Gereformeerde kerk blijven?

Deden we er als synode wijs aan om een afvaardiging te ontvangen van de schrijvers/ondertekenaars van het Appel van gereformeerdekerkblijven.nl, ondertekend door zo’n 1500 kerkleden? Tja, daar kun je best je bedenkingen bij hebben. Gaan we zo niet een geheel nieuwe praktijk in de kerken bevorderen? Van het schrijven van petities, het voeren van handtekeningenacties en het zo proberen te beïnvloeden van ‘de macht’? Is dat niet een stijl die meer past bij de huidige samenleving en haar politieke klimaat? De onvrede regeert, de rancune zet de toon, het wij-zij-denken is schering en inslag. En nog iets: zijn er niet vele anderen, die op deze manier niet van zich laten horen en dus ook niet gehoord worden? Mensen juist aan de geheel andere kant: de twintigers in de kerk, die met de deurkruk in de hand staan, de dertigers die op zoek zijn naar een andere kerk? Weg uit het benauwende klimaat dat ze nog steeds ervaren?

 

Gereformeerde kerk?

Ik vind het behoorlijk typerend dat de website waarop het Appel te vinden is, het woord ‘kerk’ in haar naam voert. De laatste jaren is er veel gezegd en geschreven over kerkelijke eenheid en toenadering tussen voorheen gescheiden optrekkende kerken. Op een ‘Ontmoetingsdag’ georganiseerd door Reformatie en Opbouw voorjaar 2013 was veel dankbaarheid te bespeuren over de hoopvolle contacten tussen GKv en NGK in veel plaatsen. De dag zelf was vol ontroering en emotie. Mensen die elkaar jarenlang niet hadden gezien noch gezocht, konden met tranen in hun ogen uitspreken: hoe goed is het om elkaar weer als broeders en zusters, mensen die samen van Christus zijn, te ontmoeten. Een oudere zuster gaf te kennen voor het eerst sinds bijna 50 jaar weer samen met leden van ‘die andere’ kerk het heilig avondmaal te hebben gevierd en dat ze daarbij huilend de Heer van de kerk hadden gedankt voor zijn werk dat hierin zichtbaar was! Een spreker op deze dag erkende, dat hij 10 jaar eerder nog had gesproken over de katholiciteit van de kerk op een manier waarop hij dat vandaag nooit meer zou willen doen. Hij had in die eerste lezing katholiciteit vooral betrokken op de grenzen van de kerk, nu zei hij niet te begrijpen waarom hij het kenmerk van de kerk als katholiek niet allereerst had betrokken op de ruimte die dit betekent! Dit vond ik wel de meest openhartige ontboezeming op deze dag: dat je kunt erkennen dat je fout hebt gezeten, te beperkend gesproken hebt en dat je jezelf publiek durft te corrigeren.

En juist dit laatste maakt duidelijk, dat het bij de eenheid van de kerk niet gaat om de kerk als een instituut. Het gaat om het katholieke geloof, de eenheid in Christus, díe verbindt. De ontwikkelingen van de laatste jaren waarbij kerken naar elkaar toegroeien zijn hoopgevend en bemoedigend. Zelfs kerken die wij als ‘vrijgemaakten’ voorheen zonder meer en vrij eenvoudigweg afschreven omdat er ruimte was voor een liberale theologie en prediking, zijn we nu weer aan het zoeken. Waarom? Omdat we zelf ons geloof in de Schrift als de enige basis voor eenheid en de belijdenis als richtlijn daarbij hebben losgelaten? Daar geloof ik helemaal niets van. Het is omdat God zelf in al die kerken een groot werk aan het doen is: men zoekt opnieuw naar een solide basis en een duidelijke identiteit. Kerken die leeggelopen zijn en ernstig vergrijsd, komen nu ze de bodem bereiken tot de ontdekking dat ze de deuren kunnen sluiten, tenzij ze heldere keuzes maken en een duidelijke koers en identiteit gaan vertonen. Dat leidt her en der tot nieuwe oriëntatie en hernieuwd luisteren naar de Bijbel.

In diverse publicaties wordt hierop gewezen. Zo schreef Gerben Heitink in zijn Kerk met karakter (2007) over een kerk zonder muren en grenzen, passend bij een tijd waarin mensen anders dan vroeger hun betrokkenheid bij kerk ervaren en vorm geven. Daarbij wordt de kerk niet slechts een vloeibaar en onsamenhangend iets, maar zoekt zij haar kracht in een duidelijk hart of een heldere kern, door hem genoemd “het geheimenis van Jezus Christus”. Ook Henk de Roest spreekt als hij in zijn Huis voor de ziel (2010) schrijft over ‘kerkplekken’, van de noodzaak van een duidelijke identiteit van wat kerkplek mag heten. Dat doet hij in een afzonderlijk hoofdstuk over de vraag: “Van wie is dit huis voor de ziel?” En zijn antwoord is dan: van Jezus Christus. Tijdens de studiedag van de PThU, waarop dit boek gepresenteerd werd en waar ik aanwezig was, vielen mij de reacties vooral van de oudere aanwezige PKN-predikanten op, in de trant van: “Ga je hiermee niet veel te ver, dat de kerk van Jezus is dat vind ik nogal wat en dat zou ik niet zo maar in mijn mond durven nemen”. Ik vond dat toen nogal schokkend, maar het was duidelijk op die dag, dat dit soort reacties vooral van de oudere generatie predikanten kwam en dat jongere theologen zelfs van mening waren dat je nog veel radicaler zou moeten spreken dan De Roest in zijn boek doet: de kerk is daar waar Christus is en waar zijn Woord onverkort wordt verkondigd als het evangelie van redding van zondaren! Je merkt steeds vaker onder PKN-dominees en -theologen, dat de liberale Bijbelkritische prediking op haar retour lijkt en dat die hoort bij een vergrijzende achterhoede in de kerk. Men heeft ontdekt, dat men daarmee jongere generaties niet vasthoudt en al helemaal niet inspireert als men vanuit liberale Bijbeluitleg Gods Geest monddood maakt en zijn Woord tot zwijgen brengt.

Nogmaals, wie zal dit geen bemoedigende en hoopvolle ontwikkeling noemen? Dit soort waarnemingen geeft mij de bevestiging dat de tijden veranderen en wel in de goede richting. Daarmee zijn die kerken echt nog niet geheel langszij gekomen, maar de richting waarin men gaat lijkt positief. Er is groeiende behoefte aan orthodoxe preken en toenemende openheid voor een Bijbelse benadering van hedendaagse vraagstukken. Destijds heb ik dat ook de bemoedigende boodschap gevonden in het boek van J. Douma, Hoe gaan wij verder? (2001). Daarin schrijft hij onder meer, dat wij er met een eenvoudige onderscheiding tussen ‘waar’ en ‘vals’ niet meer komen. Hij bepleit daarin een federatief samengaan van in ieder geval de kerken van gereformeerde confessie. Ook stelt hij voor om geen kleine maar moedige stappen te zetten en ruiterlijk schuld te belijden over zonden in ons kerkelijke verleden, toen we gescheiden wegen gingen.

Al deze ontwikkelingen en geluiden zijn niet te negeren. Ze geven reden tot hoop en dankbaarheid. Ze helpen ons meer op de Geest van God te vertrouwen en op de belofte van Jezus, dat zijn Geest ons in de waarheid zal leiden. Maar al deze ontwikkelingen laten vooral ook één ding heel duidelijk zien: niet een kerk maar het geloof moet ons tot eenheid brengen. Niet een gebouw maar het fundament geeft ons de enige grond om te komen tot eenheid van allen die van Christus zijn. En daarom is de website gereformeerdekerkblijven zo typerend: wil men iets bewaren wat we ook voor iets hogers en groter moeten willen en durven relativeren of misschien zelfs opgeven? Wil men een kerkelijke zelfstandigheid legitimeren die steeds minder te rechtvaardigen is als je al deze ontwikkelingen aanvaardt als mede het werk van God? Gaat het om ‘onze’ kerk of om het werk van God? Daarmee speel ik echt kerk en God niet tegen elkaar uit. Ik weet ook, dat God ons roept tot eenheid allereerst in en door de kerk. Daar houd ik mij nog steeds aan. Tegelijk wil ik die kerk zien in het grote licht van het Woord dat ons tot eenheid roept en de Geest die ons verbindt. Dan zijn gereformeerde geloofsleer en Bijbels belijden onze richtingwijzers, en zo de basis voor uiteindelijk kerkelijke eenheid. Zodat zij die één zijn ook echt één worden en samen komen.

 

En al die kerkverlaters…?

Ik denk dat het goed was, dat de synode ruimte gaf aan de opstellers van het Appel om hun zorgen toe te lichten. Want tegelijk herken je best wat van de zorgen die zij aan de orde stellen. Alleen, hoe taxeer je zorgpunten in de kerken? De Appelschrijvers wijzen erop, dat velen de tweede dienst op zondag niet meer bezoeken. Tja, dat zien we allemaal. Al blijf ik zeggen: hoe ga je daar mee om? Niet alleen is het van alle tijden, dat de middagdienst een lager bezoekersaantal laat zien dan de morgendienst. Maar ook kan de alarmerende sfeer hier omheen ertoe leiden dat we niet echt onderzoeken wat achtergronden hiervan zijn omdat we er vrijwel onmiddellijk een veroordelende kwalificatie aan verbinden. Daar maak ik me dan pas echt zorgen over. Er is dan geen ruimte voor het zoeken naar mogelijke alternatieven. Het is meteen alles of niks. En dan praat je elkaar zo maar naar beneden: zie je wel, het wordt allemaal steeds minder… Een slecht soort gesprek wat mij betreft, meer borrelpraat dan opbouwend, weer dat mopperige sfeertje dat je overal in de samenleving aantreft, niet bepaald een geestelijk sterke manier van kijken. En dat terwijl je veel kerken ziet, waar men zich serieus bezint op hoe je in deze tijd goede en verantwoorde invulling kunt geven aan leerdiensten waarin de leer zoals we die belijden wordt onderwezen. Maar dit even als opmerkingen terzijde.

De Appelschrijvers wijzen op meer ontwikkelingen, die je divers kunt duiden. Men wijst bijvoorbeeld op standpunten die mensen hebben over homoseksualiteit. Maar ook hiervan moet ik zeggen: waarop baseer je het oordeel, dat de kerken in hun leer en onderwijs bezig zijn de deuren open te zetten voor homorelaties? Kortom, ik mis toch in dit Appel de balans: er zijn zeker mensen die van de Bijbel afwijkende meningen hebben. Dat kan ook niet anders, nu mensen zich niet meer zo eenvoudig laten leiden door autoriteiten die ‘het weten’. Iedereen zoekt zelf op internet naar opinies en niet gehinderd door kennis van zaken plukt men her en der zijn menuutje bijeen. Dat kun je zorgelijk vinden, je kunt ook zeggen: en dus is er meer dan ooit de uitdaging en roeping om de radicaal Bijbelse boodschap te laten horen en mensen op te roepen toch te luisteren naar Gods Woord dat oproept tot een nieuw leven en je te laten leiden door de Geest die je tot nieuwe mens maakt. Die boodschap, mits indringend gebracht, vindt nog wel degelijk gehoor. En wie op de Heer van dit Woord vertrouwt gelooft ook: hij zal de zijnen roepen en achter zich vergaderen.

Maar dan wil ik graag ook aandacht vragen voor een heel andere groep van mensen met zorgen. Een hele leeftijdslaag dreigt uit de kerken te verdwijnen: de twintigers. “Bij de achterdeur van de kerk staan twintigers”, aldus de kop boven een bespreking van een onderzoek door de theologe Dorothé Berensen  naar de relatie tussen twintigers en de kerk (ND 7 september 2013). Kern van het verhaal: “De belangrijkste vraag die gesteld moet worden, is niet hoe we ‘de twintigers’ terugkrijgen in de kerk, maar: hoe wil en kan de kerk present zijn in de leefwereld van de twintigers?” Het onderzoek richt zich op twintigers in de Protestantse Kerk, maar wie dit onderzoek leest, kan er niet omheen dat wat daarin wordt geconstateerd ook opgaat voor de Gereformeerde Kerken (vrijgemaakt). In het betreffende artikel wordt gesteld dat beslissend is hoe de kerk reageert op de ronduit zorgelijke cijfers van twintigers die de kerk verlaten. Die vraag betreft ook ons kerk zijn: wat doen we daarmee, hoe reageren we hierop? Er verlaat ons jaarlijks een hoeveelheid kerkleden ter grootte van een forse gemeente in het kerkverband. Is dat niet alarmerend? En durven we onszelf de vraag te stellen wat dit voor ons die achterblijven betekent? Welke keuzes we dan zouden moeten maken? Reken jezelf niet te snel rijk: vandaag doen er 10 belijdenis, over vijf jaar is de helft weg! Ongelovig geworden? O nee, maar ze ervaren geen verbondenheid met het huidige kerk zijn, de kerk blijft steken in de fase van een 50+ instituut.

Nog zo’n artikel verscheen in het ND van 10 augustus 2013: “Waarom opgeleide jonge volwassene de kerk verlaat”. Opnieuw een onderzoek, nu in Amerikaanse kerken. Je kunt die wereld niet zo maar gelijk stellen aan de onze, maar uit dit onderzoek blijkt dat jonge hoogopgeleiden niet zitten te wachten op popularisering van kerkdiensten (een punt van de Appelschrijvers!!), wel op radicale prediking die hen uitdaagt tot heilig leven. Veelzeggend zou ik denken.

En wat te denken van de vele dertigers die ‘nog’ in de kerk blijven? Waar hebben zij behoefte aan? Aan een kerk die hen helpt in deze tijd en wereld christen te zijn en hun kinderen als kinderen van de Heer op te voeden. Reken je niet rijk, opnieuw: onze kerken zitten vol met die categorie mensen. Hoe lang nog, als we niet echt radicaal kiezen voor een manier van kerk zijn die al die mensen kan inspireren?

 

Geen petitie en handtekeningenactie…

Hoe dat dan moet? Daar ga ik nu niet op in, daar hoop ik in een ander verband wat concreter over te kunnen schrijven. Waar het me nu om gaat is dat al deze mensen geen petitie schreven en zo ook geen toegang zochten of kregen op een synodesessie. Synodes moeten hun werk doen met het oog op de toekomst. Dat betekent niet, dat je koste wat kost iedereen binnen moet willen houden. Maar dat je durft te kiezen: wat vraagt de Heer van de kerk hier en nu van ons? Hoe blijven we mensen inspireren niet om deel uit te maken van een kerk maar om te kiezen voor het volgen van onze Heer, Jezus Christus!

 

 

 

 

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. J.ciere schreef:

    Nee gereformeerde kerk moet niet blijven. Wat een moeilijke mensen zeg.. Ik denk dat nee onze heer dat niet kan waarderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *