Het einde van de middagdienst (en wat er dan echt sneuvelt)

(Onderstaand artikel is via een link verbonden met een kortere versie die ik schreef in De Schakel, mededelingenblaadje van GKv Het Kruispunt, Alphen aan den Rijn)

De middagdienst: een mislukt feestje

Dat middagdiensten minder bezocht worden, is echt niet iets van de laatste tijd. Dat speelde twintig jaar geleden ook al. Wat zijn achtergronden, waar komt het uit voort? In de classis Enschede hebben we dat ook echt onderzocht. Er blijkt een veelheid van redenen achter te zitten.

Pas de laatste tijd lijkt er iets bij te komen wat de middagdiensten niet ten goede komt: de eenzijdige aandacht voor ochtenddiensten. Dat moeten ‘top-ervaringen’ zijn. Ze worden propvol gestopt, daar moet het gebeuren. Een ontwikkeling met bedenkelijke keerzijden. Waar ik overigens zelf aan mee doe.

Daarom ben ik heel blij met de dienstleiders. Nu kun je veel meer samenwerken om tot een verantwoord geheel en een goede balans te komen. Zelf heb ik als dienaar van het Woord maar één ‘belang’: de prediking. Daar neem ik rustig de tijd voor. Maar door alles er omheen gaan mensen dat als te veel ervaren. De omgekeerde wereld wat mij betreft.

Niet dat ik zeg dat zingen en bidden bijzaken zijn. Maar de balans is zoek. Daar moeten we nu echt wat aan doen, en de dienstleiders zijn dan een uitkomst. Zij zijn ervoor om mee te denken en ervoor te zorgen dat er goed uitgedachte erediensten tot stand komen.

Wel zit ik in mijn maag met de blijvende schade aan de middagdiensten. Want de mensen die daar uit zijn verdwenen, komen veelal niet meer terug. Eenmaal gekozen voor ‘één dienst per zondag’ gaat dat te goed bevallen, om allerlei redenen. Nu al leidt dat tot een treurige bezetting op zondagmiddag. Je wordt daar niet blij van.

Toch is dat niet mijn grootste zorg. Want als ik een middag-/leerdienst voorbereid, doe ik daar niet minder mijn best voor dan voor ’s ochtends. De zorg die ik vooral heb, is dat de wegblijvers op die manier weinig meer in aanraking komen met het onderwijs van de kerk. Veel mensen lijken dat niet zo’n probleem te vinden: wat moet je met die kerkelijke leer, alle christenen geloven toch het zelfde? Het gaat toch om verbonden zijn met Jezus?

Dat is mooi gezegd maar wat mij betreft toch wat te dun. Dat alle christenen het zelfde geloven, is wel zo als het om Jezus gaat. Maar er zijn ook relevante verschillen, waar ik graag met die andere kerken en christenen vanuit de Bijbel stevig over door zou willen praten. Wat mij betreft kunnen dat heel opbouwende gesprekken zijn, waarin je van elkaar leert. Ontkennen dat die verschillen er zijn helpt dan niet echt om een goede basis te vinden.

Maar aan de andere kant wil ik ook mensen die zorgen hebben over de kerkelijke ontwikkelingen niet bijvallen. Sommigen willen in de huidige kerkelijke zoektocht naar identiteit terug naar de vroegere duidelijkheid. En die is dan vaak vooral verbonden met de kerk. Geloof is dan bijna een kerk-geloof. Maar is dat ook een Christus-geloof? Je kunt zeggen dat beide voor jou het zelfde zijn, maar dat blijft vaak te impliciet en wordt niet altijd zo door anderen ervaren. Dan kan het juist tot vervreemding en verwijdering leiden.

Gereformeerd worden

Wat dan? Nu, als je wilt weten waar ik op hoop, dan heeft dat te maken met gereformeerd geloven. Maar dan niet gereformeerd blijven maar gereformeerd worden. Gereformeerd geloven heeft nooit een eigen kerkinstituut willen vormen (al is dat er wel van gekomen). Het ging in gereformeerd geloven om een manier van Bijbellezen, die terug wil naar het hart, Christus. En die ook betekent, dat wij voortdurend verder vernieuwd worden door de herscheppende kracht van de heilige Geest (Romeinen 12 vers 2!).

Als ik dus leerdiensten verzorg, bijvoorbeeld aan de hand van de Catechismus, dan probeer ik dat te laten zien: hoe geeft Gods Woord ons nieuwe inzichten, en nieuwe impulsen aan ons geloof en leven in deze tijd? Zoals bijvoorbeeld in de preek onlangs over zondag 49: ‘hoe kun je Gods wil weten voor jouw leven?’. Dan gaat het me erom, dat we door gemeenplaatsen heen prikken en doorpakken naar de kern van de zaak. Van daaruit zie je nieuwe wegen, voor je geloof en leven in deze tijd.

Ik maak werk van leerdiensten, omdat ze gaan over die geestelijke vernieuwing. Het is daarom voor mij onbegrijpelijk, dat er vaak zo weinig op gereageerd wordt. Of het vernieuwende wordt niet echt opgemerkt (letten we dan wel op?), of degenen die daar werkelijk door geïnspireerd zouden kunnen worden, zitten op dat moment domweg niet in de kerk! Kortom, hier ligt voor mij een ernstige zorg. We kunnen nog een tijdje zo doorgaan, maar dan loopt het echt leeg. Niet alleen de middagdienst loopt dan leeg, het geloof lijdt dan aan een hartverzakking. Alle toeters en bellen in de ochtenddiensten kunnen daar niets meer aan verhelpen. We verliezen kleur en worden een grijze muis onder de muizen.

Ik daag een ieder uit om met mij mee te denken over het onderwijs in de leer en het belijden van de kerk. Ik heb al eens eerder mensen uitgenodigd om in een groep in gesprek te gaan over de vernieuwende en inspirerende diepte van de Bijbelse leer. Een prachtig boek is de Christelijke Dogmatiek van Van den Brink en Van der Kooi. Die durven nog eens thema’s aan de orde te stellen, waar hoognodig het stof eens af geblazen moest worden! Wie durft het aan, een serie gesprekken over hoe je echt gereformeerd, vernieuwd kunt worden in je geloof?

 

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Jaap van der Kroef schreef:

    Klaas ik wil graag mee-denken en -spreken over geestelijke vernieuwing. Het boek ken ik nog niet. Wanneer zijn de gesprekken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *