God is veelkleurig!

De afgelopen drie dagen op de synode (donderdag 27 tot en met zaterdag 29 maart) waren indrukwekkend en inspirerend. We hadden de ‘Buitenlandweek’: afgevaardigden van een groot aantal buitenlandse kerken waren bij ons. Als kerken zoeken we contact met andere kerken in de wereld. Dat doen we niet zo maar, het is een opdracht van Christus: de broederschap beoefenen, elkaar geestelijk bemoedigen en daadwerkelijk steunen.

De deputaten Betrekkingen Buitenlandse Kerken verzorgen voor de kerken deze contacten. Ze bezoeken die kerken en hun synodes, zijn aanwezig bij internationale congressen en hebben veel contact via correspondentie en moderne media.

Avondmaal: verbonden in Christus

Nu begonnen deze buitenlanddagen heel mooi: met een avondmaalsviering in de kerk van Ede. Voorafgaand aan die viering hield ds. Solanki uit India een preek over Matteus 5, 13 en 14. Hij sprak over Gods kerk als het licht voor de wereld en het zout van de aarde. Heel mooi legde hij het verschil uit tussen licht en zout. Licht, dat schijnt helder en voor iedereen zichtbaar. Zo laten wij als kerk ons licht schijnen, en het valt op. Maar met zout werkt het anders. Zout zit overal doorheen, het verandert het voedsel waar het in zit en het verandert ook zelf! Het geeft smaak en wordt zelf onzichtbaar, vermengd met alles. Toegepast op Christus’ gemeente betekent het, dat we opgaan in onze omgeving, minder zichtbaar als licht, maar opvallend smaakmakend.

In deze dienst zongen we veel liederen, in het Engels, bekend en minder bekend, prachtig omlijst door bezielende muzikale begeleiding. Wat een feest! Nog meer feest werd het toen we naar voren liepen, om brood en wijn aan te nemen, al zingend en luisterend naar elkaar. Een heel indringende ontmoeting, samen één in de Heer: Canadezen en Papua’s, Australiërs en Oekraïeners, Brazilianen en Congolezen! De Geest spreekt alle talen!

Lux Mundi: van licht naar zout

De volgende dag spraken we over een nieuw plan van de deputaten voor de Betrekkingen met Buitenlandse Kerken. Men stelt een andere manier van kerkelijke contactbeoefening voor: ‘netwerken’. Tot nu toe was het gebruikelijk om met kerken van gelijke belijdenis in het buitenland te streven naar een zusterkerkrelatie. Een zusterkerkrelatie houdt in, dat je over en weer elkaars leden accepteert en aan het avondmaal toelaat, en elkaars predikanten bevoegdheid verleent om bij elkaar te voor te gaan. Of dit mogelijk is wordt vastgesteld aan de hand van een aantal criteria. Zo waakt men er over en weer voor, dat men zich houdt aan de gereformeerde leer zoals beleden in de belijdenissen van de kerk.

Maar deze criteria werken niet bij alle contacten. Steeds vaker ontmoeten de mensen van BBK kerken waarin men anders werkt, veel minder aan de hand van zulke criteria en meer ‘spontaan’. Daarom stelt BBK deze andere werkwijze van ‘netwerken’ voor. Daarbij is het idee veel meer de wederzijdsheid van het contact: uitwisseling en leren van elkaar, over en weer. De criteria, zoals die gelden bij zusterkerkrelaties worden daarmee min of meer losgelaten. Dit zou dan meer passend zijn in het contact met kerken waarmee een volwaardige zusterrelatie in genoemde zin niet haalbaar is terwijl er wel goede en inhoudelijke contacten zijn. Dus netwerken naast zusterkerkrelaties.

Volwassen relaties

Deze manier van relaties onderhouden tussen kerken getuigt volgens mij veel meer van een volwassen verhouding. Het is een werkwijze die ook meer past bij onze tijd. Daarbij dacht ik aan die preek van Rev. Solanki uit India. Een licht zijn, dat is niet moeilijk, je zet je lamp ergens neer en die verspreidt haar licht. Helder en duidelijk, zichtbaar voor iedereen. Als het gaat om de manier waarop we met internationale kerkelijke contacten omgingen, waren wij als Gereformeerde Kerken in Nederland jarenlang ook zo in de wereld aanwezig. We manifesteerden ons in onze contacten met andere kerken, in binnen- én buitenland, als kerken die het licht hebben en die dat ook voor anderen willen laten schijnen. Zo gingen we zusterkerkrelaties aan: om andere kerken te leren en voor te houden wat het licht is.

Maar zout is anders, zout moet zich verspreiden, mengen, dwars door alles en iedereen heen. Je kunt dan niet meer op je eigen plek blijven om zo jouw licht te laten schijnen, je moet jezelf begeven in de wereld. En dat heeft onherroepelijk consequenties, ook voor jou zelf. Het betekent dat jij zelf ook zult veranderen, dat jij niet meer dezelfde blijft, niet meer dezelfde kunt blijven. Jij bent geen boven de tijd verheven entiteit, je staat in een historie met een culturele situatie. Zo ga je de ontmoeting aan.

En ontmoeting betekent wederzijdsheid, gelijkwaardigheid. Je wilt geven maar ook ontvangen. Dat ontvangen is zelfs het eerste in de ontmoeting. De benadering is, dat je de ander “hoger acht dan jezelf” (Filippenzen 2). Zo kun je groeien aan elkaar. Die gedachte proef ik achter het voorstel om (meer) te gaan werken met netwerken. Dat je je als kerk en kerkverband open opstelt en wilt leren van de ander, wilt groeien aan de ander, je wilt verrijken aan elkaar. Wederzijds.

Maar deze andere houding vraagt eigenlijk om een radicale keuze. De tijd dat je elkaar eenzijdig ‘vermaant’ of de les leest is voorbij. Dat hoort bij een tijd waarin we instituten en structuren maakten om vervolgens te beoordelen wie daar wel in paste (en vooral ook wie niet). De tijd is aangebroken, dat je elkaar niet beleert maar van elkaar leert. Maar dan ook echt: open voor wat de ander bij jou ziet en waar je zelf een blinde vlek hebt. Niet meer anderen zoeken en beoordelen vanuit ons eigen kerkelijke gelijk, maar vanuit de verwachting dat God overal in de wereld zijn werk aan het doen is!

Getuigenissen en vermaningen

In onze ontmoeting met de afgevaardigden uit het buitenland kwam juist dat zo prachtig naar voren. Vanuit één van de kerken werd gezegd: wij hebben jullie hoog als het gaat om jullie theologie, maar we krijgen de indruk dat jullie weer van ons kunnen leren over de kracht en betekenis van gebed. We kregen een presentatie van de kerken in Brazilië, om onder de indruk te komen van hun geweldige missionaire activiteit over heel de wereld. We hoorden hoe één van hun zendelingen in Senegal op valse beschuldiging in de gevangenis belandde maar daar zo van zijn geloof kon getuigen, dat hij indruk maakte op medegevangenen en het mocht ervaren als een gelegenheid die Gods Geest hem gaf om de naam van Jezus te verheerlijken. We kwamen onder de indruk van het getuigenis van ds. Taka Ashida uit Japan, die ons vroeg onze dank aan de kerken in Nederland over te brengen voor zoveel donaties na de aardbeving en tsunami in 2011, waardoor herstelwerk nog altijd door kan gaan en mensen tot geloof in de Heer van de kerk komen. We hoorden ds. Wambraw van Papua, toen hij getuigde: “Vijftig jaar geleden leefden wij in de duisternis en deden de werken van de duisternis. Toen kwam ds. Drost en nu leven we in het licht, het licht van het evangelie en van de genade en Geest van Christus”. Hier word je stil van! We zongen met hen in hun eigen taal Psalm 122:”Kom ga met ons en doe als wij, Jeruzalem dat ik bemin”! Dat raakt je diep en hier en daar welden tranen. Dit is de veelkleurigheid van het werk van God. Dit is de reden dat de tijd voor netwerken is aangebroken!

Vermanen, dat ook

Naast dit mooie waren er ook ongemakkelijke momenten. De ene na de andere kerk uit de Angelsaksische taalwereld sloot zich aan bij woorden van zorg en waarschuwing. Zijn jullie als kerken in Nederland niet op weg af te dwalen van de trouw aan Gods Woord? En voor sommigen was dat niet eens een vraag. Vooral het rapport dat aan de synode is aangeboden over de vrouw in de kerk vormde de aanleiding daarvoor. De zusterkerken uit Canada en Australië kregen bijval van Schotland, Nieuw-Zeeland, en van andere kerken. Maar niet alle kerken zeiden de zusterkerkrelatie te willen herzien naar aanleiding hiervan.

Het is beslist niet makkelijk om deze dingen ook te moeten aanhoren, vooral vanwege de onverholen veroordeling, zelfs al is over dat rapport nog helemaal niets besloten. Het lijkt geen ruimte te bieden, zelfs niet voor het nadenken erover. Ik denk dan ook aan de velen die de kerken verlaten hebben, juist vanwege een veroordelende sfeer en een gebrek aan ruimte. En wat deze kritiek dan ook ongemakkelijk maakt, is het feit dat dit ons confronteert met ons eigen verleden, dus met onszelf. We krijgen een koekje van eigen deeg: wij wisten het toch altijd zo goed, vooral als het over anderen ging? Juist dat laat zien, dat de tijd van netwerken is aangebroken: partnership vanuit de attitude dat je van de ander wilt leren in plaats van elkaar de les lezen.

Leren van deze kritiek betekent vooral dus: zelfreflectie. Hoe kun je de verbinding maken als kritiek zo eenzijdig wordt geuit? Dat is niet gemakkelijk. In meer persoonlijke en informele contacten en gesprekken kom je erachter, dat de beeldvorming in het buitenland soms mede wordt gebaseerd op verhalen van bezoekers, die dan een eigen leven gaan leiden. Allerlei verhalen doen de ronde: in Nederland wordt in de diensten de wet niet meer gelezen, men houdt zich niet meer aan de zondag als rustdag en de middagdienst wordt niet meer bezocht of zelfs afgeschaft. Dit noem ik oneerlijke beeldvorming. Dat deze dingen voorkomen, ook meer dan ons zelf lief is, betekent toch niet dat wij deze zaken bewust nastreven? Ook laat men zich soms informeren via Nederlandse websites en bladen van auteurs die de kerken al verlaten hebben of dat zeggen te gaan doen als deze koers doorgaat. Dat zet een echte en eerlijke gedachtewisseling bij voorbaat al op achterstand.

Daarom lijkt het me belangrijk om samen te zoeken naar de kern van de kritiek. En die blijkt vooral te draaien om de hermeneutiek die aan het rapport M/V ten grondslag ligt. Men ervaart deze als een nieuwe benadering van de Schrift, die de weg opent naar een Bijbelkritische en liberale manier van omgaan met Gods Woord. Ik zou aan de kritisch willen vragen: zijn zij in staat om in de manier waarop o.a. aan de Theologische Universiteit in Kampen aan Bijbelonderzoek gedaan wordt een integer gereformeerde zoektocht te herkennen naar verantwoorde Bijbeluitleg in onze tijd? Ook in Canada moet men toch in staat zijn tot verantwoorde reflectie op theologisch niveau? Juist als je de Bijbel serieus neemt, lees je Gods Woord niet biblicistisch. Juist als je de Bijbel als Woord Gods aanvaardt, zul je altijd bereid moeten zijn tot kritische reflectie op je eigen inbreng als interpreterende lezer. Dat is het motief achter wat gereformeerde Bijbelonderzoekers momenteel doen. Ik kan daar alleen maar respect voor hebben, maar intussen worden ze door sommigen al bijna afgeschreven, schieten vanuit de heup noem ik dat. Jammer en zeer beschadigend. Suggereren dat hermeneutiek een bedreiging voor de Bijbel is, is naïef en zelf een gevaar voor een echte luisterhouding.

Maar nogmaals, we kijken in onze eigen spiegel. Jarenlang zijn we ook zelf op een manier met de Bijbel omgegaan, die trekken vertoont van Amerikaans fundamentalisme. Wat er nu gebeurt zie ik als een inhaalslag, waarvoor het de hoogste tijd werd, willen we niet nog meer mensen van Gods kerk vervreemden. Hoe kun je dat duidelijk maken aan zusterkerken in een totaal andere culturele situatie? Het zou al een hele stap voorwaarts zijn, als men ook zelf een aanvang zou maken met een nieuwe impuls te geven aan de Bijbeluitleg. Daarom moet men niet lezen over wat anderen zeggen over een boek als Woord op Schrift, men zal dit boek zo spoedig mogelijk ook in de eigen taal (Engels) moeten gaan lezen. Om te beginnen de bijdrage van prof. C. Trimp, die schrijft over de gevaren van het Amerikaanse fundamentalisme.

Hoe dus om te gaan met deze vermaningen? We moeten ze serieus nemen, en dat zijn we dan ook zeker van plan. Men wil ruimte om mee te praten over deze fundamentele zaken, die ruimte is er en zo zullen we elkaar ruimschoots kunnen laten merken dat we elkaar zoeken. Tegelijk zijn er hier in Nederland ontwikkelingen die om antwoorden vragen, ook die druk is groot. Als we de kool en de geit sparen, zijn er alleen maar verliezers. Als we eerlijk zijn, zijn er radicale keuzes nodig. Of we dan zusterkerken in het buitenland vast kunnen houden? Misschien wel niet. Maar daar mogen we ons niet door laten gijzelen. We zullen zonder druk van buitenaf in wijsheid en met leiding van Gods Geest zelf onze keuzes hebben te maken. Bid voor ons, zodat we hier een goede weg in kunnen vinden, een weg die beoogt Gods eer en naam groot te maken en gebaseerd op eerbiedig luisteren naar zijn Woord voor nu.

 

Dit vind je misschien ook leuk...

3 reacties

  1. Niesje van Dijk schreef:

    Beste ds. v.d. Geest,

    Over de afvaardiging van o.a de Canadese en Australische kerken schrijft u erg veroordelend. We mogen toch wel aannemen dat vermaningen er zijn om elkaar bij het Woord te houden, en als daar zorgen over zijn moeten we elkaar daar toch eerlijk op aanspreken? U gebruikt termen als beschamend, een beklemming die al velen de kerk heeft doen verlaten, akelig gebrek aan ruimte, veroordelende houding, elkaar de maat nemen, we krijgen een koekje van eigen deeg, dit is onze erfenis, zoveel eenzijdigheid, eenrichtingsverkeer. U vraagt zich af waarop men het oordeel baseert en denkt dan dat dit is op wat verhalen van bezoekers die bv. een dienst bezochten waar de wet niet werd voorgelezen, en verder zou men beïnvloed zijn door artikelen op zeer gekleurde websites, waarop het oordeel de feiten al bij voorbaat vertekent. Ik denk dat u hiermee ook de site eeninwaarheid.info bedoelt. Toch denk ik dat u hiermee geen recht doet aan verschillende websites waar over de verontrusting wordt geschreven. Vreemd is dat toch. Naar mijn idee wordt hier juist heel erg gedocumenteerd geschreven, iets wat ik in uw bijdrage mis. Op de site eeninwaarheid.info is uitgebreid verslag gedaan van de conferentie in Hamilton over hermeneutiek. De Nederlandse afgevaardigden en ook de zusterkerken van het buitenland hebben allemaal lezingen gehouden, de zorgen zijn verwoord, er was een goede sfeer, maar er zijn wel degelijk stevige verschillen. Als u deze verslagen gelezen hebt kun je dit toch niet zomaar neerzetten als zouden de buitenlandse kerken en de verontrusten in de GKV ‘onvoldoende in staat zijn om theologisch na te denken, simplistisch met de schrift omgaan’, enz. U verwijt hen fundamentalisme en dat hoor je op het ogenblik erg veel, we zouden naïef omgaan met de Schrift, een verwijt dat een halve eeuw geleden door de (toen) syn. ger. kerk aan het adres van de vrijgemaakten werd gemaakt.
    De buitenlandse kerken hebben het rapport M/V wel gelezen en is het dan vreemd dat er moeite is met de manier van schriftverstaan, als je het tegengeluid van D.Slump leest dan kun je toch niet volhouden dat er geen argumenten gebruikt worden. Laten we ophouden met etiketten plakken en de discussie wel inhoudelijk voeren, het gaat er wel om om elkaar vast te houden, maar uw bewoordingen zijn wat dat betreft niet erg hoopvol.

    • K. van den Geest schreef:

      Beste mevrouw van Dijk,
      Dank voor uw sympathieke reactie. Heeft me ertoe gebracht om dit deel van mijn artikel iets anders te formuleren en aan te passen.
      K. van den Geest

  2. Jan schreef:

    Dag Ds van der Geest,

    Wat is nu ten diepste uw uitgangspunt?
    Alzo spreekt de HEERE of begint u bij de mens?

    Gaat het in de prediking in de GKv nog over de Middelaar Gods en der mensen?
    Worden de 3 Personen nog gepredikt?
    Wordt Christus in Zijn ambten en naturen nog wel gepredikt.
    Een arme zondaar en een rijke Christus…….wordt daar nog onderwijs over gegeven?
    De diepe val in Adam……is daar nog enige kennis aan in de GKv?

    Wat ik hoor in de prediking–en ik zit er wekelijks onder– is Gods is liefde, jij mag er zijn zoals je bent, het is goed met jou. Vaak komt een hele rij aan wereldse voorbeelden in de prediking langs. We gaan zo met op de ski-lift de hemel in. Je hoort (bijna) niets meer over bekering en wedergeboorte.

    Waar moet het nu ten diepste in de prediking over gaan?

    Over die Ene Naam
    De 2 wegen
    De 3 stukken
    Adam en Christus
    Recht en genade
    Wet en evangelie

    Waar gaat nu de liefde Gods om?
    1 Joh 4:10
    Hierin is de liefde, niet dat wij God liefgehad hebben, maar dat Hij ons heeft liefgehad en zijn Zoon gezonden heeft als een verzoening voor onze zonden.

    De liefde Gods.
    Een onverklaarbare liefde, een eenzijdige liefde en een bewezen liefde.

    Zie hier het werk van Christus in opdracht van de Vader voor verloren mensen.

    Groet, Jan

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *