Beheren en inspireren

(als beheren beheersen wordt)

Afgelopen zaterdag 8 febr. waren de voorronden op de synode Ede. Twee hoofdonderwerpen: ‘financiën en beheer’ en Theologische Universiteit. Met als vraag die door alles heen speelde: hoe hou je dit beheersbaar?

Beheren
Synodes komen eens in de drie jaar bij elkaar. In de tussentijd doen deputaten het uitvoerende werk. Zeg maar een soort werkgroepen van de synode. Eén daarvan is “Financiën & Beheer”, een club die alle geldstromen in de kerken controleert en bepaalt hoeveel er door ieder kerklid bijgedragen moet worden om al het werk dat gebeurt te kunnen laten doorgaan. Deze deputaten kregen van vorige synodes de opdracht om er aan te werken dat de bijdragen (de z.g. ‘quota’) van de kerkleden niet te hoog gaan worden. Een edel streven, zou je zeggen. Het ledental van de kerken vertoont al jarenlang een dalende trend, de kerken vergrijzen (wat overigens een getrouwe afspiegeling is van de samenleving als geheel). En daar komt ook nog eens de financiële crisis bij, die overal voelbaar is. Door deze trends lijkt de bereidheid om bij te dragen af te nemen. Een andere trend van meer structurele aard is de z.g. afnemende betrokkenheid bij zoiets bovenplaatselijks als een landelijk kerkverband. Sommigen spreken in dit verband van ‘toenemend individualisme’ of soortgelijke kwalificaties. Het is de vraag hoe zinvol zo’n oordeel is. Individualisering is een gegeven: mensen ervaren zichzelf als individu, een trend die al met humanisme en Reformatie is ingezet. Vanuit die individualiteit maakt men zijn/haar keuzes. Maakt deze cultureel-maatschappelijke werkelijkheid dat mensen minder betrokken zijn dan vroeger? De manier waarop over deze trends gesproken wordt doet er wel toe. Bij de presentatie van het rapport van “Financiën & Beheer” en de daarop volgende discussie klonk bezorgdheid door. Ik bewonder zeker de inzet en enorme hoeveelheid werk van deze financiële specialisten. Maar de vraag is: spannen we met z’n allen niet het paard achter de wagen? Mijn kritiek zit ‘m vooral daarin, dat men zo lijkt te hameren op de noodzaak om gezien genoemde trends ervoor te zorgen dat de bijdragen hoe dan ook niet verder stijgen. Deze teneur is ook vaak te beluisteren op andere kerkelijke vergaderingen en op plaatselijk niveau: wat een geld gaat er naar ‘al die’ kerkverbandelijke verplichtingen, moet dat nu wel allemaal, waar houdt dat een keer op, moeten we daar niet ’s een keer de stekker uittrekken, enzovoort. Maar is dit niet een wat merkwaardige doelstelling voor de kerk: zorgen dat quota dalen of niet verder stijgen? Is beheren: beheersen? Beheersen prima, maar vanuit welke visie? Wie bepaalt die visie? Ligt dat bij de financiële waakhonden? Die waakhondfunctie is op zich prima. Je moet niet onverantwoordelijk omgaan met al dat belastinggeld, door goedwillende kerkburgers opgebracht! Maar is het niet beter om meer werk te gaan maken van communicatie en motivatie?

Motiveren en communiceren
Wat nu gebeurt is dat kerkelijke vergaderingen een soort benepen sfeertje gaan uitstralen van vrees en twijfel. We durven ons verhaal bijna niet meer te verkopen. Stel je toch eens voor dat mensen hun bijdragen gaan intrekken! Er ontstaat een neiging om ‘de mensen’ ‘te vriend’ te willen houden. We gaan elkaar steeds meer napraten en we durven ons nauwelijks nog sterk te maken voor al dat mooie werk dat er gebeurt. We gaan zo maar ‘meehuilen met de wolven in het bos’, uit angst voor impopulaire besluiten. Zoals momenteel ook in de samenleving gebeurt: omdat populistische politici permanent inspelen op diepe onderbuikgevoelens van onvrede, worden regeerders bang om moedige besluiten te nemen. De rancune regeert! En dat is pas echt crisis, de dood in de pot! Structurele quotumverlaging kan in de kerk van Jezus echter nooit een beleidsdoel zijn! Door samen enthousiast te zijn voor mooie doelen ontstaat er een heel ander sentiment! Alles begint met een samenhangende visie. Wat willen we, en waarom? Wat hoort bij de essentie van kerk zijn in deze tijd? Als je dat samen weet te formuleren, ontstaat er iets wat samenbindt en motiveert. Dat vraagt wel moedig leiderschap. Door inspirerende verhalen te vertellen in plaats van het oor te lenen aan gemopper en geklaag. Leiderschap is voorgaan in plaats volgen. Het is geloven, bidden, vertrouwen, luisteren naar Gods plan. Als dat de kleur en sfeer van de boodschap van een synode maar ook van andere kerkelijke vergaderingen wordt, zal de betrokkenheid zeker intensiever worden en zullen die bijdragen er komen! Daarom moeten we juist investeren in goede voorlichting en communicatie. Hier hebben we een flinke inhaalslag te maken. Wat dat betreft kunnen we leren van Actie Kerkbalans. Ook in de PKN lopen ledenaantallen fors terug. Maar men legt niet het moede hoofd in de schoot, men gaat in de ‘tegenaanval’. Nee, dat zeg ik niet goed, dat is te veel gedacht in een ‘wij-zij’ verhouding. Men gaat naast elkaar staan, zij aan zij, luisterend naar waar men behoefte aan heeft, analyserend hoe mensen van nu betrokken zijn en bij willen dragen. En: men bezuinigt per se niet op voorlichting, communicatie, werken met een netwerksysteem om iedereen, maar dan ook iedereen persoonlijk te benaderen. Veel heb ik in dat opzicht geleerd van het boek van Gerben Heitink, Een kerk met karakter.[1] In het vijfde hoofdstuk (“Participatie”) beschrijft hij de veranderingen in de manier waarop mensen in onze tijd zich betrokken voelen. Generaties onder (zeg maar) de 40 beleven het behoren tot een gemeenschap minder institutioneel en meer als een soort marktsituatie. Je bent geen ‘lid’ van een soort vereniging (inclusief een grondslag, reglementen, een bestuursstructuur), maar je wilt deel uitmaken van een inspirerende beweging. Leiderschap is daarin geen zaak van rationaliteit (het presenteren van kloppende cijfers, het uitzenden van logisch consistente boodschappen en argumentatie), maar van uitstraling en enthousiasmering. Leiders moeten verhalen vertellen, mooie verhalen. Ze moeten een droom laten zien, mooie doelen projecteren. En ze moeten mensen niet op de huid zitten met verplichtingen en verantwoordelijkheden, maar hen uitdagen en uitnodigen tot deelname. Dan kan men zich geraakt gaan voelen en mee gaan doen. En verwacht dan geen mensen die ooit geridderd zullen worden omdat ze er een vijfentwintigjarig jubileum in hebben bereikt. Men wil zich echt wel verbinden, maar dan op projectbasis, een periode met afgebakende doelen.

Mooie doelen
Tenslotte: wat voor moois wordt er voor dat geld gedaan? Enkele voorbeelden:

  • Theologische Universiteit: Hier gaat het grootste deel van de bijdragen van kerkleden naartoe. Dit is dan ook een grote instelling, die de laatste jaren steeds meer uitgroeit tot een volwassen theologische universitaire opleiding die zich te midden van andere universiteiten en ook internationaal weet te profileren. Een goede eigen theologische opleiding is voor de kerken essentieel. Je kunt wel stellen, dat de Theologische Universiteit op dit moment de voornaamste identiteitsbepalende factor voor de kerken is.
  • Diaconaal Steunpunt en Praktijkcentrum: Dé helpdesks voor kerken, kerkleden en ambtsdragers voor toerusting, materialen en ondersteuning voor de praktijk van gemeente zijn anno nu.
  • Betrekkingen met Buitenlandse Kerken: Wezenlijk voor kerk zijn is netwerken en broederschap beoefenen, wereldwijd. Luisteren naar wijsheid van kerken in andere culturen kan ons nederig maken en bescheiden. Juist zo word je geestelijk verrijkt: we zien het werk van Christus in de wereld, zodat Gods naam nog meer groot gemaakt wordt.
  • Gemeentestichting: Er zijn vooral in grote steden tal van nieuwe vormen van kerk ontstaan, waar jonge evangelisten moedig werk doen door nieuwe doelgroepen te bereiken met het goede nieuws over Jezus Christus. Wie zou dat niet willen steunen?! Veel mooie dingen! Al deze activiteiten, het zijn niet maar liefhebberijen van een paar hobbyisten die wat blind voortrazen op hun zelfgemaakte snelwegen binnen hun eigen wereld zonder oog voor het voorbijflitsende landschap. Nee, het is werk van God zelf! Ik denk vaak aan het moment waarop Petrus de andere apostelen probeert te overtuigen waarom hij het gewaagd heeft bij de onbesneden heiden Cornelius naar binnen te gaan en hem te dopen. Ze vallen hem er zwaar op aan (Handelingen 11, 3). Maar als ze zijn prachtige verhaal horen, afgesloten met die magistrale conclusie “hoe had ik God zelf kunnen weerhouden?”, zijn hun bezwaren op slag verdwenen! Niemand aarzelt dan nog, volmondig geven ze zich gewonnen: “Toen ze dat gehoord hadden waren ze gerustgesteld en loofden ze God”!

Het is precies dit wat ik soms mis in de kerken: durven wij God nog te loven om de geweldige dingen die hij doet? En volgen we hem dan op zijn wegen?

 

[1] Gerben Heitink, Een kerk met karakter. Tijd voor heroriëntatie, Kampen 2007

Dit vind je misschien ook leuk...

1 reactie

  1. Kim Batteau schreef:

    Goed geschreven, Klaas! Visie, visie, visie, geloof, geloof, geloof: de Here is onze hulp! Hij wil Zijn wereld verlossen (Joh. 3:16, Matt. 28:18-20: Jezus heeft alle macht in hemel en op aarde…). Niet “krimpen” maar bewogenheid met de mensen, missie, groei, Gods Koninkrijk! Jezus in het centrum! Hij zal het doen! groeten in Christus, Kim

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *