HC zondag 31

Komt een man bij de hemelpoort, waar Petrus, met de sleutel in de hand, hem opwacht. Mag ik naar binnen, vraagt de man. De regels zijn, zegt Petrus, dat je honderd punten moet hebben om binnen te komen. OK, zegt de man, daar gaan we: ik was 50 jaar getrouwd en heb mijn vrouw nooit bedrogen. Prachtig, zegt Petrus, dat is twee punten. OK, zegt de man, nou, ik ging ook elke zondag naar de kerk, en gaf mijn giften en gaven. Mooi, zegt Petrus, je hebt weer één punt. O, zegt de man, nou, ik heb ook veel werk gedaan voor daklozen en verslaafden. Geweldig, zegt Petrus, dat levert je drie punten op. Drie punten maar?, roept nu de man, maar zo kom ik er nooit, behalve als God mij genadig is! Aha, zegt Petrus, nu heb je honderd punten, kom binnen!

Je voelt wel, een grapje met een serieuze ondertoon. Alleen door Gods genade kom je binnen. En daar gaat het ook over vanmiddag: hoe kom je binnen in Gods koninkrijk? Je huis kom je binnen met een sleutel. Daarmee doe je de deur open. Met diezelfde sleutel doe je ook de deur op slot, bijvoorbeeld ’s nachts. Maar: openen en op slot doen, dat doe je met één en dezelfde sleutel. Je hebt toch geen twee verschillende sleutels van je voordeur? Is het wel logisch, dat zondag 31 spreekt over twee sleutels? En dat de ene vooral opent (de preken), en de andere er is om allereerst te sluiten (de tucht)? En dan nog iets: wie heeft die sleutel? Van je eigen huis heb je zelf de sleutel op zak. Er staat toch niet iemand voor jouw voordeur, aan wie je moet vragen of je naar binnen mag? Ja maar, zeg je misschien, de hemel is het huis van God, niet mijn eigen huis. Dat is zo, maar toch is dat beeld van Petrus die de poort moet openen, echt verkeerd. En niet alleen maar vanwege wat de RK daarover zegt. Dat Petrus en zijn vermeende opvolger in Rome, de paus, de toegang tot God bewaken. Nee, vooral omdat dat het beeld wekt dat een ander dan jij zelf daarover gaat! Jij hebt zelf de sleutel in handen om binnen te gaan in Gods rijk.

Hoe zit dit allemaal? Want zegt Jezus niet tegen Petrus, dat hij hem de sleutels geeft van het koninkrijk? Ja, maar: is Petrus de enige, geeft Jezus hem alleen die sleutels? Welnee! Net zoals hij ook niet de enige rots is, de enige op wie Christus zijn gemeente bouwt. In Ef. 2,20 staat, dat Gods kerk is gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten! Dus alle apostelen van het N.T., én de profeten van het Oude, zijn het fundament! Waarom? Omdat zij de boodschappers zijn van het Woord, het evangelie van verlossing. Petrus was een rots, een fundament vanwege zijn prachtige belijdenis: U bent de messias, de Zoon van de levende God! Het gaat om Petrus’ geloof, en de verkondiging daarvan, ook door de andere apostelen. Dat is Petrus’ ‘sleutelpositie’, en van die anderen. In wat Jezus erop laat volgen legt hij dat uit: al wat jij op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn. Bindend en ontbonden verklaren lijkt op het eerste gezicht wat anders dan openen en sluiten. Maar als je even nadenkt, zie je dat het over hetzelfde gaat. Want hiermee zet Jezus Petrus en de andere apostelen op één lijn met de wetsleraars van toen. De rabbijnen, in die tijd de wetgeleerden, die waren de gezaghebbende uitleggers van de wet. Hun uitleg en uitspraken waren bindend. D.w.z.: hun onderwijs gold als de uitleg waaraan iedereen zich moest houden. Hun uitleg had gezag, van God zelf afgeleid gezag. Via die uitleg spreekt God zelf. Wordt de Bijbel uitgelegd in lijn met Gods wil, dan kun je dat zeggen. En dus zijn we als mensen aan die uitleg dan gebonden. Zo zie je, dat die beelden van een sleutel, en van binden en ontbinden, bij elkaar horen. Gehoorzame Bijbeluitleg opent Gods koninkrijk. En aan die uitleg ben je gebonden.

Alleen, de wetsleraars van toen waren slechte leiders geworden. Bekend zijn de tirades van Jezus tegen de wetgeleerden en Farizeeën, zoals in Luc. 11. Daar zegt Jezus hen in niet mis te verstane woorden de wacht aan. Wee jullie, zegt Jezus, want jullie leggen de mensen ondraaglijke lasten op. Zij zijn de uitleggers van de wet, de onderwijzers van het volk. Maar zij wijzen de mensen niet de weg, nee, ze werpen alleen maar barrières op. En dan zegt Jezus in vers 52 dit: Wee jullie wetgeleerden, want jullie hebben de sleutel tot de kennis weggenomen; zelf zijn jullie niet binnengegaan, en anderen die wel binnen wilden gaan hebben jullie tegengehouden. ‘Sleutel tot de kennis’ staat er, maar die vertaling is aanvechtbaar. Want waar gaat het om, wat verwijt Jezus de joodse wetsleraars?Hij beschuldigt hen ervan, dat ze de toegang tot het koninkrijk toesluiten! Ze maken het de mensen onmogelijk om Gods rijk binnen te gaan! Met hun wetsonderwijs hadden ze de weg moeten wijzen. Maar met al hun regels en geboden hebben ze de deur juist geblokkeerd! De poort naar de hemel zit verstopt, met al hun menselijke regels. Ze hebben de toegang tot Gods rijk bedolven onder honderden extra voorwaarden en eisen. Zo houden ze de gewone mensen tegen, op wie ze neerzien als de domme massa. Zie je wat hier gebeurt: machtsmisbruik, hoge heren die zichzelf een oordeel aanmatigen. Om zo uit te maken wie wel en wie niet bij God mogen komen.

Nu staat hier in Luc. 11,52 sleutel tot de kennis. In de oude vertaling stond sleutel van de kennis. Ik meen dat dit meer recht doet aan de bedoeling. Die wetgeleerden sluiten niet maar de weg tot ware geloofskennis af. Ze blokkeren de toegang tot het koninkrijk zelf! Want het koninkrijk van God kom je binnen alleen door geloof. Dat is de ‘kennis’ die hier bedoeld is: geloofskennis, het vertrouwen op God en zijn genade. Dat is het enige wat je nodig hebt om binnen te gaan in Gods rijk. En daar gaat geen enkele andere mens over dan jij als gelovige zelf. Die kennis, dat geloof, dat is de bindende boodschap van het evangelie. En dat is de sleutel die toegang geeft tot Gods rijk. Die sleutel is dus niet een soort macht of bevoegdheid. Van mensen die beslissen wie mag binnengaan. Absoluut niet: die sleutel is niet de macht van anderen. Die sleutel is de sleutel van de kennis, een sleutel die bestaat uit kennis! De kennis van het kennen en liefhebben van God. En dat kennen van God, kan nooit voorbehouden zijn aan een paar theologen. Niet aan wetsleraars, ook niet aan pausen, bisschoppen, ambtsdragers, dominees, ouderlingen. Nee, die kennis is de kennis van iedere individuele gelovige. Ieder die God echt kent, met zijn hart, is zelf verantwoordelijk. Binnengaan in Gods rijk is jouw eigen geloofskeus. Die kan geen andere mens dan jij zelf maken.

En zo kom ik terug bij die ‘sleutels van het hemelrijk’. We zagen dus: de verkondiging van Christus, het onderwijs vanuit Gods Woord, is de sleutel. Daaraan zijn wij allemaal gebonden. Die boodschap geeft je toegang tot het koninkrijk van God. En als je die boodschap aanneemt, ga je binnen en ben je binnen. Met die kennis heb jij zelf de sleutel in handen, die toegang geeft tot het koninkrijk van God. Maar klopt het dan wel, wat er in zondag 31 staat? Dat prediking en kerkelijke tucht twee sleutels zijn? Ik zou zeggen van niet, of in ieder geval dat het nogal verwarrend is om dit zo te formuleren. Zeker als de HC daarbij verwijst naar de teksten die we gelezen hebben. De Bijbel spreekt van één sleutel: de leer van de apostelen, waaraan Gods Woord ons bindt. Het kennen en aannemen van die boodschap, dat geeft jou dus toegang tot het koninkrijk. Daarom kan de HC ons hier op het verkeerde been zetten. Alsof het toch zo is, dat je afhankelijk bent van de dominee die preekt. En van ouderlingen die kerkelijke tucht hanteren. Dan kun je zo maar gaan denken dat de preek de enige manier is waarop God de deur opent. En dat een kerkenraad het college is dat beslist over eeuwig leven van zondaren. En iedereen voelt aan, dat dit een ontsporing is. We accepteren dat ook niet meer vandaag de dag. Hoezo zijn er mensen die bevoegd zijn te beslissen over mijn persoonlijke toegang tot God?!

Wat we hier nodig hebben, is dus een helder beeld van hoe het zit met ambten en gemeente. Daarvoor grijp ik naar wat men wel noemt het ‘priesterschap van alle gelovigen’. De gemeenteopbouwtheoloog Christian Schwarz zegt: de Reformatie gaf ons de Bijbel terug. Nadere Reformatie en Piëtisme gaven ons de persoonlijke vroomheid terug. Nu is er een derde reformatie nodig, die ons het priesterschap van alle gelovigen teruggeeft. Of, met de titel van een boek: de afschaffing van de lekenstand. Zeker, wij hebben altijd gezegd dat gereformeerde kerken geen leken kennen. Maar onze praktijk is anders. In de praktijk zijn we vaak toch nog een domineeskerk en een ambtsdragergemeente. Een kerk gestempeld door ambtelijke structuren. Wat soms maakt, dat potentieel van gemeenteleden onderbenut blijft. En dat kerkenraden controle en regie willen houden over initiatieven van gemeenteleden. Alsof zij exclusief de sleutel beheren…

Maar vanuit dat priesterschap van alle gelovigen ga je dat heel anders zien. In Matt. 18 heeft Jezus het over het terechtwijzen van zondaars. En over het uitsluiten uit de gemeente van mensen die zich niet willen bekeren. Ja, er kan dus een moment komen, waarop mensen een ultieme grens bereiken. En het kan zo ver komen, dat je hardnekkige zondaars moet beschouwen als heiden. Zo zegt Jezus het hier: dan horen ze er dus niet meer bij. En dan is het zelfs zo, dat ze geen toegang meer hebben in het koninkrijk van God. En dat het oordeel dat daarover vanuit Gods Woord uitgesproken wordt, bindend is. Maar nergens hoor je hier iets over ambtsdragers of een kerkenraad. Nee, Jezus zegt zelfs dat het de gemeente is, die dan dat oordeel uitspreekt. Dat betekent uiteraard niet, dat we in de kerk een hetze beginnen tegen iemand die zondigt. Het is ook geen volkstribunaal, waarbij zondaars overgeleverd zijn aan volkswillekeur. Nee, zorgvuldigheid en zorg om de redding van een zondaar moeten voorop staan. En daarom is het ook wel goed, dat we daarvoor ambtsdragers hebben in de gemeente. Maar niet om het daar aan over te laten! Alsof we dan verder allemaal van dit oordeel ontslagen zijn. Nee, we hebben de heilige plicht om elkaar telkens weer te herinneren aan die sleutel. De sleutel van de kennis dus! Dat we gebonden zijn en worden aan het geloof, aan het evangelie. Die kennis geeft je toegang tot God. En daarmee spreek je je broeder en zuster aan. Dat is de zin en het nut van kleine groepen. Dat is familie van God zijn. Dat je elkaar je zonden belijdt. En elkaar aanspreekt op geestelijke slapheid. Uit pure zorg voor elkaars redding, anders niet. En de preken? Iedereen vindt daar elke keer weer van alles van. Te kort of te lang, te moeilijk of te simpel. Wat moet je daarmee als prediker? Een prediker is alleen maar een dienaar. Een woorduitlegger, een specialist in de Bijbel. En of het boeiend is, of aansprekend voor kinderen en jeugd? En voldoende praktisch, en inspirerend, en wat niet al? Waar het om gaat is: hoor je hier de stem van de Meester zelf? De sleutel van de kennis van God, die ligt niet in handen van de dominee. Hij helpt je dat Woord beter te verstaan, dat is zijn bijdrage in de onderlinge geloofsopbouw. Maar het eigenlijke werk, dat gebeurt thuis, bij u, in uw gezin, in jouw gesprekken. Daar moet het gebeuren. Niemand is afhankelijk van een dominee, of die het wel of niet goed doet. We zijn een kerk van ware gelovigen, die zelf mondig zijn in Christus. En zelf verantwoordelijk voor de toegang tot Gods rijk. Thuis heb jij zelf de sleutel, in de opvoeding van je kinderen. Door ze in alle ernst te leren: denk erom, je moet zelf kiezen. Om in te gaan in Gods rijk. Binnengaan in Gods rijk, dat is niet pas als je sterft. Hier en nu sta jij voor de keus. En als je kiest, heb je zelf de sleutel in handen. Die de poort opent. Waardoor je binnengaat, en God ontmoet. En vrede vindt.

Amen.

1390783237_docx_win1390783261_pptx_win

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. 20 januari 2017

    […] blad-dienst.nl/portfolio/2015-winter nogmeer.pastorklaas.nl/hc-zondag-31 […]

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *