Het imago van de kerk

De schandalen

De kerk heeft een slechte pers. Welke kerk, dat doet er niet toe. De misbruikschandalen waar de Rooms-Katholieke Kerk in grossiert, geven alle kerken een dreun mee. Heel wat mensen, al dan niet zelf met slechte ervaringen, zijn helemaal klaar met de kerk. En erger nog, met het geloof en God meteen ook maar. En daarnaast zijn vele andere kerken ook vanwege al dan niet grootschalige misbruikzaken of conflicten in opspraak.

Het lijkt dan ook niet op te houden. Het ene na het andere misbruikschandaal duikt op. Je krijgt zelfs de indruk dat seksueel misbruik of grensoverschrijdend gedrag eerder regel dan uitzondering lijkt te zijn (geweest?). Hoe dat komt, wat oorzaken of genererende factoren zijn, daar moet zeker nog meer onderzoek naar gedaan worden. Feit is, dat het nieuws er bol van staat: het zijn al lang geen honderden meer, nee duizenden lijken op de een of andere manier in hun jeugd slachtoffer te zijn geworden in grijpgrage handen van priesters en paters.

Hoe reageer je nu als kerk op die slechte pers? Die vraag kwam deze week aan de orde tijdens onze halfjaarlijkse pastoreslunch (en afwisselend -ontbijt). Onze gastheer, deze keer van de Bonifaciuskerk (RK), stelde het thema aan de orde. Hoe kunnen we negatieve publiciteit ombuigen, hoe kunnen we zorgen voor een positiever imago? Ik noteer hierbij enkele gedachten die in onze bespreking langskwamen.

Het belang van de Macht: de doofpot

Hoe negatieve publiciteit te keren? Bij die vraagstelling zelf kun je al zo je vraagtekens hebben. Gaat het er om het slechte imago om te buigen? Moet dat onze eerste zorg zijn? Moet niet juist de zorg voor de slachtoffers voorop staan? Dat het blazoen van de kerk bevlekt is, is een feit. Maar dat meteen weer willen oppoetsen, geeft dat niet een heel verkeerde indruk? Alsof onze eerste zorg is de kerk van blaam te zuiveren.

Een eerste regel voor hoe je werkt aan je imago lijkt me daarom: wees volstrekt transparant. Ontken niets, verbloem niet, poets niets weg. Blijf juist dicht bij de feiten. Zeker, negatieve beeldvorming bestaat ook vaak uit valse aantijgingen of gooien met modder. Dat moeten we dan maar nemen. Negatieve beeldvorming hoort bij de kerk. Jezus werd ook verguisd. Toch is Hij onze Heer. Wij zijn besmet, Hij was zuiver. Hij onderging zijn vernedering waardig als een koning. Tegen valse beschuldigingen moet je je niet verweren, en daar kun je ook nooit tegenop. Wie dicht bij God leeft, vreest geen nepnieuws (“Voor een vals gerucht zal hij niet vrezen, hij is standvastig en vertrouwt op de HEER”, Psalm 112 vers 7). Maar gaat het om verwijtbare zaken, wees dan dus oprecht. Ontkennen of verbloemen wekt alleen maar achterdocht, en terecht.

Komt hier niet een zwakte van de kerk aan het licht als het gaat om die transparantie? Gebrek aan communicatie en transparantie zijn niets anders dan tekenen van angst. En die angst heeft te maken met het belang van de Macht. Als leiderschap niet dienend leiderschap is maar autoriteit wordt, is er maar één belang: ‘geen vuile was buiten’, vrees om eerlijk te erkennen dat je fout zit. Macht heeft belang bij de doofpot, en wil maar één ding: de eigen positie veilig stellen, eigen straatje schoonvegen. Is juist dat niet de zwakte in de Rooms-Katholieke Kerk met haar hiërarchische structuur, waarin de hogere autoriteiten de lagere dirigeren en waarbij de macht regeert door elkaar de hand boven het hoofd te houden? Zelfs het (te lang) zwijgen van deze ‘goede Paus’, zo geknuffeld door velen in en buiten de kerk, wekt die indruk!

Ook charismatische leiders kunnen narcistische tirannen worden en oudstenraden tuchtcolleges die vooral de groep zuiver willen houden en wat afwijkt genadeloos uitsluiten.

Maar laten we eerlijk zijn, als het gaat om machtsstructuren en dito spelletjes heeft niet alleen de RK het monopolie. Gereformeerden en evangelischen kunnen er ook wat van! Charismatische leiders kunnen narcistische tirannen worden, en oudsten- of kerkenraden tuchtcolleges die vooral de groep zuiver willen houden en wat afwijkt genadeloos uitsluiten. Gereformeerde kerken hebben de zelfstandigheid van de plaatselijke kerk hoog in het vaandel. In de praktijk kunnen ze zo eilanden worden waarop ouderlingen zich als regenten opstellen vanuit de gewichtigheid van hun ambt. Elke inmenging of interventie wordt als ongewenst beschouwd en buiten de deur gehouden. Stel je voor dat je op de vingers getikt zou worden, voor het forum der gemeente… Als leiderschap geen dienende houding aanneemt maar op de troon van het gezag gaat zitten, gaat dit onherroepelijk ontsporen in een houding van zelfhandhaving. Als het niet gebeurde zou ik het niet zeggen. Laten we maar niet meewarig naar de RK kijken…

Prioriteit van het slachtoffer

Daarom is een tweede stelregel in dit soort situaties: alle communicatie zal gericht moeten zijn op bescherming en herstel van de slachtoffers. Eerlijke communicatie betekent erkenning van de grensoverschrijding en van het feit dat het leiderschap daarvoor verantwoordelijk is. Slachtoffer zijn is niet maar een subjectief bezeerd zijn. Het gaat niet om ‘zielige’ mensen, het gaat om unieke en verantwoordelijke personen die aan de zorg van zorgers (herders) toevertrouwd waren! Toevertrouwd betekent: ze géven zichzelf. Ze geven zich over omdat ze die ander vertrouwen. Er is dus een ongelijke verhouding: een mens in een kwetsbare situatie en dus kwetsbare positie, die zich genoodzaakt ziet hulp te zoeken bij een zielzorger die hulp kan bieden, geeft zich over in zijn handen (d.w.z.: aan zijn zorg).

Dit is een uiterst precaire relatie! De ‘herder’ heeft een ‘schaap’ onder zijn hoede, zoals Jezus ons leerde (Johannes 10). De herder is sterk, het schaap is zwak, kwetsbaar. Dat vraagt van de herder uiterste terughoudendheid: “wie één van deze geringen die in mij geloven (zegt Jezus in Matteus 18 vers 6) van de goede weg afbrengt, die kan maar beter met een molensteen om zijn nek in zee geworpen worden en in de diepte verdrinken.”

Vergeving voor de dader?

En dit brengt ons op een derde thema in ons pastoresoverleg. De vraag werd gesteld: de kerk, juist de kerk, moet toch ook van vergeving weten? Daar werd onmiddellijk op gereageerd. Vergeving is wederom een daad, een stap van vertrouwen. De enige die die stap kan zetten is het slachtoffer. Vergeving kan nooit afgedwongen worden vanuit de normatieve aanname, dat christenen elkaar toch ‘moeten’ vergeven. Ook daarmee zijn al te veel brokken gemaakt. Ooit hoorde ik het verhaal van een gemeente in het Pinkster-spectrum, waarin een slachtoffer voor de oudstenraad (mannen!) moest verschijnen. Dezen zetten haar voor het blok: Jezus vraagt van je dat je vergeeft. De dader was aanwezig en zij werd gesommeerd hem te vergeven. Daarna hieven ze het glas, deden een gebed en gaven de aangeslagen vrouw een hug. Ze vertrok, en buiten gekomen keerde haar maag zich om en gaf ze over.

Dat we ‘moeten’ vergeven kan dus opnieuw een opgelegde maatregel van de ‘Macht’ zijn! Vergeving moet nooit moeten. Moeten vergeven kan niet, willen vergeven (bereid zijn tot vergeven) kan iemand misschien wel, kunnen vergeven misschien (nog) niet. Bovendien vraagt vergeving om erkenning van de schade en het leed dat is aangericht (Psalm 32). De dader zal zelf verantwoordelijkheid moeten nemen voor zijn daden. En dan nog kan alleen het slachtoffer bepalen wanneer het zo ver is (misschien wel nooit).

Is er dan nooit meer enige rehabilitatie mogelijk voor een leider of voorganger die een misbruikdader werd of anderszins grenzen overschreed? Ik vind dat zeer, zeer moeilijk. Ik ben een mens van vlees en bloed, ik bid God in die zwakheid vaak dat Hij me bewaart voor dit grote kwaad. Als een kwetsbare mens bij mij uithuilt en ik vaderlijke gevoelens voel opkomen, ben ik op mijn hoede. Wat je eerste neiging is, iemand tegen je schouder laten uithuilen, is juist onwenselijk en kan (over en weer) helemaal verkeerd geïnterpreteerd worden of op een andere manier een eigen dynamiek krijgen. Ik bid God, dat ik liever met die molensteen ten onder ga dan dat ik die kwetsbare persoon nog verder kapot zou maken met grensoverschrijdend gedrag. Op mijn werkkamer heb ik twee ongemakkelijke stoelen waar je niet met twee in kunt zitten, en nog vaker praten we met mijn ronde tafel tussen ons in. Als er tranen komen schenk ik een glas water in en schuif een doosje tissues over de tafel. En zo zijn er meer ‘voorzorgsmaatregelen’ te nemen. Want één ding: zo lang het me niet overkomen is dat ik die grens overschrijd, zeg ik aan de voorkant tegen mezelf: nooit zou ik meer op dat podium of op die preekstoel willen staan! Heb je het vertrouwen geschonden, dan moet je dat in ieder geval niet zelf terug willen nemen.

Als er tranen komen schenk ik een glas water in en schuif een doosje tissues over de tafel

Iets anders is dat anderen daarover kunnen beslissen. Zeker, de kerk grossiert ook in vergeving als het goed is. Maar hoe geloofwaardig is de boodschap over het Heilige uit de mond van een (ex-?)dader? Daar kunnen alleen anderen dan jij zelf over beslissen. Tot die tijd ben je gewoon niet meer geschikt en verdien je het vertrouwen niet meer.

Herstel

Bij die slechte pers moeten we maar niet te lang stilstaan. Het imago van de kerk oppoetsen kun je niet. Alleen eerlijk zijn over fouten en misstanden helpt. Dat geldt toch voor iedere mens ook persoonlijk? Fouten erkennen is geen gezichtsverlies maar maakt je juist geloofwaardiger. Je neemt verantwoordelijkheid voor je daden. Ik weet het, in de ‘gewone wereld’ wordt fouten erkennen gezien of ervaren als zwak. Mag die zwakte dan juist de kracht van de kerk van Jezus zijn (2 Korinthe 12 vers 9)? Zijn visitekaartje is het onze. En mag dat dan in de kerk ook veilig zijn? Daar komen niet de mensen bij elkaar die sterk zijn en succesvol of machtig. Nee, de gewonden en verslagenen van geest. Juist dat schept de band die ons tot kerk maakt: dat we samen van genade leven. En dat geen mens zonder die vergeving van Boven iets voorstelt. Zo begint de heling van je leven: daar waar we samen zwak kunnen zijn.

Vaak zingen we in de kerk Psalm 147 (als ik voorga kies ik die psalm vaak, laat ik het zo zeggen). In de berijming zijn dit prachtige woorden:

“Lof zij de HEER, goed is het leven als ’s Heren lof wordt aangeheven.
Lieflijk en recht te allen tijde is ’t onze God ons lied te wijden.
Hij bouwt de stad door Hem verkoren, het volk in ballingschap verloren
brengt Hij er samen, heelt hun wonden, hoezeer hun harten zijn geschonden.”

 

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *