Allah en de Vader van Christus dezelfde?

Het was Burendag, de kerk was even een plek voor dansvoorstellingen, een praatje, gezellige drukte. Mooie gelegenheid om mijn Turkse overbuurman eens het gebouw van binnen te laten zien. Toen ik het hem vroeg, dacht hij geen moment na en ging onmiddellijk mee. Diep onder de indruk was hij. En heel veel vragen stelde hij. Bijvoorbeeld: hoezo doen jullie de schoenen niet uit bij de ingang? En hoe bidden jullie dan, er staan allemaal stoelen!

Voor een moslim is aanbidding van God iets van diepe eerbied, ontzag. Voor hem ga je met je gezicht ter aarde. Protestanten blijven bij het bidden gewoon op hun krent zitten. Nogal achteloos, zou je zeggen. Gereformeerden zijn zo ‘seculier’, dat ze alles doordenken tot op het bot: waar gaat het nou om, om je hart toch zeker, niet om je lichaamshouding of de plek waar je bidt! Maar je kunt je afvragen of we in die denkwijze ook niet iets kwijtraken.

 

Dezelfde God?

9200000001150425

 

Toch is het goed om bij wat je gelooft terug te gaan naar de kern, het hart. Dat doet ook Miroslav Volf, in zijn boek Allah.[1] Volf groeide op in Kroatië in de tijd van de voormalige republiek Joegoslavië, onder het communistische regime. Hij maakte de omwenteling en het uiteenvallen van de republiek mee, en de etnisch-religieuze oorlogen daarna. Zijn levensverhaal is erdoor getekend, maar juist dat maakt ook zijn pleidooi voor vergeving en verzoening zo overtuigend. In het boek Onbelast[2] vertelt hij het verhaal van de franciscaner monnik Ivo. Islamitische Bosniërs hebben 21 mannen uit zijn geboortedorp vermoord, waaronder zijn vader. Enkele jaren later bezoekt hij het dorp en gaat naar het huis waar zijn (ook vermoorde) broer ooit woonde en dat nu bewoond wordt door een moslima. De vrouw wacht hem op met een geweer in de hand: “Wegwezen of ik schiet je neer!” “Nee, je schiet niet (zegt dan de monnik), je zet een kop koffie voor me”. En dat wonder gebeurt, even later zit hij met de vrouw aan de keukentafel! Het kwetsbare begin van vergeving en verzoening.

Die houding is een grondtoon in het werk van Volf, ook in het boek Allah. Vanaf het begin maakt hij duidelijk wat hij in het boek wil stellen: moslims en christenen geloven in één en dezelfde God. Ondanks alle oorlog en aanslagen, in verleden en heden, is Volf ervan overtuigd dat de ‘gezaghebbende tradities’ in beide religies en de ‘officiële vertegenwoordigers’ daarvan deze overtuiging duidelijk ondersteunen. Hij kent inderdaad zulke gezaghebbende personen en neemt ook deel aan belangrijke internationale dialogen tussen beide godsdiensten. In beide religies is God een God van liefde en een God die mensen het gebod van naastenliefde geeft. Volgens Volf is het alleen maar nodig dat deze ‘officiële leer’ van beide religies ook doordringt tot aan de basis, bij de gewone volgelingen. “De toewijding aan een juist opgevatte liefde voor God en de naaste maakt diepreligieuze mensen tot toegewijde sociale pluralisten, juist omdat ze diepreligieus zijn” (38).

Het is makkelijk genoeg om aan deze stelling te twijfelen als je naar de werkelijkheid kijkt. Volf zelf haalt een aantal voorbeelden aan waaruit blijkt hoe weerbarstig die praktijk is. Hij noemt de bekende ‘cartoonrellen’ in Denemarken, 2006. En de woede van moslims wereldwijd, toen paus Benedictus XVI in een toespraak in Regensburg in dat zelfde jaar leek te suggereren dat geweld inherent is aan de Islam en hun Godsbeeld. En zo kunnen we ook uit de recentere tijd vele voorbeelden noemen, die je kunnen doen twijfelen aan Volfs centrale bewering over de liefde als gemeenschappelijk streven in beide godsdiensten.

Moedige poging

Toch vind ik zijn poging op zijn minst moedig en zijn streven om over de diepste waarde van beide geloven in gesprek te komen van groot belang. De discussie of de God van de Islam en die van de christenen dezelfde is, zal wel nooit luwen. Christenen zullen altijd blijven zeggen, dat wie God niet kent als de Vader van Jezus Christus de ware God dus niet kent. En moslims zullen blijven zeggen, dat God geen Zoon kan hebben en dat geloven in een drie-enige God diametraal staat tegenover het geloof in de ene ware God. Dat we als christen geloven dat alleen Jezus Christus ons God echt doet kennen (Johannes 1,18), is juist de essentie van het christelijk geloof. Er is één redder, zonder hem kunnen wij niet tot God komen. Maar die andere denkoefening heeft dan toch haar waarde: zou het niet mogelijk zijn, dat we moslims helpen door samen te zoeken naar wat ons verbindt, namelijk de liefde voor God en de door hem geschapen mens? En zou Volf niet gelijk kunnen hebben als hij zegt, dat het beeld van God bij moslims zich door gesprek zou kunnen verdiepen en verfijnen? En dat moslims de drie-eenheid misverstaan als ze menen dat er sprake is van drie goden in plaats van één?

Het boek van Volf kan ons helpen ons actief in te zetten voor ontmoeting tussen gelovigen uit beide religies. Waar sommigen bang voor zijn, is dat Volfs stelling dat Allah en God dezelfde zijn leidt tot een visie van alverzoening of relativering van de kruisdood van Christus als enige grond van onze redding. Maar ik geloof niet, dat Volf dat geloof prijsgeeft. Hij is er alleen maar op uit dat mensen elkaar gaan begrijpen en met elkaar in gesprek komen, over alle kloven heen. Of buig ik daarmee zijn betoog te veel naar mijn eigen straatje om?

Ik moest namelijk opnieuw denken aan het boekje Een jihad van liefde. Daarin zegt de moslim Mohammed El Bachiri: “Als ik een aanhanger van een ander geloof ontmoet die zich laat leiden door liefde, heb ik het gevoel dat we dezelfde godsdienst belijden.” Is El Bachiri een moslim die eigenlijk christen is? Hij zegt nooit te hebben overwogen om christen te worden, hoewel hij opgroeide in Brussel en bij de nonnen op school zat. Hij vindt het niet nodig om christen te worden, want “ik was er al mee verwant”. En “als jij Liefde bent, heb ik dezelfde godsdienst”. Of, zoals ik ergens las: “Als je liefhebt dien je de ware God, als je niet liefhebt dien je de ware God niet”.

Ik wil echt niet toe naar een ‘algemene religie van de liefde’. Alleen Jezus Christus maakte Gods liefde waar en is zo voor mij de enige bron van liefde. Maar het betoog van Volf is in zoverre belangrijk, dat het ons helpt om ons als Paulus op de Areopagus diep in het binnenland van de ander te begeven, om daar de boodschap die het echte verschil maakt uiteindelijk te kunnen geven. In liefde. En dat kan uiteindelijk alleen, als we elkaar echt ontmoeten en met elkaar in gesprek komen.

Mijn Turkse overbuurman zei: “Wat een mooie moderne kerk hebben jullie!” En hij leek daarmee te willen zeggen: hier zijn mensen die God aanbidden, midden in deze moderne wereld. Dat zette hem blijkbaar aan het denken, over wie die God dan echt is. Zou het een eerste stukje kunnen zijn van wat de Geest van God in mensen doet?

 

[1] Miroslav Volf, Allah. Het antwoord van een christen, Franeker 2011

[2] Miroslav Volf, Onbelast. Geven & vergeven in een genadeloze cultuur, Franeker 2009

You may also like...

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *