Genesis 18, 1-8 – Afsluitende preek over gemeentethema Gastvrijheid: Er zal maar een engel bij je op de stoep staan!

Inleiding

Er zal maar een engel voor je deur staan! Wie heeft dat wel eens meegemaakt? Ik hoorde eens een verhaal: een kind werd vlak voor een bus weggetrokken. Door iemand die er ineens was: een engel?

Misschien kent iemand nog de Amerikaanse tv-serie “Touched by an Angel”. Tot 2003 in Nederland uitgezonden door de EO. Het gaat over vier engelen die naar de aarde gestuurd worden. Ze moeten mensen helpen, hen leren dat alleen liefde de wonden van het leven heelt. Ik vond het ontroerende verhalen, al zal een ander het Amerikaanse tranentrekkers vinden.

Er kan zo maar een engel bij je voor de deur staan! Abraham nodigt drie mannen uit en maakt een uitgebreide maaltijd voor hen klaar. Zijn gasten blijken engelen te zijn, ja de HEER zelf is zijn gast!

 

De hoofdlijn

Dit verhaal gaat niet over gastvrijheid, je moet het allereerst zien in het grotere geheel. God heeft Abraham en Sara nageslacht beloofd. Maar ze zijn teleurgesteld: wat God beloofd heeft lijkt niet meer te gaan gebeuren. Ze zijn al te oud om nog kinderen te krijgen. Toch heeft God zijn plan. Daar houdt hij aan vast: aan de redding van de wereld, de komst van zijn koninkrijk. Dat hoor je ook in dit verhaal, bijvoorbeeld in die indrukwekkende woorden die God zegt: Is ook maar iets voor de HEER onmogelijk? God doet wat hij belooft. Daar moet je op vertrouwen. Dat wil hij Abraham en Sara leren: dat ze blijven geloven.

Sara lacht, de ongelovige lach van een mens die gevangen zit binnen zijn eigen denkframe. God doorbreekt alle menselijke beperkingen. Geloof jij dat? Durf je het aan zo op hem te vertrouwen, dat je je aan hem overgeeft? Het werk van God is niet te keren, omdat hij erover waakt!

 

Inzoomen: Gastvrijheid

En dat geloof heeft alles te maken met wat ons nu interesseert: gastvrijheid. Want allereerst is geloven: je durven overgeven, vertrouwen. Gastvrij zijn is een manier van geloven: het vergt moed. Stel, er staat er iemand bij je voor de deur, een volslagen onbekende. Wel eens meegemaakt? Dat de bel gaat, en er staat iemand die je nog nooit eerder gezien hebt? Ik denk niet, dat dat gauw zal gebeuren: een wildvreemd iemand bij je op bezoek.

Dat is meteen al een verschil met Abraham, daar was dat minder ongewoon. Want Abraham zit buiten, voor zijn tent. Er is eigenlijk geen echt verschil tussen buiten en binnen. Hij zit op de overgang tussen binnen en buiten. Totaal anders dan bij ons, wij zitten achter onze voordeuren, mensen moeten aanbellen.

En nog iets valt op: Abraham neemt een actieve houding aan. Hij ziet drie mannen, maar die komen niet naar hém toe, hij gaat naar hén toe. Zijn tent uit, naar die mannen die daar staan, “even verderop”. Abraham had kunnen doen wat wij doen: wegduiken, je verstoppen achter de voordeur. Doen alsof er niemand thuis is. Dat kun je zo hebben: je bent bezig, je hebt even helemaal geen tijd. Of… helemaal geen zin: om tijd te máken voor die ander, aandacht te geven?

Misschien denk je: moet dat dan altijd, meteen voor iedereen klaar staan? Ik heb toch ook mijn eigen leven, mijn eigen programma? Moet ik bij de eerste de beste die aan de deur staat alles uit mijn handen laten vallen? Tijd en aandacht geven aan een onverwachte gast, dat haalt je inderdaad uit je ritme. Dat is een keuze, dat moet je dus echt willen. Gastvrijheid is een actieve, bewuste houding: je bent erop uit! Je hebt van die mensen, die doen dat: kom even binnen, ga even zitten, ik maak gauw koffie! Maakt ze niet uit waar ze op dat moment mee bezig zijn. Jij bent nu even belangrijker…

En nog iets valt dan op: wat een werk maakt Abraham ervan! Als die drie mannen ergens op tijd moeten zijn, kunnen ze dat wel vergeten. Ergens op tijd moeten zijn, weer zoiets van onze tijd en cultuur! Gastvrijheid kost tijd. Sara gaat brood bakken, dat duurt wel even. Een knecht moet een kalf slachten, voordat dat vlees gaar is…! Take your time, ga er maar even voor zitten, doe of je thuis bent…

Vervolgens valt op hoe royaal gastvrijheid is. De stoffige voeten van de gasten worden gewassen. Er komt een flinke hoeveelheid eten en drinken op tafel. Je ziet het voor je: hoe die mannen volgestopt worden. Het zal Abraham niet overkomen dat zijn gasten achteraf tegen elkaar mopperen: ‘Het was wel wat magertjes allemaal…’ Dat is Abrahams eer te na!

En dat is het punt: oosterse gastvrijheid was een erezaak. Je kunt zeggen: dat is cultuur. Maar dan wel een cultuur waarvan wij kunnen leren. Misschien moet je zelfs zeggen: een cultuur die iets van God laat zien. In onze cultuur is gastvrijheid misschien wel eens wat afgemeten en gepland. Gastvrijheid op afspraak, niet altijd even spontaan en royaal. Royaal: mooi woord in dit verband, het betekent koninklijk, vorstelijk. Dat is wat Abraham doet: zijn gasten vorstelijk onthalen. Abraham laat iets van Gods overvloed zien. Aan God zelf nog wel!

(zingen: Psalm 105, 7: Gods volk trok weg uit Egypte, door woestijnen en vreemde landen, als vreemdeling, als gast. God bracht hen thuis!)

 

De gast is God

Nog een keer terug naar het begin. Abraham ziet drie mannen staan: wie zijn dat? Heeft hij meteen iets gevoeld van wie zij echt waren? Niets in het verhaal wijst daarop. Abraham ziet gewoon ‘drie mannen’: drie onbekenden. En hij reageert zoals iedere oosterling zou doen. Ho stop, dat is niet waar: zoals iedere oosterling zou moeten doen! Want twee van die drie reizen straks verder naar de stad Sodom. Worden ze daar gastvrij ontvangen? Allesbehalve! De mannen van Sodom willen hen zelfs seksueel misbruiken! Ik zeg het maar gewoon zoals het is (je leest het in Gen. 19). Gastvrijheid was dus zeker niet algemeen! Nee, het was ook toen bijzonder, een gave! Een Goddelijke eigenschap!

Ook in onze samenleving is dat overduidelijk. Ons land wil die 250 vluchtelingen uit Syrië, z.g. ‘uitgenodigde vluchtelingen’, toch niet opnemen. Liefst houden we de grenzen helemaal dicht voor al die ontheemden. Goed, we leveren een bijdrage in oorlogsgebieden. En intussen weigeren we te zorgen voor uitgeprocedeerden, die we als ‘illegalen’ hebben bestempeld. Hoe bestaat het! Ontheemden hebben recht op bad, bed en brood. Recht, dat is wat de Bijbel zegt: God komt op voor het recht van de vreemdeling! Er is in ons land en in de politiek een harde egoïstische sfeer ontstaan. In zo’n klimaat wordt gastvrijheid wel echt een christelijke deugd! Iets waarmee christenen zich onderscheiden.

Het is dan ook voluit een genade-gave, zuivere naastenliefde. Dat ga je zien als je ziet wie hier de Gast is: de HEER zelf. Dit verhaal beeldt uit wat Jezus zegt in Matt. 25: Ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling en jullie namen mij op, ik was naakt en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik dat gevangen en jullie kwamen naar mij toe. Als de mensen dan vragen wanneer ze dat deden, zegt Jezus: toen jullie dat voor de minsten hebben gedaan. Toen deden jullie dat voor mij! Help je een mens, dan help je, dan eer je God! Verwelkom je iemand, dan laat je God zelf binnen.

En precies dat gebeurt hier, letterlijk! Abraham ontvangt God zelf! Dat is de diepe betekenis van gastvrijheid. Gastvrijheid is nooit vrijblijvendheid. Je gast is nooit een toevallige passant. Je gast binnen laten, is hem/haar niet maar binnen laten in je huis, maar in je hart! Zoals Jezus zegt: wie mij ontvangt, ontvangt hem die mij gezonden heeft. Dan ontvang je God, in je hart! Dan geef je jezelf weg!

Gastvrijheid is een geloofsdaad, het is overgave. Het is Gods liefde ontvangen én doorgeven! Als dat nu eens de identiteit van de kerk mocht zijn! In deze buurt, in je eigen buurt, in deze stad, in ons land. Wat zijn er veel mensen eenzaam, kansloos, kwetsbaar! Wat zijn er een ontheemden in de wereld! En wat maakt Gods liefde ons rijk, vrijgevig, hartelijk! Gods liefde voor jou is dat hij zich gaf. Dat doet toch iets met je?! Vergeet daarom de gastvrijheid niet, zegt de schrijver van Hebreeën. Het is geen liefhebberij, geen politieke correctheid van de z.g. ‘linkse kerk’, het is het hart van christen zijn.

Ooit heeft iemand zonder het te weten engelen in huis gehad, zegt hij ook. Dat is een waarschuwing: God vermomt zich als een dakloze, arbeidsmigrant, vluchteling.  In die mensen zie je hem. Zij wekken je liefde op, God wekt jouw liefde op.

Amen

 

Gen. 18, 1-8

Gen. 18, 1-8 (Gastvrijheid)

 

(duur gehouden preek: 20 min.)

 

 

400px-Angelsatmamre-trinity-rublev-1410

Deze wereldberoemde icoon is gemaakt door Andrej Roebljov (ca. 1360/70 – ca. 1430) en is getiteld “De gastvrijheid van Abraham”. Hierover is in de dienst het volgende gezegd, ter toelichting, bij wijze van geloofsbelijdenis in beeldvorm (zie ook laatste dia van de PowerPoint):

Je ziet hier een afbeelding van een wereldberoemde icoon. Iconen worden in de oosterse kerk vereerd als een soort beelden. Wij zeggen niets tegen beelden (ook niet via beelden tot God), beelden zeggen wel iets tegen ons. Dit is een icoon van Andrej Roebljov, “De gastvrijheid van Abraham”. Zien wij hier Abraham? Nee, we zien wel de “Heilige Drievuldigheid”, Vader, Zoon en Geest. Je ziet de Vader rechts, in blauw en groen, de kleuren van de schepping. In het midden de Zoon, de Pantokratoor, de almachtige aan Gods rechterhand. En links de Geest.

Eén van de bijzonderheden van deze icoon is: de personen van de Drie-enige kijken elkaar aan! Hun ogen zijn op elkaar gericht. Dat laat de gemeenschap in de Drie-Eenheid zien.

Vader, Zoon en Geest bevinden zich op aarde. Er is een boom: de eik van Mamre? Je ziet een gebouw, een huis: de ‘tent’ van Abraham? Maar je ziet geen mensen, ook Abraham komt niet in beeld. De schilder zag blijkbaar de drie mannen die bij Abraham op bezoek kwamen als de Vader, de Zoon en de heilige Geest.

Geen Abraham dus, geen mensen: waar zijn de mensen, waar zijn wij? Dat is een volgend opvallend aspect: de afbeelding is aan de voorkant open! Aan de kant van de kijker is het open, je kijkt tussen Geest en Vader door, op tafel, in de richting van de centrale figuur, de Zoon! God, Vader, Zoon en Geest, nodigt je dus uit om bij hem, hen, aan tafel te komen!

En dat doet je denken aan het avondmaal. Stilzwijgend, in beeldtaal, is de boodschap: jij en u zitten bij God aan tafel! De kelk in het midden wijst daar ook op: op Pascha, avondmaal.

Wat een prachtig plaatje van ‘gastvrijheid’, want dat is de titel van het stuk. Wat heeft een iconenschilder uit de Middeleeuwen, een monnik, bewogen om die titel er aan te geven, terwijl hij de heilige Drie-Eenheid wilde uitbeelden? Dat zullen we nooit weten, er is veel over geschreven en gespeculeerd. Ik hou het erop: hier zien we Vader, Zoon en Geest, mét zijn gemeente. Met ons, wij zitten aan tafel bij God.

Abraham ontving God, God zegt: ik ontvang jou.

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Joke Rozendaal schreef:

    Met veel enthousiasme lees ik de boeiende stukjes van pastor Klaas. Ook leest mijn tweelingbroer uit Kaapstad dit. En deelt dit daar met anderen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *