we zelf bij. Het gaat erom, hoe zoek je daar nu een nieuwe weg in, in deze tijd. Wat ik maar wil zeggen is: ook dat is cultuur, hoe je met gezag omgaat. Menselijke opvattingen, in een bepaalde tijd ontwikkeld, door christenen, maar ook door anderen, die bepaalden de manier waarop we met gezag omgingen. Maar vandaag roept die vroegere manier van kijken naar gezag veel weerstand op. Ik merk dat ook aan jongeren op catechisatie, die staan daar totaal anders in. We staan veel dichter bij elkaar, gezag krijgt een heel andere inhoud, daar moet je echt iets voor doen om geloofwaardig te zijn.

Hoe zit dat nu hier, in deze tekst? Nu, in Paulus’ tijd was dat anders. Daar was niet zo veel weerstand tegen die verhoudingen van hoger en lager. En wat Paulus doet, is aansluiten bij die tijd, bij hoe het toen was, in de toenmalige samenleving. Gezag was normaal. Alleen moeten we opletten, opnieuw doet Paulus dat vanuit het licht van het evangelie. Hij doet het op een unieke manier. Vanuit het evangelie laat hij het licht schijnen over de verhoudingen van toen. Want nogmaals, er staat wél iets achteraan: erken het gezag van je man, zoals past bij je verbondenheid met de Heer! En hier staat dus die uitdrukking: “zoals je past in de Heer”! Wat betekent dat nou? Dat betekent dat vrouwen dat gezag erkennen op de manier van de Heer, als de Heer. Als mensen die één zijn met hem. Dus geeft Paulus aan dat gezag dat toen heel normaal was een eigen kleur, de kleur van het evangelie, van het koninkrijk van de hemel. Het gaat dus niet om een soort militaire discipline, alsof mannen hun bevelen kunnen uitdelen en vrouwen maar hebben te gehoorzamen. Zeker is dat een diepe neiging van mannen, toen, nu nog steeds, dat zit er een beetje in. Het gaat er ook niet om dat er blinde gehoorzaamheid wordt geëist (doe wat ik je zeg!). Welnee, het gaat om erkenning van de plek van de ander op de Christusmanier, als Jezus. Dat is misschien niet simpel concreet te maken, maar dat betekent dus dat je naar Jezus moet kijken! We kennen dat polsbandje met die letters die betekenen “What would Jesus do?” Dat is eigenlijk een hele goeie. We moeten altijd weer naar Jezus kijken. Wat zou hij doen, en wat doet hij nu, door zijn Geest in en door mij?

Dus in het licht van wat Paulus hiervoor heeft gezegd over die nieuwe mens zijn alle gelovigen nieuwe mensen, en alle gelovigen, mannen en vrouwen, moeten dat gestalte geven. Mannen moeten dat gezag uitoefenen als Christus, dus met die karaktereigenschappen van Jezus zou je kunnen zeggen, die we hiervoor zien in vers 12: “…moet u zich kleden (als kleren die je ‘gegoten zitten’) in innig meeleven, goedheid, bescheidenheid, zachtmoedigheid, geduld”. Dat is de Jezusmanier. En vers 13: “…elkaar verdragend, elkaar vergevend, zoals God u in Christus vergeeft”! En zo moeten vrouwen met hun mannen leven, door zich zo aan hun man toe te vertrouwen. Niet in onderdanige onderwerping, dat wordt hier helemaal niet bedoeld, nee, er zijn in Christus twee dingen anders. Eén: in Christus is er geen ongelijkheid meer; en twee, nog belangrijker, in Christus is het iets wederzijds, iets wat twee kanten heeft. Dat zie je heel duidelijk in een parallelle passage, in Efeziërs 5: “wees elkaar onderdanig in de Heer” (vers 21).

Pas dat nou eens toe op onze huwelijken en relaties. En vergis je niet, wij gereformeerde christenen beschouwen onszelf doorgaans als zeer eigentijdse mensen, wij zijn bij de tijd, modern. Onze opvattingen zijn ruim en we beschouwen onze partner natuurlijk als gelijk. Zo ga je er als getrouwden mee om, er wordt behoorlijk gepolderd in onze huwelijken. Maar al zijn onze opvattingen modern, ons gedrag is dat niet altijd. In een gemeenschap die in Christus ademt, mogen we elkaar daarop aanspreken. Op bot gedrag, op eenzijdige verhoudingen, of op ongeduldig zijn, dat soort dingen. Christusgelijke vrouwen voegen zich in hun huwelijk, ze eren hun man in de zin van respecteren, ruimte geven. Bereid om zoals Paulus zegt te verdragen, te vergeven, opnieuw te beginnen, maar altijd samen, altijd van twee kanten. Samen leef je in het klimaat van het gezag van Christus. Hij heeft het voor het zeggen in jouw relatie. En zijn ruimte is een ruimte van liefde en genade. En zo krijgen onze relaties een heel andere kleur. Natuurlijk is de praktijk wel eens anders, en daar moeten we dan behoorlijk aan werken. Schakel alsjeblieft hulp in daarbij, vraag gebed van mensen die je vertrouwt. Maar dat is wat Jezus, Gods Woord, ons voorhoudt. Laat Gods genade in je huwelijk door mogen werken. Daar past natuurlijk helemaal geen slaafse onderwerping bij. Want wij zijn ook geen ‘slaven’ van Christus, in die zin dat we alleen maar een soort kadaverdiscipline hebben als we doen wat er in de geboden van God staat. Welnee, het gaat om dat nieuwe leven dat groeit in je hart, van binnenuit, door de heilige Geest. Het gaat erom dat je je aan elkaar geeft, toevertrouwt. Veiligheid zoekt bij de ander, veiligheid en geborgenheid zoekt en vraagt bij elkaar.

3 Heb je vrouw lief

Ik zei al, je kunt het wel met de mond belijden, maar hoe is de praktijk? Daarom spreekt Paulus nu de mannen aan, die komen ook aan de beurt. Heb je vrouw lief! Is dat nu zo wereldschokkend, zou je zeggen, is dat niet een open deur? Als getrouwde man hou je toch gewoon van je vrouw? Een open deur? Was het maar waar. Want je moet de vraag stellen: wat is liefde dan? Heb elkaar lief, dat is gauw gezegd, de hele wereld zingt liefdesliedjes. Wat is liefde? Alweer, als je christen bent, dan weet je, geloof je, belijd je: dat kan ik alleen leren van mijn Heer! Als de liefde van Christus mijn hart heeft veranderd. De liefde tussen man en vrouw wordt dan een uiting van Gods liefde voor jou, en voor beiden. Gods liefde voor zondaren.

Want dat is Christus’ liefde: dat hij zich gaf zonder eerst met een lijstje te komen met een aantal voorwaarden waaraan je moet voldoen. Nee, toen Jezus Gods Zoon op aarde kwam is niet eerst de vraag gesteld of de mensen wel op hem zaten te wachten (dat waren ze namelijk niet aan het doen; hooguit een aantal trouwe gelovigen). Dus, de liefde van Christus is totaal onvoorwaardelijk, eenzijdig, van boven naar ons toegekomen. Dat is Gods liefde. Hij gaf zich, en hij gaf zich helemaal, voor zondige mensen.

En in die lijn is liefhebben dus niets anders dan verantwoordelijkheid voor elkaar nemen. Dat geldt voor allebei de huwelijkspartners, maar niet voor niets spreekt Paulus daar nu de mannen op aan. Dat was in die tijd nodig, en misschien ook nog wel steeds in de onze. Hij bedoelt daarmee: mannen, schep in je huis en huwelijk een klimaat, een sfeer, alsof Jezus zelf daar is en woont (en als het goed is, woont hij er ook). Met andere woorden: zorg voor een sfeer waarin de mensen om je heen (dat geldt voor iedereen in je huis, maar hier allereerst in de relatie man-vrouw) zich veilig voelen, geborgen. Dan moet je best wel aan de slag, als man. Hoe ga jij zoeken op welke manier jouw vrouw zich veilig en geborgen, bewonderd en gewaardeerd voelt.

In de samenleving van toen was een vrouw namelijk beslist niet veilig. Een vrouw alleen was onbeschermd. Is dat eigenlijk niet nog steeds zo? De opdracht aan de man is dus om zijn vrouw aan alle kanten als een muur te omringen en beschermen. De Christussamenleving is dus, alweer, totaal anders dan de onherbergzame wereld. Nogmaals, is het vandaag anders? Er is nog altijd veel seksisme, en nog steeds kan dat zo maar binnensluipen in de manier waarop we als mannen naar vrouwen kijken, ook in de kerk. Hoe serieus nemen mannen vrouwen? Een vader die zijn zoontje uitlegt, dat vrouwen niet kunnen autorijden, geeft zijn kind een slechte opvoeding. Het gaat er niet om hoe sommige vrouwen autorijden, het gaat om dat generaliserende: vrouwen zijn/kunnen… Daarmee zet je ze respectloos weg, zelfs als grapje is het niet geslaagd.

Maar die wederzijdsheid betekent nog meer. Als je trouwt verwacht je, zonder dat je er echt bij stilstaat, dezelfde normen en waarden van je vrouw als waarmee je zelf bent opgegroeid. Als je daar niet bewust op reflecteert en niet open met elkaar over praat, kan dat zo maar tot scheefgroei leiden. Het komt dus aan op gesprek, uitwisseling, dat is: van elkaar willen leren. Dat is echt wel moeilijk: hoe leerbaar ben ik eigenlijk, hoe veranderbaar? Dat kan zo maar tot frustratie bij m’n partner leiden (“ik heb het al zo vaak gezegd, komt het wel binnen bij jou?!”). Dat soort dingen. Dat gaat echt niet vanzelf. Want het gaat er natuurlijk niet om, dat de één wint, en de ander inbindt. Nee, beiden komen vanuit hun eigen achtergrond bij elkaar, ik zeg tegen jonge stellen: er komen twee werelden bij elkaar. Daar heb je je hele leven, als je dat samen van God mag krijgen, je handen vol aan. Om die wereld van de ander te leren kennen. Om te beseffen uit wat voor gedachtewereld die ander afkomstig is. Je trouwt niet met een achtergrond, je trouwt met een unieke persoon met haar eigen achtergrond. Twee personen zijn vanaf dat moment samen verantwoordelijk voor hoe je met elkaar je leven samen inricht. Dus ‘heb je vrouw lief’, dat is opnieuw: hoe breng je de Christusliefde in praktijk?

Een flinke klus. De brief aan de Efeziërs is zoals ik al zei hierover zo mogelijk nog radicaler. In Efeziërs 5 krijgt de man een zeer verheven voorbeeld voorgeschoteld, namelijk Jezus zelf! Wees een heer in je huwelijk, zoals de Heer! Wees als Christus voor je vrouw.

 

4 “Ik wil als Christus voor jou zijn”

En zo komen we bij dat lied dat we straks gaan zingen. “Ik wil jou van harte dienen en als Christus voor jou zijn”. Het viel mij bij de voorbereiding (toen ik preekvoorbereiding hield en ook dit lied daar bij betrok), dat sommigen dat lied bijna Godslasterlijk vonden. Het zou suggereren, dat jij als mens jezelf aan Christus gelijk stelt. Dat kan toch niet, hij is God! Maar dat is een vergissing. Het is juist een heel Bijbelse verwoording van het hart van het evangelie zoals we dat in Kolossenzen leren. In Christus zijn, dat is één zijn met hem, zijn leven wordt jouw leven. Je sterft met hem, je oude ik, en je staat met hem op, je begint een nieuw leven. Dat nieuwe leven, dat kun je niet beginnen zonder hem! Dat doe je alleen mét hem. Als Christus zul je zijn, als je met hem opstaat. Zijn liefde, ja hij zelf, gaat je hart en leven vervullen en beheersen. Vernieuwd en veranderd door zijn Geest ga je inderdaad steeds meer op hem lijken. Als Christus zijn, in liefde, vergeving, zelfbeheersing, zachtmoedigheid, geloof, geduld, vriendelijkheid. Wat in Galaten 5 ‘de vrucht van de Geest’ genoemd wordt. Dat zijn niets anders dan de karaktertrekken van de Heer Jezus!

En daarom kunnen we dit lied ook elkaar in de gemeente toezingen. Prachtig: je zou eigenlijk in een kring moeten gaan staan, elkaar moeten aankijken en tegen elkaar zeggen: zo wil ik zijn voor jou! Jou liefhebben, jou dienen. Als Christus. Dat is nog eens gemeenteopbouw. Dan verdwijnt alle bitterheid en verzuring.

Want dat woord gebruikt Paulus hier ook, dat ten slotte. Er staat “heb je vrouw lief, wees niet bitter tegen haar”. En bitterheid, irritatie staat daar eigenlijk, is het tegenovergestelde van die liefde op de Christusmanier. Kom je in de buurt van frustratie, irritatie, dan moeten alle alarmbellen gaan rinkelen. Dan weet je, we moeten onmiddellijk samen op de knieën, samen zeggen: Heer, we hebben er een rommeltje van gemaakt. We probeerden het wel, maar wij zijn zo zwak, help ons alstublieft. Zo word je klein voor elkaar, en samen klein voor God. Om je te oefenen in Christus’ geduld en nederigheid, om te leren verdragen en vergeven, zoals Christus. Wie van genade leeft, leeft van Gods geven. En God die geeft, maakt van jou een mens die geeft. Niet jij moet aan je trekken komen, niet dat is geluk, die ander moet tot bloei komen. Dat is liefhebben. Zoals Christus zijn gemeente voor zich stelt als zijn bruid, stralend, zonder gebrek, heilig en zuiver.

 

 

Amen

 

Kol. 3, 18-19 (handout)

Kol. 3, 18-19

Kol. 3, 18-19

 Kol. 3, 18-19 (2019)

 

You may also like...

1 reactie

  1. 27 november 2018

    […] zocht de preek die ik over dit Bijbelgedeelte hield in 2017 nog eens op (http://nogmeer.pastorklaas.nl/ik-wil-als-christus-voor-jou-zijn-preek-over-kolossenzen-3-18-19/). Het was voordat ‘het M/V-vraagstuk’ in onze gemeente op de agenda stond. Maar het speelde […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *