Het eindeloze gesleutel aan besluitteksten

Synodes zijn echt mannenvergaderingen. Eindeloos zijn de rondes, waarin de één na de ander z’n zegje meent te moeten doen. Vooral bij procedures en het formuleren van besluitteksten, amendementen en tegenvoorstellen komt de één na de ander met een stellig uitgesproken standpunt. Daarbij valt de spitsvondigheid en intelligentie op. Ook lijken al die sprekers allemaal heel goed te weten waarom sommige procedures ‘onaanvaardbaar’, ‘onordelijk’ of ‘tegen de reglementen ingaand’ zijn. Ook ‘kwesties van orde’ zijn niet van de lucht.

Ook valt me op, hoe vasthoudend iedereen is. Heb je eenmaal een stelling ingenomen, dan verlaat je die positie niet. Bewegen lijkt gezichtsverlies te heten. Daarmee krijg je ook het idee dat het veelal draait om het ego van de sprekers.

Ik kan er niets aan doen, maar tijdens deze eindeloze sessies dringt een onmiskenbaar gevoel van vervreemding zich aan mij op. Ik heb grote moeite me met deze sfeer en gang van zaken verbonden te voelen. Sterker nog, ik vraag me verbijsterd af: hoor ik hier bij?! Nee, is mijn conclusie: ik sta op grote afstand hiervan.

Mis ik een belangrijke eigenschap, die je toch wel moet hebben als lid van een kerkelijke vergadering? Maar ik kan niet anders zeggen dan dat ik hier een grote afkeer bij ervaar. Heel soms doe ik er aan mee, als ik denk dat ik toch ook iets heb te melden, dat niet aan de aandacht mag ontsnappen. Meestal is dat toch niet zo, en ga ik weer zitten met de vraag wat voegt het eigenlijk toe? Of moet ik eigenlijk zeggen: wat knap dat al die mannen dat zo goed weten allemaal. Ik bewonder ze. Ik zou het niet kunnen. Misschien ook wel niet willen, maar ok ik geef ze een goed cijfer voor al hun hoogstaande deliberaties.

Maar er is nog iets. Ik voel, dat ik aanloop tegen zoiets als wat ik eerder wel noemde het ‘zelfreinigend vermogen van de GKv’. Een fietswiel wil altijd rechtuit, een bocht maken kost energie. Het is verrassend, dat er zo ongelooflijk weinig mensen zijn, die blijk geven van context-gevoeligheid of noem het urgentiebesef. Maken jongeren nog mee wat wij hier allemaal zo gewichtig zitten te bespreken en vast te stellen? Zouden vrouwen er ook op deze manier mee omgaan? Moeten we hiermee voor de dag komen in de wereld? Kunnen we dat? Dit zijn retorische vragen, naar het antwoord er op hoef je niet te gissen.

En dan nog iets. Ik moet er mee oppassen, ik mag mij niet verheffen. Maar hoort dit alles nou echt bij de corebusiness van de kerk van Christus? Zou Jezus hier willen zitten? Ik mag niet claimen van niet. Maar ik kan niet anders dan zeggen: ik herken van Jezus en zijn bedoeling en missie met zijn kerk niet veel. Zeker, dezelfde mensen gaan ook weer samen zingen en bidden na afloop. Ze menen het allemaal oprecht. Ik mag en wil daar ook niet over oordelen. Toch ontkom ik er niet aan om me hier niet bij thuis te voelen. Niet omdat ik meer in de Heer ben dan die anderen. Wel omdat ik me er niet mee hoef te verenigen en me iets anders bij kerk zijn voorstel.

Moet ik hier dan wel zitten? Had ik niet net zo moeten reageren als mijn collega’s die er niet over pie-ker-den om zich te laten afvaardigen naar de synode. Ze lachten en wuifden het weg. Volkomen irrelevant. Synodes praten en praten, op het vlak va de plaatselijke kerk doen mensen gewoon wat ze ervaren en zien als het belangrijkste waarvoor we kerk zijn. Ja, ik zit hier en heb me ermee verbonden. Soms is dat mooi en zijn er prachtige onderwerpen die echt gaan over waarom we kerk van Christus zijn. Andere dagen en sessies zijn zwaar en dodelijk vermoeiend. Of zou ik vandaag extra moe zijn, vanwege een korte nacht? En als het dan ook allemaal niet zo boeit, dan komt de slaap opzetten, he?

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *