HC zondag 50 – Stop met bidden om dagelijks brood!

Bidden om brood, wie doet dat nu nog? Ja, de meeste kerkmensen bidden aan het begin van de maaltijd, gewoontegetrouw. Maar waarom zou je? Voor de meesten geldt: je koopt je eten zonder erbij stil te staan. Je grijpt in de schappen, vult je boodschappenwagentje, gaat naar de kassa. OK, je weet: in grote delen van de wereld is dat totaal anders. Miljoenen mensen en kinderen leven ver onder wat wij een ‘bestaansminimum’ noemen. Jij hoeft je meestal niet af te vragen of je morgen wel eten hebt. Bidden om je dagelijks brood, wat is dat dan?

In Johannes 6 waarschuwt Jezus de mensen. “Jullie komen naar mij toe alleen maar omdat ik jullie honger gestild heb”. Het was een dag na dat bekende broodwonder. Gewoon brood, zegt hij, stilt je honger maar voor even. Morgen heb je het alweer nodig, dan is je brood op en je maag alweer leeg. Het brood dat ik kan geven is brood waardoor je nooit meer honger hebt. Je leeft er niet maar een dag of een paar dagen van. Door dat brood leef je eeuwig.

Wat is dat dan voor speciaal brood? Dat willen de mensen wel hebben. Ze snappen er niets van.

Wat Jezus hier aan de kaak stelt, is de consumptiementaliteit van de mensen. Wij mensen willen lekkere hapjes, hapklare brokken, eten uit de muur. Dat geldt voor het hele leven. Ik zie een autoreclame op tv, meteen ben ik ontevreden over mijn eigen wagen. Er komt een nieuwe smartphone, meteen wil ik mijn oude inruilen voor die nieuwe. Je ziet een mooie vrouw, meteen denk je aan seks. Je loopt langs een restaurant, meteen wil je uit eten. Je zit in de kerk, meteen wil ik dat de dienst me een kick geeft. Je hoort een preek die je niet direct pakt, meteen wil je die ene voorganger die zijn gehoor zo ongelooflijk boeit. Je kinderen vinden de liederen saai, meteen willen we naar een praisekerk.

De ontevredenheid heeft ons behoorlijk te pakken. Hoe praten we onderling over de kerk, over de diensten, de predikant? “We komen niet aan onze trekken, we gaan ergens anders bijtanken”(het afschuwelijke woord alleen al!).

En daarover gaat het nu precies hier in Johannes 6: die ontevredenheid, die gulzigheid. Jezus stelt je voor de keus: voor de afgod van je eigen buik, de bevrediging en verzadiging. Of buig je voor de levende Heer, in overgave en besef van jouw echte nood? Jezus zegt: ik weet wel waarvoor jullie komen. Maar het brood dat ik geef, is dat je in mij gelooft. Horen we dat nog? Willen we dat nog horen? Jezus zegt: ik ben het brood dat leven geeft. Wie bij mij komt zal geen honger meer hebben, wie in mij gelooft krijgt geen dorst meer. Maar ik heb jullie al eerder gezegd, jullie geloven niet, ook al hebben jullie mij gezien.

Dat laatste zinnetje houdt me bezig, bleef bij me haken: “jullie geloven niet, ook al hebben jullie mij gezien”. Wat betekent dat? Wij willen zien, proeven, ruiken, tasten, ervaren, voelen, een kick beleven. Jezus zegt: jullie zien mij, mijn wonderen, mijn kracht. Maar jullie zien in mij niet meer dan dat! Niet meer dan die wonderdoener, die genezer. Niet meer dan die profeet die het lef heeft mensen de waarheid te zeggen. Meer willen jullie ook niet: zien, voelen, beleven.

Dit lijkt wel rechtstreeks gezegd te zijn voor onze tijd, onze emotiecultuur! Als we een kick voelen, zeggen we: dat is God! We verwarren God met ons eigen gevoel! Laat dan eens binnenkomen, dat Jezus zegt: jullie geloven niet in mij. Niet in wie ik ben: God op aarde.

Want wat is dat? Besef jij, dat de heilige God bij ons mensen is gekomen? Hij is niet jouw tranentrekker, niet jouw borstvuller. Hij is de almachtige voor wie we moeten beven. Val op je knieën als je hem aanbidt. Bedenk dat je helemaal geen recht hebt op een gevulde maag en een bevredigend leven, op ‘geluk’. Jij bent een mens die verloren was, maar is gevonden. Jij bent een sterveling die dood was, maar nu mag leven. Jij bent een kind dat komt smeken bij zijn vader. Zijn wij niet een geestelijk arme kerk geworden, omdat alles zo vanzelfsprekend is? Ben je nog verwonderd dat je leeft, gezond bent, in vrede en veiligheid woont? Bidden om levend brood is: weten dat je een grotere zondaar bent dan je wilde geloven. En geloven, dat je meer geliefd bent dan je durfde hopen. Niets is dan nog vanzelfsprekend, alles is één groot wonder.

(Namen van beide ‘doopouders’), ik vind het mooi dat jullie dit zo ervaren. Jullie hebben ervaren dat een geboorte een spannende gebeurtenis is, een wonder. Mooi zoals jullie dat echt zien, ook in je familie waar ook andere situaties zijn. Ik hoop dat jullie dat met anderen delen, want het is een indringend getuigenis. Bemoedigend voor ons allemaal!

Je kinderen zo opvoeden, dat ze leren zich afhankelijk te voelen van God, valt in deze tijd niet mee. Dat is wat Jezus ons hier voorhoudt: jouw leven is niet pas geslaagd als je kunt eten. Zelfs niet als je ‘gelukkig’ bent. Jouw leven is geslaagd als je weet dat ik het levende brood ben. Jouw redder, die je bevrijdt van je zondige gulzigheid. En dus bevrijdt van jezelf, van jouw moderne afgoden.

Zo leren we pas echt wat bidden is. John Miller, die een prachtig boekje schreef (“Outgrowing the Ingrown Church”) zegt: Je hebt ‘onderhoudsgebeden’ en je hebt ‘frontlijngebeden’. De westerse kerk is materieel rijk maar geestelijk arm geworden. Daarom bidden we wel om de fysieke behoeften van de mensen in onze gemeenten. Maar niet om de komst van Gods rijk. Bidden om Gods rijk is namelijk, dat je je volkomen afhankelijk maakt van God. Dat je je helemaal door zijn Geest laat leiden. Dat je jouw zekerheden en afgoden loslaat. Dat je God vraagt alle mensen om je heen te leren wat het levende brood is. Dat ze alleen van dat brood echt zullen leven.

Maar dan mogen we eerst ook zelf wel eens weer leren wat dat is. Dat jouw ontevredenheid alleen maar onvrede is omdat je de vrede met God niet kent. Kennen wij Jezus nog wel echt, dat is zijn vraag aan ons vanmiddag. Of zijn we hard bezig net als de Joden van toen te worden? Die wel een weldoener zagen, maar niet de Redder die jouw zonden wegneemt. Die voor jou zijn leven gaf, om jou een nieuw bestaan te geven. Maar dan ook echt een nieuw bestaan: los van de afgoden, afhankelijk van hem alleen.

Bidden om brood, is dat niet een braaf ritueel geworden? Een dode gewoonte zonder echte inhoud? Kan ik daar dan niet maar beter mee stoppen? Echt bidden is: Jezus willen ontvangen. Willen leven van het hemelse brood dat leven geeft. Heel diep mijn eigen nood kennen. Mijn verlorenheid, hardleersheid, consumptiegedrag. Mijn leven dat in die dodelijke sleur van eindeloze verveling terecht is gekomen. Dat is mijn echte nood: dat ik het levende brood Jezus zelf nodig heb. Dat ik een verdoemde zondaar ben, tenzij ik buig voor Jezus. Wat moet ik bevrijd worden: van mijzelf! Bid ik nog echt om dat brood? Nee, ik bid om een voetbalwedstrijd, een popconcert, een heftige film. Maar een preek, een lied, een doop, een moment van stilte? Het is allemaal zo uitgekauwd en platgetreden, gebeurt er nog echt iets met je? Er ‘gebeurt’ zo weinig: omdat ik niet bid om dat levende brood. Om dat koele water voor mijn verhitte ziel, die verademing voor mijn hijgerige leven. Bid om brood: het enige, het levende. Niet om aan je trekken te komen. Maar om hem te ontmoeten, de levende, de levendmakende.

Amen.

HCzd50.14

(Gebed: Het is niet zo easy om dat levende brood te eten, help ons onze nood echt te erkennen).

 

Duur gehouden preek: 18 minuten

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *