Gods liefdestalen – preek bij thema 1 Jaarthema “Samen Eén” (Filippenzen 4,19)

Inleiding 1

Je hebt soms van die mensen… Je probeert van alles, maar op één of andere manier is er geen klik. Alsof je die ander niet bereikt, alsof hij/zij nooit een keer snapt wat je bedoelt. Ken je dat? Frustrerend, je geeft het op. En je zegt: echt iemand met een gebruiksaanwijzing! Maar weet je, liefde geeft nooit op.

En nog iets, er is geen mens zónder gebruiksaanwijzing! Liefde is: dat je zoekt, blijft zoeken, naar de manier waarop je die ander wel bereikt. Dat is je plicht, net zo lang tot je de deur vindt waar je doorheen moet naar zijn/haar hart. Want iedere mens heeft een manier: een ‘liefdestaal’. Een taal die zijn hart doet opengaan.

Inleiding 2

1.

Vijf liefdestalen, d.w.z.: vijf manieren om liefde te uiten, en om liefde te ontvangen. Deze week werd de aftrap gegeven voor ons jaarthema. “Samen Eén: omgaan met verschillen”. En dat begint dus hiermee: zoek ieders liefdestaal.

De één is gevoelig voor positieve woorden (liefdestaal 1). Bij een volgende komt het erop aan, dat je tijd neemt en echte aandacht geeft (liefdestaal 2). Hij/zij wil dat je niet maar vraagt ‘hoe gaat het’, maar ook echt luistert naar het antwoord (ik zeg zelf weleens: wil je het korte of het lange antwoord…). Een derde is gevoelig voor cadeautjes of attenties (liefdestaal 3). Neem altijd even een kleinigheidje mee als je op bezoek komt. Een vierde bereik je het beste als je vraagt hoe je kunt helpen: dienstbaarheid (liefdestaal 4). En een vijfde vindt het prettig als je lichaamstaal meedoet. Een stevige handdruk, een schouderklopje, een omhelzing.

Over dat laatste even een tussenopmerking: elkaar omhelzen is soms onwenselijk! Zelfs al ben je daar niet op uit, grensoverschrijdend gedrag ligt soms heel dicht bij! De omgang tussen mannen en vrouwen in de gemeente vraagt om fijngevoeligheid. Veiligheid in de gemeente is kwetsbaar. Sommigen ervaren lichamelijke aanraking als bedreigend. Dat kan dan te maken hebben met jouw levensverhaal. Ik zou dringend willen adviseren om met deze liefdestaal heel terughoudend te zijn! Let goed op wat wel of niet gepast is in de gemeentefamilie!

 

2.

Gary Chapman schreef jaren geleden alweer een boekje over deze liefdestalen. Oorspronkelijk vooral gericht op opvoeding. Je kinderen hebben ieder hun eigen benadering nodig. Zeg nooit: ik geef mijn kinderen allemaal dezelfde opvoeding. Dat is een illusie: elk kind is anders, elke persoonlijkheid heeft haar eigen liefdestaal nodig.

Deze liefdestalen worden nu dus toegepast op ons gemeente zijn. In het Woord Vooraf van dit boekje staat: de kerk is eigenlijk een familie. Je noemt elkaar broer en zus. Maar familie, dat kan verschillend ervaren worden. Voor de één is samen zijn met je familie een warm bad. Voor de ander zit er spanning in de omgang met je familie. Zeker als er dingen zijn voorgevallen en niet zijn uitgesproken. Vrienden kies je uit, familie krijg je, heb je. Met vrienden gaat het vaak vanzelf, en als het niet meer gaat, is de vriendschap over. Familie gaat nooit over, ook niet als het niet meer gaat. Dan moet je een familiediner organiseren soms, een eerlijk gesprek. En dan merk je wat liefde betekent. Liefde is meer dan een gevoel, het is een opdracht, je moet het doen.

 

Gods liefdestaal: 1. Door de aandacht van de Filippenzen voor Paulus

Over liefdestalen gesproken…

Daar zie je mooie voorbeelden van in de relatie tussen Paulus en de gemeente in Filippi. Paulus heeft in heel deze brief telkens zijn dankbaarheid geuit, dat hebben we nu herhaaldelijk gezien. Hij is blij met die gemeente, dankt God voor hun trouw en inzet. Er zijn best zorgen en minpuntjes, maar die verpakt hij in positieve liefdestaal. Ook nu hij de brief afsluit: weer begint het met dat woord dat al zo vaak viel, vreugde. Blijdschap omdat ze voor hem willen zorgen.

Toch is dit uitgebreide dankwoord ook een beetje apart. Het gaat telkens een beetje heen en weer. Dankjulliewel voor alles, zegt Paulus. Maar dan: maar denk niet dat ik afhankelijk ben van jullie hulp! Afhankelijk ben ik alleen van de Heer! Ik weet wat rijkdom is, ik weet wat armoede is, vertel mij wat! Ik heb alles meegemaakt, ik kan alles aan, in hem die mij kracht geeft (13)! Zo lijkt hij weer afstand te scheppen: ik heb jullie niet nodig, ik kan het met de Heer alleen af.

Hetzelfde gebeurt nog een keer, als hij uitvoerig schrijft hoe ze hem geholpen hebben. Maar dan, in vers 17, weer: het gaat me niet om jullie cadeaus en giften. Nee, het is andersom, ik wil dat jullie rijker worden. Is dit niet wat krampachtig, hebben sommigen gezegd. Waarom niet royaal dankjewel zeggen? Wat wil hij hier nu mee?

Als je goed kijkt, zie je dat Paulus eigenlijk niet bedankt voor de gift die ze stuurden. Nee, hij bedankt ze vooral voor hun zorg en aandacht! Dat ze aan hem dachten! En natuurlijk, dat ze aan hem dachten, heeft hij gemerkt door het bezoek van Epafroditus. En aan wat hij meebracht: eten, drinken, kleding, geld misschien. Maar in dat geschenk voelde hij, dat ze daar in Filippi echt aan hem gedacht hadden.

Liefdestaal 2 dus: tijd en aandacht. Wat fijn dat je aan me hebt gedacht!, het kan je soms verrassen. Maar dat men aan je denkt, merk je pas aan het gebaar, een bosje bloemen, een kaartje. Soms zegt iemand achteraf: we hebben aan je gedacht, hoor! Ja, fijn, denk je dan, maar had dat dan even laten merken, dat had op dat moment heel wat gescheeld! Zo is Paulus hier blij met de manier waarop ze hun zorg voelbaar hebben gemaakt.

 

Gods liefdestaal: 2. Door Gods trouw en liefde in Christus

Vervolgens valt nog iets op: Paulus verbindt er meteen weer een les aan. Dat doet hij door op een bepaalde manier te spreken over geven en ontvangen. Blijkbaar is dat een levenshouding van Paulus, je merkt het vaker bij hem. Bijv. als hij afscheid neemt van de oudsten van Efeze (Handelingen 20). Ook daar zegt hij: ik heb eigenhandig in mijn levensonderhoud voorzien. Want ik geef liever dan dat ik ontvang. Zoals Jezus zelf al zei: Geven maakt gelukkiger dan ontvangen, zegt Paulus dan. (Waar en wanneer Jezus dat ooit gezegd heeft, weten we niet, maar hier horen we dat deze wijsheid van hem kwam, heel bijzonder!)

Hetzelfde zie je in Paulus’ tweede brief aan de Korinthiërs. Als hij de Korinthiërs oproept mee te doen met een collecte voor de moederkerk in Jeruzalem, die verarmd en verstrooid is door vervolging. Ook dan zegt hij: van geven word je niet arm, juist rijk.

Die gedachte vind je ook hier: het gaat me erom, zegt hij, dat jullie er beter van worden. Jullie steun, door Epafroditus bij me gebracht, is overweldigend! Maar zie het niet als een cadeau voor mij, het is een offer aan God! Daarmee hebben jullie hem geëerd, als een geurig offer voor hem.

En daarom eindigt hij met een zegenwens: Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus. Dus als je echt geeft uit liefde, met blijdschap, eer je God. En daar word je niet minder van, God vult jouw tekort dan weer aan.

Geloof je dat? Want daar gaat het om: geloof je echt, dat als je dankbaar geeft, God je tekort aanvult? Hoe dan? Op twee manieren.

Allereerst kun je denken: ik maak me geen zorgen, God geeft altijd weer uitkomst. Stel, je geeft een groot geldbedrag voor de opvang van vluchtelingen. Je doet dat terwijl je zelf dat geld heel goed kunt gebruiken. Voor de studie van je kinderen, het opknappen van je huis, de aanvulling van je pensioen. Toch komt de ellende van deze mensen zo diep bij je binnen, dat je spontaan doneert. Misschien krijg je er zelfs samen onenigheid over. En ja, je moet je geld natuurlijk verstandig beheren. Maar toch ben je blij, je gift was een vreugdegift. Je vertrouwt er op, dat jouw geldzorgen wel weer goed komen. Omdat je rust hebt in je geloof, dat God daar voor zorgt. Ik pleit dus niet voor een naïeve houding. Wel dat je je geloof, je vertrouwen op God, er in betrekt als je geeft.

Maar er zit nog een kant aan. En die gaat dieper. God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus, zegt Paulus. Niet alleen zal God dus wel uitkomst geven, zodat je niets te kort komt. Maar vooral wil hij je rijk maken in Christus; met de liefde van Christus. Dat je kunt zingen, met Psalm 63: Uw liefde is het hoogste goed dat U, o God, mij hebt gegeven, uw trouw is beter dan het leven! Bedenk dat David dat zong toen hij uit zijn paleis verdreven was en de woestijn in vluchtte. Alles kwijt, zijn rijkdom, zijn eer en macht. Als een arme vluchteling in een gammel bootje, zo was hij daar in die gortdroge woestijn. Maar zijn hart zingt: uw liefde is me meer waard dan alles! Dat is nog eens vertrouwen hebben! Dat is nog eens geloven, dat God een gevende God is. Die zijn rijkdom wil delen met mensen. Het is niet zo, dat hij je belooft dat je hier op aarde niets zult verliezen. Maar wel dat je in hem alles zult winnen!

En zo eindigt deze brief met de boodschap die telkens de rode draad was. Te leven is voor mij Christus, te sterven is voor mij winst (1,21). Ik verwacht een eeuwig leven. Maar hier en nu al leef ik in het licht en de warmte van Gods vergeving en trouw. Gods liefdestaal: zijn Geest die ons hart vervult om er te zijn voor elkaar. En zijn trouw en liefde waardoor ik bij hem veilig ben: nu; en eeuwig!

Amen.

 

 

Fil. 4, 19 HCzd11.15

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *