Getrouwd, voor God en voor de kerk

Over wanneer je nu echt getrouwd bent en wat te doen met ongehuwd samenwonen

Hoe moeten kerken omgaan met jonge mensen die niet trouwen maar ongehuwd gaan samenwonen? Nu is de praktijk vaak, dat we hier veroordelend op reageren. Een ouderling komt op bezoek en vertelt dat deze twee mensen ‘in zonde leven’. Immers, ze kiezen niet voor het Bijbelse huwelijk. Kerkenraden spreken hierover en overwegen soms zelfs afhouding van het avondmaal.

Al langere tijd vind ik deze praktijk behoorlijk onbevredigend. ‘Samenwonen’ is in de huidige samenleving op geen enkele manier iets abnormaals, wat het in de tijd van de Bijbel zeker wel was. In de oud-oosterse samenleving kwam het moderne verschijnsel van ongehuwd samenwonen gewoon niet voor. Alle volken in die tijd kenden een vorm van publieke huwelijkssluiting. Vaak was er sprake van uithuwelijken, een deal tussen families. Het was altijd een in de gemeenschap erkende verbintenis. Ongehuwd samenwonen kwam als mogelijke optie niet eens bij mensen op. Vele culturen kennen deze situatie nog altijd.

Wat is nu de essentie van het huwelijk, vergeleken met samenwonen? Dat er sprake is van een publiek erkend verbond voor het leven. Er wordt onder getuigen een belofte van trouw afgelegd. Maar bij dat publieke karakter moet je niet denken aan een ‘gemeentehuis’ of een ‘ambtenaar van de burgerlijke stand’. Die zijn er pas veel later bij betrokken geraakt, in ons land vanaf de Franse overheersing. Dus de vorm van de huwelijkssluiting die wij nu kennen is betrekkelijk jong en wij moeten deze dus niet verheffen tot identiek aan de Bijbel of tot Bijbelse norm. Wat wel een duidelijke lijn in de Bijbel is, is die trouwbelofte onder getuigen.

Intussen is in onze cultuur ongehuwd samenwonen een geaccepteerde praktijk. Sommigen wonen net als in een huwelijk levenslang samen en blijven elkaar trouw. Het gezinsleven, ook als er kinderen komen, ziet er uit als bij het vroegere huwelijk. De overheid geeft bovendien mogelijkheden om zaken juridisch en maatschappelijk te regelen. Zo zijn er samenlevingscontracten en geregistreerd partnerschap, etc. Daardoor is het verschijnsel ongehuwd samenleven steeds meer op het vroegere burgerlijke huwelijk gaan lijken en zijn beide in onze samenleving naar elkaar toe gegroeid. Velen zien samenwonen ook nog eens als een opstapje naar een voorgenomen huwelijk, vergelijkbaar met de vroegere verloving. Ook binnen de kerken kiezen veel jongeren voor een dergelijke samenlevingsvorm. Daarom pleit het rapport van de deputaten voor Relatie Kerk & Overheid voor een  nieuwe bezinning met het oog op een meer aan de huidige werkelijkheid beantwoordende praktijk en vormgeving.

Het zou mooi zijn als hier vorderingen gemaakt kunnen worden. Nu raakt de relatie met sommige jongeren in de kerk soms onnodig vertroebeld doordat we ze afwijzend en veroordelend benaderen. Dit gebeurt niet alleen in de pastorale contacten met kerkenraadsleden, maar bewust of onbewust ook vaak in de gemeente. Leeftijdgenoten die er moeite mee hebben durven vrienden die samenwonen niet altijd open en eerlijk daarop aan te spreken, volwassenen draaien er soms ook omheen (ook vaak de ouders, die er niet goed raad mee weten als hun kinderen zulke keuzes maken). En intussen hoor je dan hier en daar de vraag of “de kerkenraad er wel iets aan doet of dat dit nu zo maar allemaal moet kunnen”. Deze sfeer is slecht en zeker niet bevorderlijk voor een open gesprek en een liefdevol elkaar aanspreken. Het zou al goed zijn als we eens ophouden hier moraliserend (met een opgeheven vingertje) op te reageren. Waarom niet gewoon het gesprek aangaan en vragen stellen in plaats van dat gepreek? Met dat laatste help je deze jongeren al helemaal niet, ze voelen zich afgewezen en sommigen gaan zich zo minder welkom voelen in de gemeente en raken tegen wil en dank vervreemd van de kerk. En wat doen we met jongeren die verkering hebben? Hoe gaan zij om met seksualiteit? Waarom eenzijdig kijken naar mensen die dan in ieder geval openlijk samenwonen?

Hoe kun je nu jongeren die samenwonen dan verder helpen? Allereerst door het gesprek niet met die veroordelende houding te beginnen. Wat maakt, dat we vaak zo snel mogelijk de wetten en geboden van God aan de orde menen te moeten stellen? Alsof je die even snel over de schutting komt gooien, om vervolgens te kunnen zeggen: wat jullie doen is zonde. Sommige ouderlingen voelen zich daartoe ook nog eens gedrongen omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor de hele gemeente. Andere jongeren moeten immers niet de indruk krijgen dat dit allemaal zo maar kan? Dus moet je hier paal en perk aan stellen.

Maar daarmee helpen we onze samenwonende jongeren allerminst. En eigenlijk ook andere jongeren niet. Wat nodig is, gaat dieper dan dat. Het gaat er om dat we elkaar leren wat het betekent als je Christus volgt in je leven. Wat is een christelijke identiteit? Wil je God dienen en liefhebben? En wat betekent dat dan voor de keuzes die je maakt? Ben je bereid daar op aangesproken te worden: wat betekent het dat jij christen bent, voor hoe je je leven inricht? Durven we het aan om zo gesprekken aan te gaan? Durven we het gesprek te beginnen met een vragende houding: hoe zijn jullie tot deze keus gekomen, wat zijn jullie motieven, hoe zie je dat in het licht van je christen zijn, etc.

Vervolgens zouden we als kerken moeten zoeken naar een andere trouwpraktijk. Trouw-praktijk zeg ik, omdat het mooie van dit rapport is, dat het pleit voor een duidelijke Bijbelse invulling van de duurzame relatie, in het rapport een ‘huwelijk in Bijbelse zin’ genoemd. Het mooie is, dat men heeft gezocht naar de essentie van het Bijbelse huwelijk: de trouwbelofte onder getuigen. Zo kan dit rapport ons  helpen om toe te groeien naar een nieuwe praktijk, die veel meer dan nu beantwoordt aan wat Gods wil is en die tegelijk jongeren helpt de goede weg in te slaan, zonder veroordeling bij voorbaat.

Maar dan moet er nog wel heel wat gebeuren. Want als het rapport ervoor pleit om samenwonen niet alleen maar eenzijdig afkeurend te benaderen, erkent het tegelijk ook dat er nog niet zo maar een nieuwe praktijk en vorm gevonden is. Dat zal een zaak moeten zijn van samen als kerken een weg zoeken. Dan zullen we dat ook moeten ontwikkelen samen met andere kerken en in gesprek met de overheid. De deputaten voor Relatie Kerk & Overheid krijgen hier dan een belangrijke rol in. Wij kunnen niet als enige kerkverband voor een nieuw soort huwelijkssluiting kiezen, waarbij het accent meer komt te liggen op de trouwbelofte in het midden van de gemeente.

Intussen bevinden we  ons nu in een overgangssituatie. Het gesprek aangaan op de hierboven heel summier geschetste manier zou een eerste begin kunnen zijn. Elkaar opwekken om echt christelijke keuzes te maken. Jongeren niet veroordelen maar inspireren, zodat ze er naar gaan verlangen om Jezus lief te hebben. En dat ze dat ook bij anderen in de gemeente meer ervaren: dat zoeken en worstelen om christen te willen zijn in een volledig van God losgeslagen samenleving.

Dit vind je misschien ook leuk...

3 reacties

  1. Lambert Wierenga schreef:

    Er is maar één trouwceremonie: die welke geliefden aangaan met elkaar ten overstaan van de gemeenteambtenaar. Het overige is slechts een redelijk vrijblijvende bijeenkomst, al nazr de wens van de eerstgenoemden. Zoals Calvijn meende dat een krrkelijk ambtsdrager niet op een kerkhof behoorde te komen, meen ik dat een gemeenteambtsdrager zich niet met deze ceremonie hoort te bemoeien.

  2. A.Wierenga schreef:

    Als je de overheid het recht op registratie van je huwelijkssluiting hebt gegund en daardoor publiekelijk als echtpaar gedocumenteerd bent, dan voldoe je aan de criteria van “het bijbelse huewelijk”, wat dat ook zijn moge?
    Nou, stel dat dat waar zou zijn, waarom wil iemand dat jonge echtpaar dan ook nog eens een kerkdienst opdringen, waar de spreker hun het een en ander gaat vertellen over “het bijbelse huwelijk” en namens hen een gebed tot God richt? Dat laatste kunnen ze thuis, op de fiets, aan tafel, aan het strand, dus overal doen zo vaak als ze willen, zonder welke derde dan ook erin te mengen. Dat andere (door mij liever zo verwoord: Hoe breng je de Gulden Regel van Jezus van Nazareth in praktijk jegens je huwelijkspartner?) kunnen ze dagelijks nog eens opzoeken in de tientallen huwelijksadviesboeken die psychologen aan de boekhandels leveren.

    • Rob Nijhoff schreef:

      Deze reactie(s) komen op mij bevreemdend chagrijnig over. Hoezo ‘opdringen’? Achterhaalde jaren ’60-frustratie? Veel jonge stellen willen graag zelf hun hemelse Vader en hun kerkelijke gemeente betrekken bij deze heuglijke stap. In de naam van Jezus Christus die in deze reacties ongenoemd blijft – jammer, gegeven de expliciete intentie die Klaas van de Geest in zijn stuk noemt.
      Kerken hebben geen enkele macht (meer) om leden, laat staan derden, iets op te dringen. Dan haak je als (niet-)lid gewoon af, toch? Die vrijheid heb je.

Laat een reactie achter op A.Wierenga Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *