Hermenui-dinges, wa’s da?

 

Als synode gingen we donderdag en vrijdag 27 en 28 februari het bos in. Het is een geweldige ervaring dat ‘de synode’ niet een club vergadertijgers is, die agenda’s afwerken en stukken vreten, maar een echt geestelijk gemotiveerd team. Deze synode kiest bewust voor sessies buiten de formele agenda om, voor bezinning, gesprek, Bijbelluisteren en gezamenlijk gebed.

Dat doen we ook omdat druk ervaren die op deze synode ligt: verontrusting in de kerken over onderwerpen als vrouwelijke ambtsdragers, over de koers van de kerken, ook verwoord in een Appel van Gereformeerdekerkblijven.nl, ondertekend door 1500 kerkleden. Sommigen spreken van spanningen en vrezen het vertrek van velen als zoiets als vrouwelijke ambtsdragers werkelijkheid zou worden in de GKv. Wat is dan wijsheid? We lazen enkele Bijbelverhalen waarin dat ook gebeurt: iemand is ten einde raad en wat doe je dan? Koning Hizkia legde de brief van Sanherib aan de HEER voor en bidt om uitkomst. Dat is wat ook wij willen doen.

Eén van de onderwerpen waarvan we nader studie wilden maken is hermeneutiek. Het rapport over M/V in de kerk werkt daar nogal mee. Tot nu toe kenden we geen vrouwelijke ouderlingen, diakenen en predikanten. Dit was gebaseerd op een aantal Bijbelgedeelten (of op hoe die gelezen werden). Nu komt dit rapport tot een andere conclusie: de Bijbel geeft daar wel ruimte voor. Deze conclusie roept bij velen de vraag op: hoe kan iets wat we eerst op grond van de Bijbel afwezen, op grond van dezelfde Bijbel nu ineens wél? Het antwoord ligt volgens het rapport op het terrein van de hermeneutiek…

Vandaar dat sommigen zich afvragen: is dit dan ineens een nieuwe truc van theologen? Lazen we tot nu toe de Bijbel niet goed? Moeten we dus anders lezen en interpreteren? Zodat de weg vrij komt voor een door velen blijkbaar gekoesterde wens?

 

Wat is hermeneutiek?

Het onderstaande is geen verslag maar deels een eigen impressie en verwerking van wat onze adviseurs naar voren brachten, deels mijn eigen reflecties naar aanleiding daarvan. Wat is hermeneutiek? Hermeneutiek gaat over het overbruggen van een kloof tussen twee werelden, bijv. de werelden van talen of culturen. Dat is niet iets nieuws. In de gereformeerde traditie en theologie was het altijd al een volledig aanvaarde gedachte, dat je bij het lezen van de Bijbel een culturele vertaalslag dient te maken. We hebben geen enkele moeite met teksten als 1 Korinthiërs 11 over de hoofdbedekking van de vrouw bij het bidden of 1 Timotheus 2,8 over het bidden door de mannen met ‘opgeheven handen’. De vraag is: wat maakt nu dat we Bijbelgedeelten over de vrouw in de kerk anders behandelen?

Maar er is meer aan de hand. Want zo geaccepteerd als deze manier van Bijbellezen onder ons is, zoveel vragen bestaan er tegelijk over wat men noemt de ‘nieuwe hermeneutiek’. Het woordje ‘nieuw’ is voor sommigen meteen een trigger, vooral als je nieuwe ontwikkelingen vooral bekijkt binnen het kleine wereldje van de kerken. Daarin is ‘nieuw’ al gauw verdacht: wat nu weer voor nieuwlichterij!? Maar dat is een wat kortzichtige reactie. Vaak vergeten we dat wij als kerken en christenen volledig deel uit maken van de moderne cultuur en samenleving. Nieuwe inzichten die daarin opkomen, kun je als bedreiging zien. Maar dat doen we toch ook niet met allerlei nieuwe uitvindingen op technisch gebied? Dus nieuwe wetenschappelijke inzichten kunnen ons ook helpen in onze reflectie en ons begrijpen van allerlei zaken verhelderen.

Dat geldt dus ook van het lezen van de Bijbel! Nieuwe hermeneutiek is niet iets nieuws in die zin, dat het pas iets van de laatste jaren is. Het is ook niet iets wat nu ineens in de gereformeerde theologie opkomt. De benaming nieuwe hermeneutiek duidt op de wetenschappelijke, meer filosofische reflectie op het menselijke verstaan. Hoe werkt ons verstaan, hoe kom je als mens tot kennis, wat is waarheid, etc.

En die vraagstellingen werken vervolgens ook door op het terrein van de tekstinterpretatie, ook die van Bijbeltekst. Door de inzichten van de z.g. nieuwe hermeneutiek kwam er meer oog voor het feit dat het lezen en uitleggen van een tekst een complex proces is. Heel duidelijk kun je dat inzichtelijk maken als het gaat om het kijken naar een (abstract) kunstwerk. De kunstenaar heeft een bedoeling of vertolkt een gevoel. Maar de kijker kan er z’n eigen interpretatie aan geven en er zelf in zien wat hij wil. Is dat kunstwerk dan eigendom van de kunstenaar of van de kijker? Om die vraag gaat het dan.

Van wie is dus de Bijbeltekst? Of moet je de Bijbel van die benadering uitzonderen, omdat de eerste Auteur van de Bijbelgeschriften de Eigenaar is en blijft van de tekst? Gelovige Bijbelwetenschap zoals beoefend aan de Theologische Universiteit betekent eerbied voor die eerste Auteur en dus voor de Bijbel. Die houding proef je bij gereformeerde theologen. Tegelijk zal niemand echter ontkennen, dat je als je de Bijbel gaat lezen nooit blanco bent. Je weet al over God, het is je al verteld voordat jij zelf met het boek bezig gaat. Bovendien vallen bepaalde dingen je al direct bij eerste lezen op. Zo voel je culturele verschillen meteen aan, omdat je leest vanuit je eigen leefwereld. Daardoor ga je altijd met je eigen vragen naar de Bijbel toe. Als lezer speel je onmiskenbaar een bepaalde rol bij het lezen van de Bijbel.

Dit alles is dus niet nieuw, maar dit is wel een inzicht waar meer oog voor gekomen is door die z.g. ‘nieuwe’ hermeneutiek. Daarin is ontdekt, dat de rol van de lezer of kijker veel groter is dan men vroeger dacht. Ook kwam er meer oog voor het feit dat we de Bijbel lezen samen met anderen, in de gemeenschap van Bijbellezers.

Je kunt het zo samenvatten: er is een zender, je hebt de boodschap, en er is een ontvanger. Bij de Bijbel is de zender God. Hij neemt het initiatief, met behulp van de Bijbel maakt hij zich aan ons bekend. Dat vraagt eerbied voor de Goddelijke persoon achter het boek. Maar ook ik zelf, als ontvanger, speel een rol. Mijn eigen context, onze cultuur en leefwereld, doet ertoe. Die bepaalt bijvoorbeeld welke vragen we aan de tekst stellen.

 

Vragen

In groepen stelden we vragen op, die aan onze sprekers werden voorgelegd. Als het over M/V in de kerk gaat, lijkt het soms alsof er een ‘voorverstaan’ van de Bijbel een rol speelt. Dan grijpen we naar argumenten in de sfeer van ‘scheppingsorde’ en ‘universele waarheden’. Maar de grote vraag is: bestaan die wel? Bij ‘scheppingsorde’ bijvoorbeeld wordt m.b.t. de M/V-discussie het argument genoemd, dat de man eerst geschapen is en dus ‘hoofd’ is en dat de vrouw dus niet mag onderwijzen of gezag mag oefenen in de kerk. Scheppingsorde is echter een aanvechtbaar en misschien zelfs wel gevaarlijk principe om mee te werken.

Het komt niet uit de Bijbel, ook niet uit de theologie, maar uit de Griekse filosofie, en met name de Stoa! Het neo-calvinisme (Kuyper) importeerde dit begrip in de gereformeerde theologie. Scheppingsorde als tijdloze gegevenheden waaruit je Gods eeuwige gedachten of wil zou kunnen aflezen. Maar dit is behoorlijk speculatief en hoogmoedig. Bovendien is in het verleden gewezen op het gevaar van conservatisme en het meer hechten aan de status quo dan aan de wil van God voor nu, als je die z.g. scheppingsorde gaat verabsoluteren. Op die manier heeft het zelfs een rol gespeeld in Nazi-Duitsland! Als je al van ‘scheppingsorde’ wilt spreken, besef dan dat de definitie daarvan zeer kwetsbaar is. De schepping is niet eenduidig: zeker zie je er iets in van Gods bedoeling, maar tegelijk is er veel vertekening. Ook moet je in rekening brengen, dat de oorspronkelijke schepping niet Gods einddoel was. De bestemming, het koninkrijk van de hemel, stijgt daar bovenuit (zo schreef K. Schilder er al over in “Wat is de hemel?”). De orde die we moeten zoeken is die van Gods werken. En die werken ontdek je niet alleen in schepping maar ook in Gods herscheppende werk: de komst van zijn koninkrijk. Bovendien, als je voornamelijk vanuit de schepping zou willen redeneren, moet je de vraag stellen: waarom zou iets wat voor de volle breedte van de schepping geldt alleen gelden binnen de kerk? Dan geldt die z.g. orde toch allereerst en vooral in de hele samenleving? Geen mens die dat serieus overweegt! Als de verhouding man/vrouw vanuit een vermeende scheppingsmatige rangorde bepaald zou moeten worden, dan zouden christenen toch ook tegenstander moeten zijn van vrouwen in directie en regering van het land?

Je kunt dus wel iets van een orde ontdekken, maar altijd in de wisselwerking tussen wat de Schrift zegt en onze eigen historische positie. God heeft de man en de vrouw geschapen, maar daarmee is niet het laatste woord gezegd. Binnen die eerste orde van schepping is de mens verantwoordelijk om keuzes te maken en stappen te zetten op de weg die leidt naar Gods bestemming, de weg van het koninkrijk. Zo gezien is de Bijbel niet maar een simpel handboek vol teksten als bron van richtlijnen, de Bijbel is veel meer een oorsprongs- en bestemmingsboek: waar komen we vandaan, waar gaan we naartoe (uitspraak van J. van Bruggen). De schepping is het kader, het koninkrijk de richting. Wij moeten onze keuzes maken om verder te komen in die richting.

Ook met die ‘universele waarheden’  moet je oppassen. Het is een misverstand als je ‘universeel’ ziet als gelijk aan ‘tijdloos’. Tijdloze waarheden bestaan niet. De Bijbel zelf is niet tijdloos, God is zelfs niet tijdloos. Hij staat boven de tijd, maar geeft zijn openbaring in de tijd. Daarmee gaat ook God zelf binnen in de geschiedenis. Zelfs kun je zeggen, dat God zich aansluit bij die geschiedenis. De enige waarheid die de tijden verhuurt, is dat God trouw is en zijn woord houdt. Ook aan dit soort argumenten moeten we niet te veel ophangen.

 

‘Nieuwe hermeneutiek’: zegen of bedreiging?

Er is zeker reden om bepaalde zorgen te hebben over wat de ‘nieuwe’ hermeneutiek aandraagt. In de postmoderne benadering zit een deconstructivistische tendens. Dat maakt, dat je in ieder geval niet naïef moet omgaan met de inzichten die daaruit voortkomen. Maar anderzijds is er geen reden tot wantrouwen. Het menselijke fenomeen van het verstaan onderzoeken, daar is niets mis mee. En dan kun je er ook niet omheen, dat dit ook ons omgaan met de Bijbel raakt. Bedenk daarbij dat ook de ‘oude’ regels van Schriftverklaring altijd afkomstig zijn geweest uit de cultuur van die tijd. Zo hebben de reformatoren hun uitlegprincipes ontleend aan het humanisme van de Renaissance, en later hebben we weer gewerkt met inzichten uit de Verlichting. De drieslag tekst/auteur/lezer is en blijft dus onmisbaar. Het enige wat je in die ‘nieuwe’ hermeneutiek mist, is de erkenning dat we in de werkelijkheid van God leven.

We leven in een tijd waarin alles gedeconstrueerd is: eerst de auteur, toen de tekst en nu ook de lezer zelf, die manipuleert en vanuit eigen belangen of vragen leest. Juist als je in God gelooft, mag je erop vertrouwen dat wij de tekst kunnen verstaan. We lezen in geloof, hoop en liefde: tekst en auteur zijn in die zin onze naaste, die we liefhebben en respecteren. Paul Ricoeur zegt: we moeten eerst afbreken (omdat er veel is waarmee we de tekst en het verstaan ervan in de weg staan), maar vervolgens mag er ook weer een nieuwe onbevangenheid komen, om in vertrouwen met de tekst om te gaan. Nieuwe hermeneutiek heeft bij ons orthodoxe christenen de  ogen ervoor geopend, dat we vaak te naïef zijn geweest in ons omgaan met de Schrift. Alsof we zo maar één op één tijdloze en onomstotelijke data uit de Bijbel zouden kunnen halen. Zelfs de Reformatie had al oog voor de factor van de subjectiviteit van de Bijbellezer. We lezen de Bijbel altijd in en vanuit onze eigen cultuur. En ook van de cultuur die je aantreft in de tekst zelf is veel meer kennis gekomen. Dus moet je dat altijd verdisconteren en kun je niet zo simpel meer zeggen “je moet het doen met de Bijbel alleen”, dat is echt een treurige vorm van zelfbedrog.

Wat wel nieuw is, dat is de reflectie hierop. We hebben onze onschuld verloren, zegt Ricoeur: we hebben een nieuwe onbevangenheid nodig. Die kunnen we alleen vinden, als we dieper beseffen dat Bijbellezen een proces is in afhankelijkheid van de Geest van God, die ons hart moet openen voor de stem van God en zo de Schriften voor ons open legt, ook in hun intentie voor vandaag.

 

Bemoedigend

Deze bezinning heb ik ervaren als bemoedigend. Het is goed om de moeilijke vragen die aan de orde komen rondom het M/V rapport te beschouwen vanaf een wat hogere denkpositie. Het is bevrijdend en het geeft een stuk rust. De inbreng van deskundige adviseurs geeft een stuk steun in de rug, als je merkt dat ons hele denkproces onder de druk staat van velen die meekijken en daarbij soms ook al bij voorbaat oordelen. In afhankelijkheid van de Geest van de Heer gaan we zo vol goede moed op weg naar de datum waarop keuzes gemaakt zullen moeten worden. Bid allen om zijn leiding!

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Lambert Wierenga schreef:

    Mij lijkt het verstandig om, alvorens die vage hermeneutiek weer eens te gaan bedenken, de studie ter hand te nemen van de wetenscgappelijke literatuur over ‘interpretatie’. De gewone, ‘profane’ dus.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *